Iets te schoolse Boulez

Le Marteau..

* * *

ROTTERDAM Sinds een halve eeuw of meer is er geen ensemblestuk gecomponeerd dat zo subliem eindigt als Le marteau sans maître van Pierre Boulez. Het gonzen van twee bronzen tamtams, als een surrealistisch basso continuo bij de bezweringsformules van een altfluit; het roept een panorama op van oneindige diepte en exotiek, tot een bronzen bekken er een punt achter zet en met een zachte sisklank aan elke illusie een eind maakt.

Er zitten meer adembenemende slotjes in dit negendelige stuk voor mezzosopraan en zes instrumentalisten, en aan die eindpunten gaat telkens allerlei fraais vooraf. Twee losse, anticlimactische gitaartoontjes in Le Marteau zorgen al voor kippevel..

Maar dat vibreren van het brons bij de roep van de fluit – Rotterdammers konden er donderdag een avond lang naartoe leven in De Doelen, waar ‘de hamer zonder meester’ de apotheose vormde van een Boulez-optreden door het Parijse Ensemble Intercontemporain onder leiding van Peter Rundel. Een concert dat met ’s meesters Dérive 2 begon (in de jongste versie uit 2006), en op zijn beurt het sluitstuk was van een Doelenserie onder het motto Who is afraid of Pierre Boulez. Eerder in die serie leidde Reinbert de Leeuw een memorabele uitvoering van Répons, Boulez’ lastig reproduceerbare klassieker voor electronica en groot ensemble.

Le marteau sans maître, rond 1955 gecomponeerd op gedichten van René Char, deed donderdag recht aan zijn betiteling, in zoverre dat Boulez er ook deze keer zelf niet bij was. De net 85 geworden maître dirigeerde eerder deze week in New York, is vanaf volgende week de spil in een serie van de Parijse Salle Pleyel, staat in september tien maal op de Berliner Festspiele, en komt tussendoor een avond langs in het Holland Festival.

Geen Boulez dus op de ‘Rode Sofa’ van De Doelen, en ook niet de huidige chef van het ensemble, Susanna Mälkki. Maar uiteindelijk waren het de noten waar het om draaide. Interessant, is te horen hoe die zich houden zonder de maître in de buurt. Boulez heeft zijn Marteau vier of vijf keer op de plaat gezet, met opmerkelijke evoluties in het klankresultaat. Stekeligheid, even provocerend als fascinerend, maakte plaats voor steeds comfortabeler klankgewaden. Boulez’ eigen concerten en opnamen vertellen dat zijn avantgardekunst zich een souplesse heeft verworven die ze ofwel van het begin af aan verdiende – of zich die met terugwerkende kracht heeft aangemeten. Dat wil zeggen, zonder verlies van muzikale energie.

Dat laatste viel donderdag niet goed vol te houden bij het subtiele, maar vrijblijvender, wat schoolser en net wat minder vonkende dirigeren van Peter Rundel. Goede kans dat het Rundel, een 52-jarige nieuwe muziek-Kapellmeister die opgroeide in het Frankfurtse Ensemble Modern, vooral begonnen is om de nu eens expliciete, dan weer gefragmenteerde melodische lijn in Boulez’ Marteau, en dat hij graag wat vaart opoffert aan de expressie daarvan. Alleen, aan de bekwame maar wel erg effen mezzo-zang van Susan Bickley, en het oerzuivere, maar wel erg geremde fluit- en altvioolspel van Intercontemporaine huize viel het niet af te horen.

Welk een meester de maître ook mag zijn, schoolsheid moet je hem niet aandoen.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden