'Iets onmogelijks proberen, dat is het enige leuke'

Esther Gerritsen (1972) schreef een aantal toneelstukken, zoals Bad Angel voor Toneelgroep Amsterdam en de monoloog Huisvrouw. Dit voorjaar verscheen haar eerste boek, een verhalenbundel, Bevoorrecht bewustzijn (De Geus; fl 29,90)....

HET HUIS VAN Esther Gerritsen doet denken aan een van de verhalen uit Bevoorrecht bewustzijn. Daarin probeert een vrouw haar woning vrij te houden van persoonlijke spullen: 'Een poging tot een absoluut huis. Geen afbeeldingen waar de smaak van de bewoner uit is af te leiden.' Ze raakt echter verstrikt in een paradox, want ook door de lege muren wordt ze weer gedefinieerd, namelijk als iemand die niets aan de muur heeft.

Dat mag klinken als een abstract probleem, maar het is precies waar het Gerritsen om gaat. Haar personages voeren een onmogelijke strijd tegen de dingen die hen omringen, tegen hun eigen bewustzijn, en vooral tegen 'de menselijke eigenschappen'.

Dat geldt ook voor de vrouw in het verhaal 'Geroosterd brood'. Ben ik zo iemand die elke ochtend hetzelfde eet?, vraagt ze zich af. Als ze ten einde raad maar in bed gaat liggen, wordt ze ook daar nog achtervolgd door haar gedachten: Ik ben zo iemand die midden op de dag in bed kruipt.

Gerritsen: 'Mijn personages hebben het verlangen om niet mee te doen. Ze verzetten zich tegen de vanzelfsprekendheid waarmee alles betekenis krijgt. Ik heb dat ook, als bijvoorbeeld de hond doodgaat dan denk ik letterlijk: O ja, dat gaat natuurlijk weer tijd kosten, voordat ik daar weer overheen ben, en dan ben ik al moe voor ik het erg vind. Dat is een soort verlangen om geen mens te zijn, geen slaaf van je menselijke eigenschappen, daar allemaal geen last van te hebben. Is het nou waar dat de mens altijd gevoelens nodig heeft, of hebben we elkaar dat wijsgemaakt?'

Het titelverhaal gaat over wetenschappers die nuchtere medische verklaringen geven voor menselijke ervaringen. Zo blijken achteraf de visioenen van een mystica verklaarbaar als migraineaanvallen. Moeten we dat verhaal lezen als een programma?

'Gewoonlijk kennen mensen aan alles een betekenis toe. We leven in een soort X-Files-werkelijkheid, waarin alles als een geheime code wordt gezien voor iets anders. Wetenschappers kunnen veel verder zoeken, omdat ze geen grote emotionele of goddelijke of spirituele betekenis aan de dingen hechten. De menselijke eigenschappen staan hun niet in de weg. Ik zou het prettig vinden ook met die helderheid te kijken naar de menselijke ervaringen.'

Sommige personages in Bevoorrecht bewustzijn proberen ook zo te leven, zonder betekenissen aan alles te hechten, maar het lukt ze niet.

'De vraag is waarom de mens niet zonder die zekerheden kan. Het zijn een soort experimenten die ik uitvoer: wat gebeurt er als je een man neerzet die gelukkig is, die alles heeft, die alles kan, die nergens last van heeft? Dan wordt hij altijd ongelukkig, dan heb ik toch weer geschreven over iemand met het verlangen om geen eigenschappen te hebben. Maar anders is het ook niet interessant om te schrijven; je moet toch iets onmogelijks proberen, dat is het enige leuke. Als je weet dat het mogelijk is, is er niet zo veel aan.

'Ik heb eens een workshop gegeven met de opdracht iets onmogelijks te proberen. Er hadden zich maar twee mensen ingeschreven. Een jongen zou in een open tent, midden in de zomer, proberen alle vliegen uit de tent te houden. En een meisje ging met een grote cementton het bos in en probeerde die te verliezen. Je leert op die manier zoveel over pogen, over hoe een mens iets probeert op alle verschillende manieren. Het proberen wordt pas echt geweldig en wanhopig als het iets is dat niet kan. Dat is toch de mens, het menselijk streven. Eigenlijk probeer je allemaal iets onmogelijks, anders zou je heel ongelukkig zijn.'

Hebben de verhalen daarom ook geen duidelijk einde?

'Ja. Als het aan het eind toch mogelijk zou zijn, haal je het hele verhaal onderuit. Naamloos van Beckett eindigt ook met: ''Ik zal doorgaan.'' '

De verhalen zijn zo lichtvoetig verteld dat de lezer zich pas later realiseert dat ze behoorlijk tragisch zijn. De personages gaan op de een of andere manier allemaal ten onder aan hun eigen gedachten.

'Denken is ook niet gezond. Het gaat me erom wat je met je bewustzijn allemaal kapotmaakt. Wat je met denken allemaal niét kan, hoe het in de weg zit. Je zou het denken gewoon los van het leven moeten zien, dan zou je er veel meer plezier aan beleven. Als je iets denkt, en dat heeft onmiddellijk consequenties voor je leven, dan durf je ook niet verder te denken.

'Ik was een tijdje terug in Lissabon, en omdat ik alleen was, had ik in de hotelkamer de televisie aan staan, als een soort rustgevend geluid. Tegelijkertijd zat ik te schrijven en probeerde ik het geluid te negeren. Volgens mij is dat het: je kunt je leven niet afzetten, maar je moet proberen je er niet door af te laten leiden als je nadenkt.'

Betekent denken automatisch ook schrijven?

'Voor mij wel. Maar de taal staat het denken ook in de weg. En dan schrijf je dus over wat er in de weg staat. Ik ben Naamloos van Beckett aan het lezen. De vraag is bij hem: zou het ook zonder de taal kunnen? Zou je iets kunnen zeggen dat niet alleen de taal weer bevestigt? We worden gedefinieerd door taal. Dat er een woord ''willen'' bestaat, bijvoorbeeld, betekent niet dat de eigenschap ''willen'' ook werkelijk bestaat. Misschien hebben wij elkaar dat wijsgemaakt. Dat er iets is, ergens anders, of later, en jij moet daar naartoe. En dat is dan willen.

'Dat is het begin van alle conflict, want ''willen'' betekent dat er iets niet goed is, dat je iets anders wilt. Dat woord ''willen'' hebben wij verzonnen, en sinds dat woord bestaat, zijn wij bezig met wat wij willen. Ik lees nu een boek over hoe je hersenen werken, en over hoe je beslissingen neemt. Er is een gebied in je hersenen dat argumenteert, en een heel ander dat beslissingen neemt. Dat staat totaal los van elkaar. In de taal hebben wij dat aan elkaar gekoppeld, maar dat betekent niet dat het ook zo werkt.'

In jouw verhalen staat niet alleen de taal, maar ook het bewustzijn het leven in de weg.

'Een vriend van Beckett, de schilder Bram van Velde zei: ''Ik ben blind, en ik probeer te schilderen dat wat mij blind maakt.'' Eigenlijk wil je schilderen wat je ziet, maar iets staat in de weg en uiteindelijk schilder je altijd dat wat in de weg staat. Dat heb ik ook. Dan schrijf ik een toneelstuk en denk ik: hier ga ik het over hebben, en dan lees ik terug en dan heb ik het gehad over wat er in de weg staat. Ik heb een monoloog geschreven over een huisvrouw. Ik was ervan overtuigd dat het een gelukkige vrouw was, en uiteindelijk gaat het stuk toch over waarom ze niet gelukkig is, waarom dat niet lukt.'

Het gaat niet alleen over de destructieve kracht van het denken, maar ook over de tijd. Zoals in het verhaal over de man die met een koffertje vol explosieven de chronometer in Greenwich op wil blazen, maar die uiteindelijk zelf wordt vernietigd door de tijd, omdat zijn bom te vroeg afgaat.

'Het is een van de weinige zekerheden die je hebt, de tijd. Ik ben altijd bang dat er iets onherroepelijks is: dat ik een bepaald soort leven heb, en daar kom ik nooit meer van af. Maar het enige dat echt onherroepelijk is, is dat ik ouder word en doodga.

'Ik vind het fascinerend dat er mensen zijn die dat domweg niet aanvaarden. Die weigeren mee te doen aan het leven. Er was een laatst een neuroloog op de televisie, die vond het absurd dat wij accepteren dat we maar een jaar of tachtig worden. Volgens hem zouden we makkelijk honderdvijftig jaar kunnen worden. Dat is een soort eigenwijsheid die alleen wetenschappers hebben.'

Je personages gaan soms ten onder aan hun verlangen naar helderheid. Ze zijn ervan overtuigd dat de dingen een 'geheime ordening' hebben en dat de mens daar blind voor is. Ze lezen wanhopig de wetenschapspagina's van de krant, op zoek naar die ordening.

'Een ver doorgevoerd verlangen naar duidelijkheid heeft ook iets fascistisch. Het zou beter zijn als we de chaos maar gewoon accepteerden. Als niemand zou geloven in een leven na de dood. Dat je allemaal, de hele wereld, accepteert dat je niet weet wat er na de dood komt. Dan zouden we veel meer aan elkaar hebben. Dan zou je in ieder geval elkaar steunen in je onwetendheid. Dat zou toch prachtig zijn.'

Het ideaal is de werkelijkheid niet willen ontcijferen en leven zonder erbij te denken? Dat probeert het meisje uit een van je verhalen, dat niet aan haar hongerige konijn wil denken omdat ze wil rolschaatsen. Als ik er niet aan had gedacht, redeneert ze, had ik ook geen schuld. En vergeet het weer.

'Ja, daar gaat het mis, op die leeftijd. Dan begin je de werkelijkheid geweld aan te doen, met jouw denken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden