Iets nuttigs halen uit wat je weggooit

De biobrandstoffenfabriek in Delfzijl heeft een bewogen verleden. Tegenwoordig gaat het meer dan goed: wie weet komt de tweede productie-installatie binnenkort ook in bedrijf.

Zo vaak gebeurt het niet dat één enkele fabriek een subsidie toegekend krijgt die even groot is als de complete bezuiniging op de kunstsector. Vorige maand gebeurde dat wel. Vlak voor Kerst kreeg het Groningse biobrandstoffenbedrijf BioMCN met zijn partners 199 miljoen euro uit Brussel voor de bouw van een nieuwe installatie die een alternatief voor benzine moet gaan fabriceren. Feest dus, op een grauw industrieterrein bij Delfzijl.


Het idee is om deels op hout te gaan rijden. Nee, er komen geen houtoventjes achter auto's te hangen, zoals bij gebrek aan benzine in de Tweede Wereldoorlog gebeurde, en zoals tien jaar geleden nog eens werd overgedaan door kunstenaar Joost Conijn die in een zelfgebouwde houten auto op hout gestookt naar Tsjernobyl reed. Nee, de oven komt als het ware centraal te staan: in Delfzijl wordt straks uit afvalhoutsnippers de vloeistof methanol gemaakt, die vervolgens wordt bijgemengd in benzine en via gewone benzinestations in de tank terecht komt.


Daarmee speelt het project Woodspirit een belangrijke rol in de Nederlandse pogingen het wegverkeer een beetje te vergroenen. Daarover is, zeker de laatste maanden, veel discussie: de overheid wil steeds meer biobrandstoffen bijmengen in diesel en benzine, maar tegenstanders wijzen op de vaak dubieuze herkomst van die groene alternatieven. Vooral biodiesel wordt bekritiseerd: die concurreert met de voedselvoorziening, en voor de grondstof palmolie moet vaak oerwoud wijken. Dat roept - nog los van de ethische en esthetische aspecten van oerwoudkap - zelfs de vraag op of hiermee de uitstoot van broeikasgassen per saldo eigenlijk wel vermindert.


Met Woodspirit zou die discussie minder spelen. In dit geval zouden als grondstof afvalhoutsnippers worden gebruikt, onder meer van plantages in Scandinavië of Noord-Amerika.


'We zijn erg blij met die subsidie', zegt directeur Rob Voncken van BioMCN. 'Volgende maand gaan we met onze partners om de tafel zitten om de financiële structuur verder te organiseren.'


Het bedrijf zit op het industrieterrein Chemiepark Delfzijl, waar sinds de jaren zeventig chemiebedrijven zijn neergestreken in de slipstream van de aardgas- en zoutwinning in Groningen. Ook BioMCN heeft een fossiele achtergrond: de fabriek is eigenlijk gebouwd om methanol te winnen uit aardgas. De wirwar van buizen, vaten, kleppen en tanks, geopend in 1978, werd uitgebaat door Methanor, een joint venture van DSM, Akzo en het Finse Dynea. De geproduceerde methanol werd vooral gebruikt als bouwsteen voor chemische producten zoals kunstharsen en coatings. Vroeger balsemden de Egyptenaren hun farao's ermee.


Maar op een gegeven moment steeg de gasprijs terwijl de prijs van methanol gelijk bleef: de fabriek werd verliesgevend en in 2006 voor dood achtergelaten.


Als redder in nood verscheen Econcern ten tonele. De ambitieuze groene multinational bedacht het plan om methanol voortaan uit glycerine te gaan halen, afkomstig uit bijvoorbeeld slachtafval. Dankzij die herkomst zou dit 'biomethanol' als duurzaam alternatief voor fossiele benzine kunnen gelden. De fabriek werd BioMCN gedoopt en maakte in 2007 een doorstart als pilotplant. Voncken, afkomstig van DSM, werd directeur.


Maar twee jaar later ging Econcern ten onder - de grote schuldenlast en het gebrek aan inkomsten werden het in tijden van crisis fataal. De redding van BioMCN kwam uit Bussum, waar net een nieuw fonds van investeringsclub Waterland was opgericht. Dat is nu grootaandeelhouder van BioMCN. Daarnaast is een deel van het bedrijf nog steeds eigendom van de curator van Econcern, die de boedel namens de schuldeisers beheert. Ook Voncken heeft een klein belang.


Op het fabrieksterrein is nu een van de twee productie-units in bedrijf. Overal gesis en wolken stoom: de installatie is eigenlijk een soort stoommachine, waarin uit een mengsel van vergaste glycerine en waterdamp de methanol ontstaat.


Met de geproduceerde methanol kan 250 miljoen liter brandstof worden gemaakt - goed voor 1 procent van de Nederlandse benzinebehoefte. Omdat de CO2-besparing relatief hoog is, telt methanol zelfs dubbel en zou die goed kunnen zijn voor bijna de helft van de benodigde biobrandstofbijmenging van 5 procent in Nederland.


De herkomst van de grondstof glycerine is intussen nogal veranderd. Dat is veel minder vaak slachtafval dan gehoopt. Meestal komt de glycerine uit de biodieselindustrie, juist van fabrikanten zoals het Finse Neste Oil in Rotterdam, die zo onder vuur liggen.


Daarmee is deze tweede-generatiebiobrandstof (die niet concurreert met de voedselvoorziening) grotendeels afhankelijk van de eerste generatie (die wel concurreert met de voedselvoorziening).


Voncken zet het probleem in perspectief. 'Een residu is een residu. We doen iets nuttigs met iets wat je anders weggooit. Het is hetzelfde als wanneer je brandstof maakt van maisstengels. Die stengels bestaan ook alleen omdat je mais verbouwt. Dat is toch het hele idee van de tweede-generatiebiobrandstoffen?'


Los daarvan vindt hij dat ook eerste-generatiebiobrandstoffen bestaansrecht hebben, zeker in het geval er geen sprake is van directe concurrentie met voedsel of de grondstof verbouwd wordt op braakliggend land. 'Daarin is door allerlei partijen veel geld geïnvesteerd. Die moeten kans krijgen dat geld terug te verdienen, terwijl de industrie innoveert en zich verder ontwikkelt.'


En als er een land is waar je kunt doorpakken is het Nederland, denkt Voncken. 'We hebben hier veel kennis over biogrondstoffen en van chemie. Hier vinden de innovaties plaats.' Hij is bezig met een onderzoeksproject met Wageningen Universiteit, om CO2 met water in methanol en zuurstof om te zetten, met hulp van de zon en bacteriën. 'Dan doe je wat planten doen: CO2 als grondstof gebruiken. Dat is het ultieme doel.'


Ook de bestemming van de biomethanol is verbreed. Voncken verkoopt het spul bijvoorbeeld aan cosmeticabedrijven, die kunnen schermen met de biologische herkomst van de grondstof. 'Dan kunnen wij opschalen, en op een gegeven moment de tweede productielijn inschakelen.'


Het is een kapitaalsintensieve business, zoals elke vorm van chemie. Bij Woodspirit is nog een aantal andere partijen met diepe zakken betrokken, zoals vergasserbouwer Siemens en chemieconcern Linde, en aannemer Volker Wessels.


De 199 miljoen euro uit Brussel is natuurlijk meer dan welkom. Oorspronkelijk bedroeg de aanvraag 360 miljoen euro. Omdat het geld afkomstig is uit de Europese veiling van CO2-uitstootrechten, en de opbrengst van die rechten is gehalveerd, is ook de subsidiepot gehalveerd. 'We hebben de businesscase aangepast', zegt Voncken. 'Het wordt wat kleiner. Dat is nog steeds best groot.'


Bedrijf BioMCN

Waar Delfzijl

Sinds 2007

Aantal werknemers 90

Jaaromzet 160 miljoen euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden