Iets doen, dat helpt

Tien jaar lang gaf Albert van der Lugt leiding aan Stichting Herstelling, 'zijn' project waarin kansarme jongeren leren werken in de bouw....

De overal echoënde roep om keiharde aanpak en militaire tucht voor zogenoemde probleemjongeren - in oktober nog had het kabinet-Balkenende plannen om die gedwongen naar heropvoedingskazernes te sturen - vindt maar weinig gehoor bij Albert van der Lugt (58), vertrekkend projectleider werkloosheidsbestrijding van de gemeente Amsterdam. Hij heeft misschien enig recht van spreken, want bij zijn afscheid laat hij een in dubbel opzicht succesvol project voor deze jongeren na. Zijn Stichting Herstelling heeft in haar 10-jarig bestaan meer dan duizend van hen van de straat gehouden, allen vrijwillig, en voorbereid op een baan in de bouwwereld. In hun leerperiode van tussen de zes en negen maanden knappen zijn pupillen de Stelling van Amsterdam op, een kring van van betonnen verdedigingsforten uit de 19de eeuw.

Iets lelijks met iets moois verbinden, zo omschrijft Van der Lugt zijn idee hierachter, in dit geval achterstand en uitzichtloosheid ('geen sexy onderwerpen') koppelen aan een monument van wereldklasse. Toen er sprake van was dat de stelling op de Werelderfgoedlijst werd geplaatst, wist hij dat hij medestanders voor zijn plan zou vinden. Een andere gedachte was dat de jongens, vaak van niet- Nederlandse komaf en met veelal weinig gevoel van eigenwaarde, op de schouders zouden komen te staan van degenen die de forten lang geleden hebben gebouwd. Herstelling heeft zich sinds kort ook aan andere historische projecten verbonden, zoals de Batavia in Lelystad, het Enkhuizer Zuiderzeemuseum en Kamp Westerbork, tegenwoordig gedenkplaats en museum.

Borst

Van der Lugt, zeg maar: type Jan Schaefer en afkomstig uit een arbeidersmilieu, is naar eigen zeggen een oude sociaal-democraat en 'ergens' een idealist, maar dus niet van het wollige soort, al gaat hij termen als verheffing en emancipatie van de mens niet uit de weg - 'Ik heb altijd een working class hero willen worden'.

Hij maakte mee dat Marokkaanse bouwvakkers op de bouwplaats moesten slapen, bij gebrek aan een dak boven hun hoofd, en hij herinnert zich hoe de grote werkloosheid in de bouw in de jaren zeventig hemzelf trof. 'Ik weet hoe de jongens zich voelen die er niet bijhoren. En ik zie ook dat sommigen de weg naar radicalisering en criminaliteit opgaan. Het enige wat helpt is ze heel stevig aan de borst klemmen en zorgen dat ze aan aan het werk komen. Want daar gaat het om. Werk, werk, en nog eens werk. En als een normaal mens behandeld worden.'

Probleemjongeren is een term die Van der Lugt niet gebruikt; hij heeft het over jongeren met problemen. Geen kleine problemen. Veel van hen hebben geen of een zeer gebrekkige schoolopleiding, heel jong al schulden van duizenden euro's en kinderen bij soms verschillende vrouwen. Ze komen uit gebroken gezinnen of tehuizen, uit oorlogsgebieden, een aantal heeft een drugsverslaving achter de rug, mist niet zelden een dak boven zijn hoofd en is veelvuldig in aanraking met justitie geweest.

Volgens een recent onderzoek van de gemeente lopen er zo enkele honderden rond in Amsterdam, maar dat zijn de officieel geregistreerden. Officieus is het aantal vele malen hoger. Misschien een op de tien heeft ooit gewerkt voor z'n geld, of komt uit een familie waarin werken tot de orde van de dag behoort. 'Van 95 procent van onze Marokkanen hier is de vader werkloos', zegt Van der Lugts rechterhand Nico Kemper, 'en net zo'n percentage van de Surinaamse en Antilliaanse vaders woont niet thuis.' Volgens het jaarverslag komen zes van de tien leerlingen uiteindelijk aan het werk bij een baas.

Schatjes

Juan, Joan, Gharib, Valentino, Marco, Mohammed en George zijn zulke leerlingen. Op andere doordeweekse dagen stappen ze stipt om 8 uur 's ochtends in het groene busje, op weg naar een omgeving die zich 'ver van de verlokkingen van de stad' bevindt, zoals Van der Lugt het uitdrukt. Nu zijn ze een week op pad, naar Kamp Westerbork, waar ze zijn ingedeeld in de onderhoudsploeg. Ze logeren iets verderop, in de kampeerboerderij van tante Riek.

De eerste dag is er een rondleiding over het oude barakkenterrein. Stil zitten ze op een rijtje in het gras: Juan en zijn mp3-spelertje, de slanke Valentino met zijn Javaanse trekken, Mohammed die telkens je blik ontwijkt, Marco met zijn staartje op het kaalgeschoren hoofd - hij wil de week gebruiken om van het blowen af te komen, wat niet zal lukken. 'Kom schatjes! We gaan', zegt Valentino wanneer het busje voorrijdt. De zeven slapen met z'n allen op zaal, in de dakgoot staat elke ochtend een rijtje Nike Air Max te luchten. Om half 12 gaan ze een voor een naar bed. Met een blik op de Hollandse pot van tante Riek: 'Alleen voor krokodillenstaart mag je me wakker maken.'

Niet alleen aan het eten hebben de meesten moeten wennen in Nederland. Toen Juan (31) op 12-jarige leeftijd van Curçao op Schiphol aankwam, moest hij overgeven van de vuile lucht. Daarna was alles nieuw. Eerst met de taxi naar de flat in Amsterdam Zuid- Oost, dan de metro, het weer, de school. Tot die tijd was hij streng opgevoed door zijn oma, maar zijn moeder was heel anders, vertelt hij. Zij kon hem niet aan, en hij de vrijheid in de stad niet. Hij vond aansluiting bij een groepje, rookte een blowtje mee om erbij te horen, wilde dezelfde Nikes en Bad Boys-jas als zijn nieuwe vrienden, ging net als zij cocaöne gebruiken en zat tussen zijn 17de en 29ste meer vast dan dat hij op straat liep. Na een verplichte afkickperiode van twee jaar zit hij bij Herstelling in de afsluitende fase en krijgt elke maand een bescheiden salaris op zijn rekening gestort, waarvan hij af en toe wat overmaakt naar het buitenland: 'Als iemand belt, doe ik het graag. Ik weet hoe het is als je niks hebt.' Na een korte stilte: 'Ik wil niet dat ze op andere ideeën komen.'

Koud en stoffig

Het zorgwekkendste probleem van Stichting Herstelling - en daarmee dus ook van de gemeente Amsterdam, de provincie Noord-Holland en het Europees Subsidie Fonds, de subsidiegevers - is dat bijna de helft van de tweehonderd beschikbare plaatsen niet wordt bezet.

'Het verandert langzaam, maar te veel mensen in het jeugdwerk en de werkloosheidsbestrijding missen de affiniteit met de bouw', verklaart Van der Lugt deze situatie. 'Het zijn jongens en meisjes uit de gegoede middenklasse, die zelf op een plek zitten waar je naar keuze tussen 8 en 10 uur kunt beginnen, waar een kantine is met lekkere broodjes en waar je je boodschappen kunt doen in de pauze. In de bouw moet je om 6 uur met je broodtrommel in het busje zitten. Het is er koud en stoffig. De werkomgeving is rauw. Daar hebben ze niets mee. Ze denken: dat is niks voor mijn jongens.'

Hij citeert een artikel uit Het Parool waarin een hulpverleenster ('Ongetwijfeld een meid met de beste bedoelingen') praat met David van 18. David beschikt over de verstandelijke vermogens van een jongen van 13. Van der Lugt: 'Hij heeft jeugd-tbs, iedereen weet wat dat betekent. Zegt David: 'Ik wil bij het leger of de politie.' Zij: 'Bij de politie kun je natuurlijk niet.' En nu komt het. Zegt ze: 'Waarom wil je niet in de ict? Je houdt zo van computers.'' De klap waarmee het voorhoofd van Van der Lugt op het tafelblad slaat, doet tante Riek bezorgd om het hoekje van de keukendeur kijken.

Met steun en instemming van de verantwoordelijke wethouder Ahmed Aboutaleb, die 'buitengewoon enthousiast is over de resultaten en werkwijze', halen ze nu zelf de jongens maar van de straat, waarbij onder meer buurtregisseurs en de politie worden ingeschakeld. Het is extra werk, de wijken in, maar het gebeurt met overgave.

Aboutaleb laat bij monde van zijn woordvoerder weten de 110 concurrerende trajecten voor werkloze jongeren binnenkort extra kritisch onder de loep te zullen nemen. Kemper en Van der Lugt laten ondertussen geen mogelijkheid onbenut om hun project onder de aandacht te brengen van de zogeheten klantmanagers, die de leerlingen in spé moeten doorsturen.

Een tweede beer op de weg, benadrukt Van der Lugt, is de bureaucratie. 'Via een uitzendbureau is iemand een dag later aan de slag, bij de gemeente duurt het drie weken. En dat terwijl je juist deze jongens dicht bij je moet houden. Anders zijn ze weer weg.'

Drillen

Waar mogelijk gaat het er bij Herstelling toe als in elk ander bouwbedrijf. Er wordt gewerkt, maar ook geleerd. Hoewel er al een enkele Glenn en Turan tussen zit, heten de meeste leraren - werkmeesters - Ed, Gerard, Piet of Henk. Ze zijn de enigen met blauwe ogen. Rondgeschouderde oudbouwvakkers, sommigen half afgekeurd, die de jongens met vaderlijke toewijding leren muren te witten of een dak waterdicht maken. Drillen doet een werkmeester niet, er bovenop zitten wel. Medelijden heeft hij niet, begrip wel, en een weerbarstig optimisme als het om de toekomst van zijn leerlingen gaat. Over het verleden van de jongens zul je een werkmeester nooit horen, wel over de vorderingen.

'Je moet aan het eind van de week kunnen zien wat ze gedaan hebben', zegt Nico Kemper. Een muurtje gemetseld, een kast geverfd. Gestolde arbeid, noemt hij dat: 'Iets waar je trots op kunt zijn.' Om het gevoel van zelfrespect verder te vergroten, krijgen Juan en de anderen een klein salaris, niemand hoeft van een uitkering te leven.

De leertijd bestaat uit drie fasen. In de eerste worden eenvoudige werkzaamheden als corvee verricht, maar ook de schulden op een rijtje gezet, er wordt gekeken hoe het met de huisvesting staat, de leerlingen moeten een girorekening openen en een wekker kopen, leren op tijd te komen, wennen aan de taal in de bouw, omgaan met (veiligheids)regels, zich behoorlijk gedragen, structuur krijgen in hun leven. Albert van der Lugt: 'En we vertellen ze wat reëel is. Het wereldbeeld van veel van mijn pupillen is deels bepaald door MTV, door figuren die gouden kettingen en meiden met grote tieten om hun nek hebben hangen. Ze denken: dat wil ik ook.' Een simpel handgebaar: 'Dat kan dus niet.'

De volgende fase is vakgericht. Van der Lugt: 'We gaan uit van de mogelijkheden en persoonlijke interesses. Heeft iemand aanleg om te schilderen, te stuken, te metselen, of om in het groenonderhoud te werken, onze tweede tak? De meisjes die we hebben komen over het algemeen terecht op de cateringafdeling; iedereen kan 's morgens een lunchpakket meekrijgen voor een euro.

Wie ten slotte voldoet aan alle disciplinaire regels en voldoende gemotiveerd is gebleken, gaat naar de derde fase. Daarin maakt hij kennis met een 'echte' bouwplek en ziet hij hoe het er bij een toekomstige werkgever aan toegaat. In de tussentijd hebben we de jongens ook mee naar musea genomen, waar je ziet in wat voor omstandigheden hier vroeger werd gewerkt voor een schamel bedrag. Om te laten zien dat het hier niet altijd een Bijenkorf zonder kassa is geweest.'

Kemper vult aan: 'We maken duidelijk dat een land waarin zwakken geholpen worden, vereist dat wie kan werken ook mó*t werken.' Van der Lugt: 'Wij zeggen tegen ze: Je kunt straks iets wat een ander niet kan. Als je een vak leert kun je altijd je eten verdienen. Je hoeft geen oud vrouwtje van d'r tas te beroven.' Kemper: 'In de bouw leer je samenwerken, **n taal spreken, accepteren dat je niet alleen op de wereld bent. Als jij iets niet af hebt, kan je collega niet verder.'

Van der Lugt: 'Er werken te weinig allochtonen in de bouw en dat is niet alleen de schuld van de werkgevers. Men weigert een jongen omdat-ie niks kan, niet omdat hij zwart is. Nico en ik zijn oud-bouwvakkers. Onze ervaring is: een baas wil aan jou verdienen. Die heeft liever een goeie Marokkaanse timmerman dan een slechte Urker. Een derde van de bouwvakkers in ons land is ouder dan 50. Wie moet straks dit werk doen? We kunnen het ons niet permitteren om deze jongens aan de kant te laten staan. Niet alleen is het gevaarlijk en ben je het moreel verplicht, we hebben ze nodig.'

Loonstrookje

Terwijl zijn ploegje bij tante Riek aan het ontbijt zit, telefoneert Kemper met een Surinaamse moeder van wie de zoon niet op het werk is verschenen:'Loopt u maar naar z'n bed en hou de hoorn aan zijn oor.- En dan: 'Kom d'r nou toch uit, Clarence.' De 'tl-etjes' (van te laat) zijn het grootste probleem', zegt Nico. De jongens om hem heen eten hun boterhammen met kaas. Juan: 'Er zijn heel veel jongens die als ze 'buiten' komen niet weten waar ze naartoe moeten. Het enige dat je verteld wordt, is dat je een uitkering moet aanvragen. En de reclassering komt een keer, maar die zie je voor de rest nooit meer. Ik had al eerder geprobeerd om uit de problemen te raken, maar toen had ik niet de kracht om door te zetten. Op een gegeven moment is het enige dat helpt, dat je iets doet. Daardoor krijg je ook weer meer zin om iets te doen.

'Toen iemand van Herstelling vroeg waar ik wilde werken, dacht ik: dat is de zoveelste die dat zegt, en vervolgens gebeurt er niks. Maar dit is anders. Toen ik mijn loonstrookje voor het eerst kreeg, zei ik: Ok*, zo kan het dus ook. Het is niet veel, 900 euro, maar ik had het zelf verdiend. Eigenlijk was dat mijn enige droom toen ik klein was; dat ik werk had. Werk en een eigen plek om te wonen. Gewoon, huisje, boompje, beestje. En in feite is dat ook wat de andere jongens willen. Hij glimlacht. 'Alleen weten sommigen dat nog niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden