Iemand moet het volk de waarheid vertellen

Reizend door het land de afgelopen vijf maanden voor het schrijven van een boek, had ik de gelegenheid om de polsslag te voelen van de natie, ver weg van het campagnepubliek....

Thomas L. Friedman en © The New York Times

Maar ze willen het doen in Amerika. Ze zijn niet alleen moe van het opbouwen van naties zoals Irak en Afghanistan, waarvan zo weinig te zien is. Ze voelen iets fundamentelers: dat we niet meer zo sterk zijn. We lenen geld van stadstaten die Dubai en Singapore heten om onze banken te redden.

Onze generaals vertellen met de regelmaat dat Iran ons werk in Irak ondermijnt maar ze doen er niets tegen omdat we geen invloed en macht hebben – zolang ons leger vastzit in Bagdad en onze economie afhankelijk is van olie uit het Midden-Oosten.

Het laatste energie-initiatief van onze president was naar Saoedi-Arabië af te reizen en koning Abdullah te smeken ons een beetje te sparen met de olieprijs. Als je als president, na ‘11/9’, het land zegt om te gaan winkelen in plaats van pas op de plaats te maken om onze verslaving aan olie te doorbreken, dan eindigt het ermee dat hij, de president, de wereld afreist voor goedkope olie.

We zijn niet zo machtig meer als vroeger omdat we in de laatste drie decennia de Aziatische waarden van onze ouders generatie – hard werken, studeren, sparen, investeren en leven binnen je mogelijkheden – hebben opgegeven voor waarden als: ‘Je kan de Amerikaanse droom verwezenlijken – een huis – en je hoeft twee jaar niet te betalen.’ Daarom is Donald Rumsfelds beruchte verdediging waarom hij niet meer militairen naar Irak stuurde, de mantra van onze tijd geworden: ‘Je trekt ten strijde, met het leger dat je hebt.’ Hé, je marcheert in de toekomst met het land dat je hebt. Niet met het land dat je zou willen hebben.

Een paar weken terug, vlogen mijn vrouw en ik van New Yorks Kennedy-luchthaven naar Singapore. In JFK’s wachtruimte konden we nauwelijks een zitplekje vinden, 18 uur uur later, landden we op Singapore’s hypermoderne vliegveld met overal gratis internet en speelplekken voor kinderen. Als alle Amerikanen het luxe station van Berlijn konden vergelijken met het grimmige Penn Station in New York, zouden ze zweren dat wij de Tweede Wereldoorlog hadden verloren. Hoe kan dit? We zijn een supermacht. Hoe komt het dat we geld moeten lenen van Singapore? Misschien omdat Singapore miljarden dollars van zijn spaarcenten investeert in infrastructuur en wetenschappelijk onderzoek waarmee ‘s werelds grootste talenten worden aangetrokken.

Wie zal het volk dit vertellen? Want we zijn niet wie we denken te zijn. We leven op geleend geld. We zijn nog tot grootse dingen in staat mits we weer aan ons land gaan werken. Ik weet niet of Barack Obama daaraan leiding kan geven. Maar het idee dat het idealisme dat hij bij zoveel jongeren heeft losgemaakt er niet toe doet, is onzin. Miljoenen Amerikanen willen ons onderwijs en infrastructuur herstellen.

Ze willen dat ons land er weer toe doet, dat waardigheid en welvaart opbouwt. Wanneer we beide nastreven, niet slechts eentje, zegt Tim Shriver van de Special Olympics, ‘kan niemand ons stoppen.’

Thomas L. Friedman© The New York Times

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden