Iedereen wil meepraten over defensiemacht EU

In december 1999 besloten de EU-leiders in Helsinki om vóór 2003 een snelle reactiemacht op te richten. Een jaar later is duidelijk dat het project niet alleen een militaire uitdaging is, maar ook een diplomatieke: iedereen wil meepraten....

Van onze buitenlandredacteur Arnout Brouwers

De Europese Unie stampte begin dit jaar in korte tijd besluitvormingsorganen uit de grond - zoals een militair comité en een politiek veiligheidscomité - voor de oprichting van haar reactiemacht. Die kwamen al snel tot de conclusie dat voor de uitwerking van de plannen hulp van de NAVO nodig was. Een NAVO-vertegenwoordiger in Brussel schamperde over de EU-collega's: 'Ze weten niet eens wat ze niet weten.'

Een hechte relatie met de NAVO is een belangrijke voorwaarde gebleken om de Europese defensie-ambities waar te maken. Maar hoe zit het met die andere Europese veiligheidsorganisatie, de West-Europese Unie (WEU), en met Europese landen die geen EU-lidstaat zijn maar wel willen bijdragen aan de reactiemacht?

Waarschijnlijk valt Nederland, dat vanaf januari voorzitter is van de WEU, de eer te beurt deze organisatie ten grave te dragen. Helemaal zal de WEU niet verdwijnen: de wederzijdse bijstandsverplichting wordt, als Frankrijk zijn zin krijgt, in een Brusselse brandkast bewaard. De huidige operaties van de WEU, zoals een kleine politiemissie in Albanië, kunnen door de EU worden overgenomen. En de leden van de WEU-assemblee lieten - ongevraagd - alvast weten dat hun expertise ook beschikbaar is voor de EU-reactiemacht.

Belangrijker dan de toekomst van de WEU is echter de vraag hoe de zes Europese NAVO-bondgenoten die (nog) geen EU-lid zijn - Turkije, Noorwegen, Polen, Tsjechië, Hongarije en IJsland - en andere belangstellende landen, vooral uit Midden- en Oost-Europa, bij het euroleger betrokken moeten worden.

De EU wil graag samenwerken, - zolang deze landen maar geen plaats aan tafel krijgen. Dat vindt vooral Frankrijk, dat zijn droom van een autonome Europese krijgsmacht niet wil laten verstoren door bemoeienis van buitenaf.

Tijdens de EU-top van Feira in juni leek de puzzel voorlopig opgelost: de EU nam maatregelen om deze landen, vooral de zes NAVO-bondgenoten, nauwer bij de vorming van een Europese reactiemacht te betrekken. Op het menu stonden regelmatige 'consultaties' en medezeggenschap over de uitvoering van een echte operatie, zoals nu de vredesmachten op de Balkan. Bijdragen aan de reactiemacht van landen zoals Turkije waren welkom, maar over de inzet van de reactiemacht zou alleen de EU besluiten.

De in Feira gemaakte voorlopige afspraken over de samenwerking met de NAVO waren een belangrijke stap vooruit, omdat Frankrijk nu accepteerde dat bij de oprichting van de reactiemacht een rol voor de NAVO is weggelegd. De Verenigde Staten staan sinds de top in Feira dan ook positief tegenover de Europese plannen. Maar de Europese NAVO-bondgenoten zijn niet tevreden.

Turkije kon vorige week zijn bijdrage aan de EU aanbieden, samen met bijdragen van andere kandidaatleden en NAVO-bondgenoten. Maar Ankara eist nog steeds directe betrokkenheid bij de besluitvorming over het euroleger en ligt in de aanloop naar de EU-top van Nice dwars bij de samenwerking tussen NAVO en EU. De Turkse krijgsmacht behoort immers tot de grootste van Europa en de kans is groot dat een volgende crisis zich in de buurt van Turkije zal voordoen: dertien van de zestien crisisscenario's van de NAVO spelen zich af in Turkijes directe nabijheid. Kan Europa het zich veroorloven zo'n belangrijke speler in de kou te laten staan, vragen de Turken zich hardop af.

Er wordt in Brussel druk gewerkt aan een compromis, met grotere betrokkenheid van NAVO-landen bij besluitvorming over Europese operaties in hun regio. Als daarbij gebruik wordt gemaakt van NAVO-middelen, is die betrokkenheid al gegarandeerd. Toch is er een reële kans dat bij de EU-top in Nice nog geen definitieve afspraken kunnen worden gemaakt over de samenwerking tussen EU en NAVO.

Inmiddels heeft ook Rusland belangstelling getoond voor de reactiemacht. Moskou lijkt vooral gecharmeerd van het euroleger omdat de Amerikanen er niet aan meedoen. Deze week riep minister van Buitenlandse Zaken Ivanov op tot een 'strategisch verbond' met de EU. Een gezamenlijke, Russisch-Europese aanpak van crisisbeheersing ligt volgens hem in het verschiet. Maakt Europa zich op voor een strategische partnerruil?

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, haastte zich het 'interessante' Russische aanbod te relativeren. 'We hebben geen Europees leger, alleen wat structuren zodat we een gezamenlijke inspanning kunnen plegen met de EU-lidstaten, NAVO-leden en wat andere landen. Kosovo is de realiteit. Daar werken we al nauw samen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden