'Iederéén wil een jongetje zijn - jongetjes zelf ook'

'De gevleugelde kat', het droomdebuut van Isabel Hoving, is toe aan de derde druk. Een kinderboek van 500 pagina's. Haar 'coming out'....

Het is een droomwereld waarin de 12-jarige Joshua - Jasje - Tak ronddwaalt, een gedroomd verleden, waarheen hij is gestuurd door de handelsfirma Giphart, een onderneming op zoek naar de toegang tot het echte verleden, want wie handelt heeft belang bij tijdreizen en de mogelijkheid lucifers te verkopen aan de oermens, of paracetemol in de Middeleeuwen.

Jasje Tak is de hoofdfiguur van De gevleugelde kat, het vuistdikke kinderboek dat Isabel Hoving (47) schreef, en dat ondanks, of dankzij, zijn ruim vijfhonderd pagina's op weg is naar een groot succes: een half jaar na publicatie verscheen al de derde druk (wat het totaal aantal exemplaren op vijftienduizend brengt), de vertaalrechten zijn aan Duitsland verkocht, en sindsdien ook, voor ruim een ton, aan Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Die honderdduizend euro, die vindt Hoving niet bijster interessant. 'Op de internationale kinderboekenbeurs was er veel belangstelling, maar wat dat dan concreet betekent, hoor je later pas. Dat blijft toch abstract. Het avontuur tussen het boek en mij, als schrijver, is nu voorbij. Het is alsof je kijkt naar een kind dat volwassen is geworden, en van wie je denkt: wat doe jij het goed!'

Ook over de personages in haar boek kan ze praten als over kinderen. 'Ik hou ook wel veel van haar', zegt ze over Jericho, het dode tweelingzusje van Jasje, die ze even daarvoor 'wreed' heeft genoemd. Jericho, doodgeboren, kan alleen in het droomverleden bestaan. Ze wordt vergezeld door een zwijgzame wachter, Lucide, die haar moet beletten de grens naar de werkelijke wereld over te gaan. 'Ik heb ontzettend moeten huilen om die scène dat ze weg moet met Lucide, als Jasje teruggaat naar huis.'

In Jasje, 'die twijfelkont', herkent ze zichzelf. Zij, 'vlammend feministe geweest', nam een jongetje als hoofdpersoon. 'Ik stelde mezelf als jongetje voor in mijn avonturen. Meisjes zijn nooit de held. Dat zit blijkbaar zo geworteld in onze culturele patronen. Ik zie het ook als een beloning voor mezelf dat ik nu ongegeneerd een jongetje kon zijn. Iederéén wil een jongetje zijn: mannen en vrouwen en meisjes, en jongetjes zelf ook.'

Ze ziet aan de vriendjes van haar zoon van tien 'hoe de mannenrol zich aanbiedt en hoe jongens die aannemen en die opplakken. En je ziet hoe de genderpolitie werkt, de andere jongetjes. Kinderen staan elkaar weinig toe. Ze zien voorbeelden van volwassen mannen in de reclame, in computerspelletjes.

'Een sterke vrouw, een sterk meisje, als hoofdpersoon ontkent ook iets. Namelijk hoe moeilijk het is om vrouw te zijn. Allemaal zitten ze met tegenstrijdige eisen. Mijn vrouwen zijn nijdig, omdat ze in opstand komen, maar over die opstand wil ik het verder niet hebben. Die worsteling kun je in een kinderboek niet kwijt.'

Het grootste gedeelte van De gevleugelde kat speelt zich af in het droomverleden, waarin Jasje met twee andere kinderen, een vriendje van twaalf en een meisje van veertien, gevangen raakt. Het verhaal is een klassieke queeste: een jongen op de grens van de volwassenheid gaat op reis, overwint talloze gevaren en leert onder ogen te zien wat hij het meeste vreest. Het boek gaat, onder veel meer, over grenzen - grenzen tussen dood en leven, tussen fantasie en werkelijkheid - en over het gevaar van het overschrijden daarvan.

'Het is een genre waar ik als kind veel van hield. Het gaat over leven en dood, over de grens tussen kindertijd en volwassenheid, over het gevaar dat je loopt, over de ernst van het leven, waarvan je je op die leeftijd bewust wordt. En tegelijk is het ook een luchtig genre, vol humor.'

De wereld die Hoving schiep, is vreemd en verrassend, maar 'fantasy' wilde ze niet schrijven. 'De echo's van de gewone wereld zijn belangrijker dan de schepping van een eigen wereld.' Een complete, eigen wereld verzinnen - 'er zijn talloze mensen die dat met overgave doen, die zich organiseren in clubs, die kaarten tekenen. Maar dat is voor mij de kunst niet, dat is het hobbyisme. De kunst is om het betekenisvol te maken.'

Dus heeft ze ervoor zorg gedragen dat haar droomwereld klopt. 'Alles wat er in staat, kan ik verantwoorden. Ik wilde de geschiedenis zoals wij ernaar kijken zo echt mogelijk weergeven.'

Dan gaat het, zegt ze, over het 'cultureel geheugen', een term uit haar vakgebied. Ze werkt als literatuurwetenschapper gespecialiseerd in interculturele en postkoloniale literatuurtheorie aan de Universiteit van Leiden. 'Ons idee van de geschiedenis is cultureel bepaald.'

Zo komen Jasje, zijn dode zusje en zijn vrienden op hun reis terug in de droomtijd terecht in door de pest geteisterde Middeleeuwen, zoals ze beschreven zijn in geschiedenisboeken en historische romans. Maar Hoving wilde ook een 'andere verbeeldingswereld' in haar boek, waarin wordt gereisd door 'een multiculturele tijd'. Zo bracht ze de kinderen - de witte Jasje, de lichtbruine Bors, de donkere Teresa - op een plantage waar zwarte mensen zich schuilhouden voor monsterlijke mensen-zonder-huid, bij wie achter een doorzichtig membraam spieren te zien zijn en botten en aders. 'Het moest duidelijk zijn dat er ook iets raars is met Europeanen. In West-Afrika werden ze in de tijd van de kolonisatie echt mensen-zonder-huid genoemd - daarom zeg ik ook: alles in het boek is herleidbaar.

'Multiculturaliteit, feminisme - het boek is een vertaling van waar ik in mijn werk mee bezig ben. Misschien hebben kinderen daar wat aan. Een van de leidraden voor de kinderen in het boek, 'het doet er niet toe waar je vandaan komt, het gaat erom waar je heen gaat', is de titel van een wetenschappelijk artikel. Dat zie je nu ook, in de maatschappij, bijvoorbeeld bij moslims. Er wordt steeds gevraagd waar ze vandaan komen, maar de vraag is: waar ga je naar toe.'

Volwassenen willen vaak van haar weten of zo'n rijk, complex boek niet te moeilijk is voor kinderen. Ze denkt van niet, hoort dat ook terug van kinderen in haar omgeving. 'Kinderen lezen op het avontuur, en dat is vrij rechtlijnig: een jongen maakt een reis en krijgt te maken met allerlei gevaren. Volwassenen pikken meteen alle andere lagen op, ze gaan nadenken. Volwassenen willen meedenken en meeschrijven.'

En natuurlijk, soms zitten er ook 'privégeintjes' in die volwassenen sneller oppikken. Voor de nietsontzienende handelsfirma koos ze de naam Giphart, en ze liet een medewerker tegen de kinderen zeggen dat 'Giphart in uw leeftijdsgroep een zeer populaire bestemming' is.

'Ik werk vaak met gevonden namen, en in Giphart zit gappen, en bikkelhard, en gitzwart. Van die harde, glibberige connotaties en een naam die resoneert met de werkelijkheid. Bij Giphart gaat het om de verleiding, de hebzucht, de wellust. Ik denk dat Ronald Giphart heel goed een neefje zou kunnen zijn in die hele familie.'

Ze debuteerde pas dit jaar, maar ze schreef al veel langer. 'Voor mij was het een kinder-iets. Ik dacht nooit: kom, dit moet naar buiten. Ik wíst niet beter. Ik deed het al vanaf dat ik drie jaar was, vanaf dat ik een potlood kon vasthouden. Dan tekende ik poppetjes en vertelde mezelf verhalen over die poppetjes.

'Later schreef ik verhalen, maar altijd woest experimenteel, zonder kop en staart. Over avonturen, over trouw en verraad, over kameraadschap, over het idee van ridderschap en broederschap. Maar niet over de romantische liefde, want die heeft me nooit een biet geïnteresseerd.

'Ik ben met schrijven gestopt toen ik ergens begin twintig was. Ik had echt het idee dat mijn stem er niet toe deed. Ik dacht: wie zit er nou te wachten op de idiote verzinsels van een wit meisje uit de bourgeoisie. Toen ben ik andere dingen gaan doen. Ik heb me gestort in de vrouwenbeweging, ik ben gaan lesgeven, ik ben literatuurwetenschap gaan studeren; allemaal bezigheden die me relevant leken. Ik schreef wel artikelen, maar wetenschappelijke.

'Maar het bleef knagen, en toen mijn zoontje zo oud was dat ik hem voor kon lezen, dacht ik ineens: een kinderboek! Het probleem was niet het schrijven, maar het genre. En ik was midden veertig. Ik dacht: het wordt nooit later. Die tijd dat je het rustig krijgt, dat je kunt gaan schrijven, die komt niet.

'En toen werd het griezelig. Kan ik het nog wel? Vind ik het nog leuk? En nu besloot ik ook dat ik de wereld er mee in wilde. Die verlamming van vroeger - het idee dat mijn stem er niet toe deed - wilde ik overwinnen. Bij dit boek heb ik vanaf het begin lezers voor ogen gehad. De taal moest transparant zijn, anders dan ik gewoon was. Als ik mezelf de losse teugel geef, wordt het heel vreemd.

'Het was haast een coming out. Mijn stem móest naar buiten.

'En dat het een kinderboek werd. . . Dat was in de eerste plaats omdat ik het genre van het avonturenverhaal opeens herontdekte. En ten tweede. . . Een van de dingen waarom ik wat angstig was om te publiceren, is dat ik weet waar het terechtkomt. Ik weet dat op woeste, vette, barokke boeken over het algemeen niet zo gunstig wordt gereageerd, als ze niet van Isabel Allende zijn, of van Garcia Marquez.

'Dat was misschien angsthazerij. Maar ik heb niet het geloof dat ik de hele wereld zou kunnen veranderen. En ik had destijds het idee dat je in kinderliteratuur kunt doen wat je wilt, zonder dat iemand het ziet. Het leeft in de wereld, maar onder kinderen.

'Ja. Dat is wat paradoxaal. Aan de ene kant was ik toe aan de werkelijkheid, aan de andere kant zoek ik een deelgebied. Maar ik ben oud genoeg om niet heel afhankelijk te zijn van het oordeel van anderen. En ik had geen zin om voor Nederlandse critici te schrijven.'

Ze schreef het boek in acht maanden en stuurde het naar uitgeverij Querido, die een groot kinderboekenfonds heeft. 'Na twee maanden kreeg ik een telefoontje. 'Dat ik u bel, zegt nog helemaal niets, maar ik ben zo nieuwsgierig naar wie dit boek geschreven heeft.' Toen had ik gelijk die paniekreactie. Waarom lezen jullie het? Het is allemaal onzin! Ik heb het zelf verzonnen!'

Meer dan honderd pagina's moesten er uit. 'Voor het schrijven zelf had ik geen klap aan mijn werk, maar voor het redigeren en corrigeren wel. Ik kon die honderd pagina's er vrij gemakkelijk uitgooien. Het ging meer van: Kom, Isabel, hè, hè, dan van: O, nee! Kom niet aan mijn baby.'

Maar ze had moeite de wereld van het boek vaarwel te zeggen. De landkaart voorin het boek, heeft ze getekend toen het af was. 'Ik kon nooit ophouden met dat schrijven en dat doen.' En ze schreef, toen ze het manuscript ingeleverd had, en voor ze het kon gaan redigeren 'nog honderden en honderden pagina's, als een soort vingeroefening'. Uitputtende familiegeschiedenissen verzon ze voor de personages in het boek, of ze zette een heel verleden op papier voor de steden die er in voorkomen.

Is ze al bezig aan een volgend boek?

Ze lacht. 'Ik ben niet opgehouden met schrijven en ik denk wel dat ik mijn medium gevonden heb. Daar wou ik het bij laten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden