'Iedereen speelde kiekeboe'

De financiële crisis in Griekenland is, volgens oud-bankier André Szász, een symptoom van een groter probleem. Vrijwel alle Europese landen hebben de spelregels van de monetaire unie ooit aan hun laars gelapt....

Door Peter de Waard

‘Een gevaarlijke ontwikkeling’, noemde hij het destijds in de Volkskrant. André Szász (77), oud-bankier van De Nederlandsche Bank (DNB) en voormalig hoogleraar Europese integratie, waarschuwde al in 2001 voor de toetreding van Griekenland tot de Economische & Monetaire Unie (EMU): ‘De staatsschuld van Griekenland is nog steeds hoger dan het nationaal inkomen, terwijl die volgens de regels van Maastricht maar 60 procent van het bruto nationaal product mag zijn. Dat is hij niet en dus mag Griekenland niet meedoen.’

De Europese ministers lapten dat advies aan hun laars. ‘Gelukkig wordt de ene schending van verdragsverplichtingen niet door een nieuwe gevolgd’, zegt hij negen jaar later over de verklaring van de Europese regeringsleiders van donderdag waarin toezeggingen aan Griekenland voor financiële hulp achterwege zijn gebleven.

Szász: ‘Als dat wél gebeurt, zou het laatste beetje geloofwaardigheid van de euro verloren gaan.’

Wat is er fout gegaan met de monetaire unie?

‘Dat is simpel. In het Verdrag van Maastricht waren criteria vastgelegd waar landen aan moesten voldoen. Het overheidstekort mocht niet hoger zijn dan 3 procent en de staatsschuld niet hoger dan 60 procent van het bruto nationaal product. En die twee criteria hingen nauw met elkaar samen. Maar vanaf het begin zijn ze niet gehandhaafd.’

Vanaf het begin?

‘Italië en ook België voldeden er meteen al niet aan. Maar zonder die landen kon de Europese Monetaire Unie niet van start. Met de belofte dat ze er later alsnog aan zouden voldoen, werden ze toegelaten. Dus toen Griekenland in 2001 als twaalfde land wilde toetreden, vond men dat de Grieken ook niet geweigerd konden worden.’

De landen moesten beloven dat hun staatsschuld in een bevredigend tempo zou dalen.

‘Maar dat was niet het geval. De staatsschuld in Griekenland was in 1999 105 procent, in 2000 106 procent en in 2001 107 procent. Als Griekenland de staatsschuld had willen doen dalen, dan zou een overheidstekort van maximaal 3 procent niet volstaan. Dat zou er helemaal geen tekort mogen zijn. Als je de gulden gaat fuseren met de drachme, moet je regels stellen. Maar vanaf dag één is de hand gelicht met de regels.’

Hadden Duitsland en Frankrijk dan niet iedereen tot de orde moeten roepen?

‘Die hebben zelf de regels aan hun laars gelapt. Toen Sarkozy president werd, liet hij weten dat Frankrijk van de regels zou afwijken. Dat was vóór de crisis. En Oscar Lafontaine, de Duitse minister van Financiën in de regering van Schröder, vond die criteria eigenlijk onzin. Niemand was recht in de leer en dat tastte de geloofwaardigheid van de euro aan. Ik was een keer op een conferentie met oud-bankiers en toen werd mij gezegd: ‘De Duitsers van jouw tijd zijn de Duitsers van nu niet meer.’

Hoe moet je ervoor zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt?

‘Er moeten afdwingingsmogelijkheden komen. Dat betekent een inperking van de soevereiniteit. Kohl en Mitterand hebben begin jaren negentig samen een brief geschreven dat er naast de monetaire unie ook een politieke unie zou moeten zijn. Dat was nodig om de verwachte dynamiek van een EMU in goede banen te leiden.’

We zijn nu verder dan ooit af van een politieke unie.

‘Net op het moment dat we met de monetaire unie het hoogtepunt in de integratie beleefden, ontstond een dieptepunt in het draagvlak.’

De Europeanen hebben zich van Europa afgekeerd. Het ging blijkbaar allemaal te snel met de euro en de uitbreiding van de EU. Daardoor is het draagvlak afgenomen.’

‘De snelheid is niet het echte probleem. Het probleem is dat de redenen van de Europese eenwording en de implicaties ervan niet aan de Europeanen zijn uitgelegd. De mensen zijn niet serieus genomen. Europa lijkt hun door politici te zijn opgedrongen. De gemakken werden benadrukt, zoals het niet meer hoeven wisselen tijdens de vakanties. Niet de ingewikkelde politieke redenen.’

Waarom hebben politici dat niet gedaan?

‘Omdat ze zelf geen idee hadden wat het inhield.’

Wat houdt het dan in?

‘Voor de Fransen was een door Duitsland gedomineerde Europese monetaire politiek onaanvaardbaar. Daarom moest de monetaire politiek overgeheveld worden van Duitsland naar Europa.’

Daar is geen politieke unie voor nodig.

‘Voormalige bondskanselier Helmut Schmidt schreef ooit: Währungspolitiek ist Aussenpolitik.’

Is het alleen belangrijk om de koers van de munt veilig te stellen?

‘Dat gaat verder. Europa wordt door zijn verdeeldheid gekraakt tussen de supermachten Rusland, China en de Verenigde Staten. We vormen geen eensgezind blok tegenover Rusland, zodat Rusland ook geen rekening met ons hoeft te houden. Ad hoc mogen we af en toe een rol spelen, zoals Sarkozy in Georgië, maar er is geen beleid.’

En ten opzichte van de VS?

‘Daar tellen we al helemaal niet mee. Kissinger zei ooit: ‘Als ik iemand in Europa wil hebben, dan weet ik niet wie ik moet bellen.’ Dat is ons opgebroken bij de inval in Irak. En dat zal ons nog veel erger kunnen opbreken. De VS hebben een gigantische buitenlandse schuld van 11,6 biljoen dollar. Dat probleem is maar op twee manieren op te lossen: besparen of infleren. Besparen zal niet gebeuren. Dus een waardevermindering van de dollar is de enige oplossing. Dat zal enorme gevolgen hebben voor Europa en China. Maar als Europa kunnen we geen vuist maken en de VS tot iets anders dwingen.’

Wat moet dan gebeuren?

‘Als je echte invloed wil hebben in de wereld, moet je een deel van de soevereiniteit opgeven.’

Dat lijkt een utopie, gezien het Franse en Nederlandse neen tegen bijvoorbeeld de Europese grondwet.

‘Dat neen op zichzelf vond ik niet eens zo erg. Maar ik hoopte dat het na het referendum zou zijn afgelopen met de kiekeboe-race. Dat er gewerkt zou worden aan het creëren van draagvlak voor Europa. Maar het is nu helemaal kiekeboe. In officiële stukken is het woord integratie vervangen door Europese samenwerking.’

Wat bedoelt u met kiekeboe?

‘Politici riepen dat we als een kind zo blij moesten zijn met de euro tijdens de crisis. Anders was het nog erger geweest en waren er ook valutaproblemen ontstaan. Maar dat is maar een halve waarheid. Omdat er geen valutaproblemen konden ontstaan, ontstond een veel groter probleem. De economieën van landen groeiden uit elkaar zonder dat het mogelijk was de valutakoers aan te passen. De onevenwichtheden zijn groter geworden dan als iedereen met de crisis nog een eigen valuta had gehad. Politici stellen het mooier voor dan het is, omdat ze denken dat het publiek dat wil horen.’

We zitten nu met de brokken. De EU moet Griekenland niet helpen?

‘Landen hebben afgesproken niet op te draaien voor elkaars staatsschuld. Dat is de enige afspraak van de EMU waar we ons aan hebben gehouden.’

Maar dan gaat de euro ten onder.

‘De euro gaat niet ten onder door Griekenland. De euro gaat pas ten onder als de Duitse burgers zich belazerd gaan voelen door al die landen met tekorten waarvoor zij moeten opdraaien. Daar zou een populistische partij op kunnen inhaken en dat is het einde van de euro. Hopelijk komt het niet zo ver.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden