Iedereen neemt toch gezondheidsrisico's

De filosoof Rutger Claassen is geen voorstander van de vettaks, maar vindt wel dat de overheid mensen mag aanspreken op onverantwoord gedrag. 'Ik zie meer in een zacht paternalisme.'

Ieder mens heeft het recht zich klem te eten aan kroketten, chips en negerzoenen. Verstandig is het niet, maar onze vrijheid is niets waard als we geen onverstandige keuzes meer mogen maken, zegt de filosoof Rutger Claassen.


De vraag of de staat zich mag bemoeien met het eetgedrag van de burger komt aan de orde in zijn recente boek Het Huis van de Vrijheid. Claassens ideaal is de autonome burger, die zelf beslist hoe hij zijn leven wil inrichten. Een slechte gezondheid beperkt iemands vrijheid, zeker als er een verslaving in het spel is. Daarom mag de staat een burger helpen om gezonder te leven, bijvoorbeeld door een cursus stoppen met roken te betalen. Maar als een zware roker daar geen zin in heeft, moet hij met rust worden gelaten, zegt Claassen, docent politieke filosofie aan de Universiteit Leiden.


Het vraagstuk is actueel: afgelopen week constateerde de Raad voor de Volksgezondheid dat het verschil in gezondheid tussen hoger en lager opgeleiden is toegenomen. Lager opgeleiden roken en drinken meer, en eten vetter. Daarom pleitte de raad voor een 'vettaks' op ongezonde producten. Ook wil de raad meer geld voor preventie. Minister Schippers van Volksgezondheid ziet daar weinig in. Gezond leven is een individuele verantwoordelijkheid, vindt ze. Daarom verdwijnen preventieprogramma's - bijvoorbeeld een cursus stoppen met roken - uit het basispakket van de zorgverzekering. Ook stopt ze subsidies aan 'betuttelende' campagnes tegen roken, drinken of andere ongezonde gewoonten.


Is een gezonde leefstijl een puur individuele verantwoordelijkheid?

'Het fundamentele probleem in deze kwestie is: kiezen mensen werkelijk voor een bepaalde leefstijl of niet? Het antwoord lijkt er vaak een beetje tussenin te hangen. Heel veel dingen doen we op basis van routinematig gedrag, een soort automatische piloot. Bij veel mensen is niet meer duidelijk of ze er bewust voor gekozen hebben die automatische piloot aan te zetten, of dat ze als een slaaf achter hun calorische behoefte aan rennen, omdat het nu eenmaal diep in onze genen is ingebakken om zo veel mogelijk vet zo snel mogelijk op te slaan. Ook de sociale omgeving blijkt van sterke invloed op het eetgedrag van mensen.


'Mijn pleidooi is om dat op te helderen. Confronteer mensen: wat voor leefstijl wil je nu eigenlijk? Een huisarts kan vragen: ben je willens en wetens te zwaar? Heb je het ervoor over om tien jaar korter te leven of heb je er last van? Als mensen hun leven willen veranderen, kun je ze helpen, bijvoorbeeld met een cursus. Volgens mij is dat niet betuttelend, zolang mensen zelf aangeven hun leven te willen veranderen. De volgende vraag is natuurlijk of je dat collectief moet financieren. Dat is een lastiger kwestie.'


Het VVD-Kamerlid Mulder was daarover heel duidelijk: waarom moet de hardwerkende Nederlander bloeden voor de slechte leefstijl van een ander?

'Toch vind ik het niet zo gek om het collectief te financieren, net zoals het grootste deel van de zorg collectief gefinancierd wordt. Ik ben niet tegen eigen verantwoordelijkheid, maar in de gezondheidszorg is het ondoenlijk om een directe link te leggen tussen iemand levensstijl en de kosten die hij veroorzaakt. We nemen allemaal gezondheidsrisico's, in een of ander opzicht. Denk aan skivakanties, sportblessures, mensen die zo hard werken dat ze een burn-out krijgen. Het idee van een collectieve zorgverzekering is toch dat we solidair zijn met elkaar.'


Maar jagen die rokers, drinkers en dikzakken de andere Nederlanders niet op kosten? Moet je daarom niet zeggen: laat ze meer zorgpremie betalen of een hogere eigen bijdrage?

'Ik geloof niet dat ze meer kosten. De grootste kosten worden aan het eind van het leven gemaakt, en qua kosten maakt het niet uit of dat einde eerder of later komt. Maar zelfs als ongezonde mensen duurder zouden zijn, vind ik het nog een moeilijke afweging. Je moet de collectieve kosten van de gezondheidszorg afwegen tegen de vrijwillige beslissing van een individuele burger om ongezond te leven. Ook dan zou ik die individuele keuze zwaarder laten wegen. We moeten mensen helpen met gezond leven, maar ook hun vrijheid respecteren als ze daarvan niet gediend zijn. Daardoor kun je ze ook beter motiveren als ze wel aan hun gezondheid willen werken. Ze zullen zich meer inzetten, als het hun eigen keuze was mee te doen aan programma's als 'stoppen met roken.'


Wat vindt u van de vettaks?

'Die benadeelt ook degene die af en toe een kroketje neemt en verder niet te dik is. Zo'n belasting is heel ongericht. Dat wekt veel weerstand.'


Maar de overheid gebruikt toch wel vaker belastingen om gedrag te beïnvloeden. Kijk naar de accijnzen op benzine, alcohol en tabak.

'Daarvoor geldt in feite hetzelfde. Een deel van die accijnzen dient natuurlijk om de belastingbasis te verbreden, om niet alles uit de inkomstenbelasting te halen. Maar als je zulke dingen belast, doe je dat altijd met paternalistische argumenten. En voordat je tot paternalisme overgaat, moet je altijd nadenken of er geen betere manieren zijn om je doel te bereiken. Ik zie meer in een zacht paternalisme: de overheid helpt je een beter leven te leiden, met jouw eigen instemming.


Rutger Claassen debuteerde in 2004 met Het Eeuwig Tekort, een bewerking van zijn doctoraalscriptie over het onstilbare verlangen naar consumptie. Drie jaar geleden promoveerde hij op een academische studie naar de morele grenzen aan marktwerking. Het Huis van de Vrijheid is weer een boek voor een breder publiek.


Veel mensen geloven dat de vrijheid sinds de jaren zestig te ver is doorgeschoten. Maar als de overheid nieuwe grenzen stelt, klinkt meteen het verwijt van betutteling. Claassen analyseert dit thema aan de hand van heel concrete kwesties, zoals het zeilmeisje Laura en het rookverbod in de horeca. Maar ook: mag de overheid burgers tot duurzaam consumptiegedrag bewegen? En: mag de overheid nieuwkomers dwingen tot integratie?


Claassen bouwt voort op het onderscheid tussen negatieve en positieve vrijheid, in 1958 geformuleerd door de Engelse filosoof Isaiah Berlin. Negatieve vrijheid is de afwezigheid van dwang, door de overheid of andere burgers. Volgens het negatieve vrij heidsideaal garandeert de staat alleen de veiligheid op straat en ordent hij de markt. Verder laat hij burgers zo veel mogelijk met rust. Sommige burgers profiteren daar meer van dan andere. Hoe rijker, machtiger, gezonder en beter opgeleid je bent, hoe gemakkelijker het doorgaans is om je leven vorm te geven. De achterblijvers vinden veel meer obstakels op hun weg. Volgens de aanhangers van het positieve vrijheids-ideaal moet de overheid deze obstakels zo veel mogelijk opruimen, zodat iedereen even veel meesterschap over zijn leven heeft.


Dat klinkt aantrekkelijk, stelde Berlin, maar positieve vrijheid is een gevaarlijk ideaal. Het is immers de overheid die beoordeelt welke burgers geholpen moeten worden bij het verwerven van de vrijheid, omdat ze niet helemaal autonoom zijn. Dat opent de deur naar betutteling en bemoeizucht, zelfs naar (gedwongen) heropvoeding en een totalitair systeem. Kortom, het ideaal van de positieve vrijheid gaat al snel ten koste van de vrijheid zelf. Claassen: 'Berlin heeft gelijk dat dit gevaar dreigt, maar ik denk dat hij doorschiet. Volgens mij zijn er genoeg mogelijkheden om burgers te helpen, zonder dat je direct naar een totalitaire samenleving afglijdt. De overheid hoeft ook geen visie op het goede leven te hebben. Ze moet niet tegen burgers zeggen: het goede leven is christelijk, carrièregericht of ecologisch verantwoord. Het gaat om iets anders. De overheid moet er vooral voor zorgen dat burgers zelf kunnen kiezen hoe ze hun leven willen inrichten. Maar om mensen die autonomie te geven, moet de overheid actie ondernemen.'


Grofweg zijn er drie benaderingen, zegt Claassen. De overheid kan zichzelf zo klein mogelijk maken om de verantwoordelijkheid van de burger te benadrukken. De overheid kan zich ook opstellen als een pastoor, die burgers voorschrijft hoe zij moeten leven. Claassen kiest voor een tussenpositie: de overheid moet burgers waar nodig beter toerusten om zelf keuzes te maken.


Hij erkent dat er soms een dunne lijn loopt tussen dit positieve vrijheids- ideaal en een overheid die burgers wil voorschrijven hoe zij moeten leven. In zijn boek geeft hij het voorbeeld van minister Rouvoet, die stelde dat burgers die louter consumeren niet werkelijk vrij zijn. De ware vrijheid schuilt in het helpen van de ander, aldus Rouvoet. 'Daarmee gaat hij voorbij aan het vrijheidsbegrip. Echte vrijheid veronderstelt immers dat je er ook voor kunt kiezen niet zorgzaam te zijn.'


Vond u het vorige kabinet, het 'VU-kabinet', betuttelend?

'Op een aantal terreinen wel. Bijvoorbeeld het algehele rookverbod in de horeca. Waarom moeten alle cafés rookvrij worden, als een deel van de mensen vrijwillig besluit dat ze willen roken in het café? Je moet er wel voor zorgen dat er voor niet-rokers genoeg andere mogelijkheden zijn in de horeca. Wanneer dat het geval is, schaden de rokers in hun eigen cafés niemand.'


Wat vindt u van het huidige kabinet? Is dat het kabinet van de negatieve vrijheid?

'Ja, dat vind ik wel. Je ziet dat het duidelijkst bij de maatregelen rond het persoonsgebonden budget en de sociale werkplaatsen. Juist op plaatsen waar mensen uit de onderste lagen van de samenleving proberen hun leven zelf vorm te geven, met behulp van de overheid, wordt gesnoeid. Dat vind ik echt onbegrijpelijk. Er spreekt een visie uit waarin je veronderstelt dat mensen al autonoom zijn en de overheid niets meer hoeft te doen om ze te helpen autonoom te blijven. Dat vind ik te gemakkelijk.


'Juist als je oog hebt voor de zelfredzaamheid van mensen zou je voorzichtig moeten zijn met zulke bezuinigingen. Maar er is een fixatie op het idee dat zelfredzaamheid betekent: alles helemaal zelf doen. In mijn optiek is zelf-redzaamheid iets waar de hele gemeenschap voor verantwoordelijk is. Die gemeenschap omvat ook het individu zelf. Die heeft een belangrijke rol. Maar ook iemands vrienden, familie, omgeving en soms ook de overheid hebben een rol te spelen. Zie het als een orkest waarin ieder zijn partij blaast. Elke autonome burger is een gemeenschappelijke prestatie van formaat.'


De staat is geen geluksmachine, zegt premier Rutte. Mensen moeten zelf in actie komen, ook aan de onderkant van de samenleving.

'Als je uitsluitend in termen van negatieve vrijheid denkt, gooi je de diepere betekenis van het vrijheidsideaal weg, als het spreekwoordelijke kind met het badwater. Negatieve vrijheid is alleen maar waardevol omdat het mensen in staat stelt zelf de regie over hun leven te nemen. Maar als je dat erkent, moet je ook de stap maken naar positieve vrijheid. Om iets van hun leven te kunnen maken hebben mensen ook bepaalde hulpbronnen nodig.'


Maar waar leg je de grens? Er zijn ook mensen die zulke hulpbronnen eigenlijk niet nodig hebben, er passief van worden of er zelfs misbruik van maken.

'Klopt. Je moet eerst de piketpalen slaan. Dan zul je zien dat er een grijs gebied is. Maar het feit dat er tussen dag en nacht een grijs gebied van schemering zit, wil niet zeggen dat de concepten dag en nacht waardeloos zijn. Natuurlijk is het lastig om het persoonsgebonden budget goed uit te voeren. Maar dat is politiek: wat zijn de toegangsvoorwaarden, hoe bestrijden we fraude, hoe zorgen we dat de regeling terecht komt bij de mensen waarvoor zij bedoeld is? Het eist veel van de uitvoeringspraktijk. Nu wordt er vanwege fouten in de uitvoering gezegd: we schaffen 90 procent van die regeling af.'


Vindt u dat de vrijheid in de samenleving te ver is doorgeschoten?

'Mijn ideaal van persoonlijke autonomie is een politiek ideaal. Dat betekent dat geen enkele burger maximale vrijheid heeft, omdat je nu eenmaal samenleeft met andere burgers. Natuurlijk zie ik ook gevallen waarin mensen die maximale vrijheid wel claimen, door zich brutaal te gedragen in het verkeer of voor te dringen in de rij. Maar aan de andere kant laat onderzoek steeds weer zien dat Nederlanders veel vrijwilligerswerk en mantelzorg doen, en de gulste gevers aan goede doelen zijn. Ouders blijken zelfs twee keer zo veel tijd aan hun kinderen te besteden als in de jaren tachtig!


'De filosoof Michael Walzer zei: de klacht dat de vrijheid is doorgeschoten is een permanente klacht van de liberale samenleving. Vanaf de Verlichting in de 18de eeuw zeiden mensen dat de samenleving te individualistisch was geworden. Volgens Walzer moet je die klacht zien als een nuttige waarschuwing. Pas op, wees je ervan bewust dat een vrije samenleving ook verantwoordelijkheden schept.'


RUTGER CLAASSEN

1978

Geboren in Amsterdam


1996-2002

Studie rechten Utrecht


1997-20031997-2003

Studie filosofie Utrecht


2004

Boek Het Eeuwig Tekort


2003-2008

Docent filosofie Universiteit Utrecht


2008

Promotie Utrecht, over marktwerking in de zorg


2008

Docent politieke filosofie Universiteit Leiden


2011

Het Huis van de Vrijheid. Uitgeverij Ambo. 22,50 euro.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden