Iedereen naar huis met een mooi verhaal

Beetje dimmen, wil Jan Tromp zowel Brussel als de lidstaten toeroepen na zes maanden ronddolen in de Europese coulissen.

Aan de Europese Unie zal in 2018 een einde komen. Het project zal instorten nadat de Zuid-Europese landen zich eerst omwille van de euro hebben laten uitmergelen en vervolgens nationalisme, separatisme en neofascisme de kop hebben opgestoken.


Thomas Bellinck is de enige niet die fraai kan somberen over de toekomstkansen van de EU. Bellinck is een jonge, Belgische theatermaker. Met ijver en liefde knutselde hij vorig jaar een expositie in elkaar, een namaakmuseum van panelen en kijkkasten vol relikwieën dat hij het Huis van de Europese Geschiedenis in Ballingschap doopte. Wie het museum bezocht, bevond zich in 2063. In een doolhof van gangen, trappen en kamertjes keek men terug op de periode van de Lange Vrede, het ooit verenigde Europa. Dat Europa was in 2018 ineengezakt onder de druk van zijn eigen contradicties. In historisch perspectief, zo leerde de bezoeker, was de Europese Unie niet meer geweest dan een atypische onderbreking van het gangbare in Europa: verdeeldheid en oorlog.


Het was niet dat Bellinck en zijn museumcuratoren een lange neus trokken naar Europa. Verdriet verdrong scepsis. Treurnis overheerste over een project dat te hoog gegrepen bleek te zijn.


Met de Europese verkiezingen voor de deur is de vraag: waar komt het verdriet van Europa vandaan? Een veelgehoorde klacht is dat Brussel sluipenderwijs ('ze rommelen ons d'rin') de soevereiniteit van land en volk leegvreet. Is dat de kern van het probleem? In de meeste gevallen ligt de wenselijkheid van Europese regels voor de hand. Je krijgt broeikasgassen niet uit koelkasten en luchtverversers met nationale wetgeving. Insnoeren van de tabaksindustrie is Europees al een tour de force, laat staan per land.


Wie een tijdje rondstruint in Brussel, en zo veel mogelijk buitenstaander probeert te blijven, ziet dat er hard gewerkt wordt; je proeft de overtuiging dat landen met elkaar het continent overeind moeten houden. Je bent geneigd te zeggen: dat is goed werk, nuttig werk, nodig werk. Steeds meer is de wereld een open speelveld. Wie zich niet organiseert, wordt weggespeeld.


En toch is er ongelooflijk veel weerzin tegen het Europese project, ook buiten de kring van de populisten. John Gray, de vermaarde Britse politiek filosoof, meent dat de natiestaat het maximaal bereikbare is voor een democratie. Als je afdrijft van de natiestaat, drijf je af van de democratie. Gray: 'Er is geen Europese nationaliteit, in reactie krijg je hernieuwd nationalisme. Het Europese concept vernietigt zichzelf.'


Hans van Baalen, liberaal europarlementariër, zei laatst op een bijeenkomst: 'We zijn boos, we zijn allemaal vreselijk boos, we zijn bang, we weten niet waar het naar toe gaat en we zijn naar binnen gekeerd.' Tot wie hij zich richtte, was niet helemaal duidelijk. Maar zijn woorden gaven treffend de sfeer weer van een onrustig en dolend Brussel. In overgrote meerderheid vindt men voortgaande integratie een vanzelfsprekendheid; anti-geluiden zijn moeilijk te verteren.


René Cuperus, cultuurhistoricus en columnist van de Volkskrant, waarschuwde in juli vorig jaar dat 'Europese eenheid door de strot duwen van een tegenstribbelende Europese bevolking' zich tegen het Europese project zelf kan keren. Cuperus: 'Wat nu gevreesd moet worden, is het ontstaan van een snoeiharde zwart-wit polarisatie over Europa. Je bent 100 procent voor, of 100 procent tegen. Exit een gematigd tussenverhaal.'


Brussel weet van de scepsis, maar lijkt deze te willen aftroeven dan wel te bagatelliseren. Men zoekt de vertrouwdheid van de eigen bubble, die ook fysiek als een cocon werkt - je hebt de glazen kantoorpaleizen van het Europese kwartier en daarbuiten de 19de eeuwse stad, een andere wereld, een boze buitenwereld.


De sfeer doet denken aan Den Haag in de beginjaren van deze eeuw. Fortuyn kwam op, hij ondervond grote weerklank onder het publiek. Aan het Binnenhof kropen de gevestigde politieke partijen in een schuttersputje. Schuilen totdat de storm betijt. Maar vanzelf gaat de wind niet liggen.

Mantra

Brussel probeert zich te wapenen tegen de scepsis door een politiek van meer van hetzelfde. De mantra is: we moeten ons verhaal uitleggen. Maar wat als dat niet overtuigt? Dan moeten we ons verhaal nóg beter uitleggen. De Europese instituties beoefenen een weemakend soort public relations.


Persbericht uit oktober 2013: de Karel de Groteprijs voor jongeren ligt weer klaar (met prijsjes van 2 tot 5 mille; de gemiddelde europarlementariër zet zijn vuilnisbak niet aan de stoep voor zo'n bedrag). In aanmerking voor de prijs komen projecten van jongeren die 'het Europees bewustzijn bij jonge mensen aanmoedigen'. Hoe? Onder meer door het stimuleren van 'een gedeeld besef van Europese identiteit'. Voelen mensen zich niet veeleer Brabander of Herptenaar of desnoods Luttelherptenaar dan Europeaan?


In 2012 won Europe on track. Het idee was zes jonge mensen een maand lang per trein door Europa te sturen; zij moesten leeftijdgenoten vragen voorleggen over de toekomst van Europa. In het naar binnen gekeerde Brussel werd het een prijswinnende gedachte gevonden.


Over twee weken zullen vijfduizend jongeren uit alle 28 EU-landen een geheel verzorgd bezoek brengen aan het Europees Parlement, onder het motto 'Ideeën voor een Beter Europa'. Klaus Welle, de secretaris-generaal van het parlement, noemt het 'the European Youth Event 2014'. Het wordt dringen. Er is de komende maanden ook al een Youth Event 2014 van de episcopale kerk, een Youth Event 2014 tegen de dwang van internet en een Youth Event 2014 tegen de vervolgde christenen. Het staat op voorhand niet vast dat het Youth Event 2014 van Welle de slag gaat winnen.


Er bestaat zoiets als geloofsijver in Brussel. In de loop der tijd is al van alles ondernomen om identificatie met Europa tot leven te wekken, van het voorstel om in musea Europese zalen in te richten tot de idee dat het leuk zou zijn 365 tv-uitzendingen te maken, gewijd aan grote Europeanen. Alle inspanningen wachten nog op resultaat.

Wijzer

Zo'n zes maanden geleden begonnen we met deze rubriek, Hier Brussel. Het kwam voort uit nieuwsgierigheid: hoe functioneert die EU nu concreet? Inmiddels een klein beetje wijzer zou je Brussel én de lidstaten willen toeroepen: een beetje dimmen alsjeblieft. Hou eens op met dat krampachtige leuren met Europese identiteit. Die bestaat niet en zonder die zoektocht naar identiteit is de opdracht om Europa overeind te houden al ingewikkeld genoeg.


En premier Rutte en zijn collega-regeringsleiders zouden wat minder verheven kunnen zijn over het leerstuk van soevereiniteit. Het ministerie van Buitenlandse Zaken presenteerde vorig jaar zomer 54 'actiepunten'. Het ging om zaken waar Brussel van af moet blijven. De strijdlust droop ervan af.


Maar iedere ingewijde wist dat het fake was. Het was vertoon van spierballen over lullige zaakjes, van de verordening tot oprichting van een Europees vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening ('Nederland acht de voorgestelde uitvoeringsmodaliteit te zwaar') tot de verordening inzake geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten ('Nederland heeft zorgen over de uitwerking van de verordening in de praktijk').


De vraag is of de scepsis van het publiek over het Europese project niet uit een heel andere omstandigheid voortvloeit dan uit zorgen over verlies van soevereiniteit.


Wat het meest frappeert, rondlopend in de Brusselse instellingen, is de georganiseerde chaos. Het is een bestuurlijke doolhof. Dikwijls weet je niet waar een onderwerp is en waar het naar toe gaat. Het kan jaren onderweg zijn trouwens. Plotsklaps braken de instituties dan een uitkomst uit. Europa heeft besloten. Alleen had niemand er greep op.


De historicus en filosoof Luuk van Middelaar is staflid van Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad. Van Middelaar schreef een prachtig boek over de geschiedenis van de EU, De passage naar Europa.


Een van de kenmerken van de huidige Unie, schrijft hij, is 'de onzichtbaarheid van de Europese tafel van regeringen'. Van Middelaar verklaart het uit het diepe verlangen van de grondleggers van Europa om een nieuwe Frans-Duitse oorlog onmogelijk te maken. De methode was de nationale belangen en de nationale economieën met elkaar te vervlechten en zo te dwingen tot een politiek van compromissen.


Van Middelaar: 'Die missie is geslaagd. Maar de methode had een publieke prijs. De permanente onderhandeling tussen de regeringen blijft voor de bevolkingen goeddeels buiten beeld.'


In een keizerlijke hofhouding wordt vermoedelijk eenvoudiger besloten dan in de EU. Je hebt raden van ministers, expertgroepen, permanente vertegenwoordigers, Europese Commissarissen, kabinetschefs, europarlementariërs, rapporteurs, raadswerkgroepen, wandelgangen, politiek assistenten, een Economisch Sociaal Comité, een Comité van Regio's, lobbygroepen van allerlei snit, parlementaire commissies. Het is een bonte stoet. Ze werken aan richtlijnen en verordeningen, houden elkaar bezig met behandelvoorbehouden en subsidiariteitstoetsen, amendementen in eerste lezing en tweede lezing, groenboeken en witboeken, oranje kaarten en gele kaarten; er zijn bijeenkomsten van Coreper I en Coreper II, er is conciliatie en comitologie. Er zijn 28 landen.


Je moet veel van Europa houden om het allemaal te kunnen volgen, of het moet je werk zijn. Voor veel burgers nodigt zo'n ongrijpbare besluitvorming uit tot onverschilligheid of tot het daarop volgende stadium van ergernis, te weten afkeer.


Het tragische is dat de kwesties die in Brussel aan de orde zijn, vaak genoeg fascinerend zijn om te volgen - als ze te volgen zouden zijn. Noem eens wat: het gevecht tussen europarlement en Raad van Ministers over bescherming van de privacy, met in de coulissen de belangenbehartigers van Google, Facebook en Microsoft. Het is minstens zo fascinerend als het drama van de jeugdzorg nu deze overgaat van rijk naar gemeenten. Dat laatste onderwerp kan men bijna van stap tot stap meemaken, het eerste is amper zichtbaar.


Er is geen regering van Europa. Er is geen parlement dat een regering naar huis kan sturen. Er is geen arena. Er zijn naast elkaar opererende instituties. Die onderhandelen aan de hand van procedures. Ze moeten zien dat ze eruit komen. Dan dwarrelen al gauw honderden amendementen uit over expertgroepen en rapporteurs. Het begrip stroop als aanduiding voor het proces schiet tekort, het is stijve pap, geronnen vet. Er is geen herkenbaar debat. Het publiek kan niet weten wie waarover besluit en waarom.

Terugspeelbal

De EU is een bestuursding. In de Europese Unie is er de dwang van opgestapelde compromissen, van uitkomsten zonder winnaars omdat er geen verliezers mogen zijn, omdat uiteindelijk iedereen naar huis moet kunnen met een mooi verhaal. Van Middelaar vergelijkt de cultuur van het dwingende compromis met 'de slaapverwekkende terugspeelbal op de keeper'. Logisch dat het publiek de tribunes verlaat. Van Middelaar: 'Alleen als er wordt gestreden om winst of verlies wordt het publiek als meelevend koor het spel ingezogen. Het eist zichtbaar drama.'


Dat drama is er niet. En het zal er ook niet komen. Het systeem is nu eenmaal ondoorgrondelijk uit noodzaak. Het functioneert bij de gratie van stugge onderhandeling en onheldere compromissen. Zichtbaar drama ontbreekt in dat theater. Het helpt niet dat de voorzitter van de Europese Commissie straks benoemd wordt op voordracht van het parlement. Juncker, Schulz, Verhofstadt? Ook een begin van opwinding is nog niet gerapporteerd. Het brede publiek zal het gevoel blijven houden dat men niet weet wie waarover beslist. Het maakt het probleem van de euroscepsis onoplosbaar.


Het zou Brussel moeten nopen tot bescheidenheid. Geen European Youth Event 2014 of soortgelijke manifestaties van krampachtige zelfoverschatting.

Not sexy

Onder de Groenen in het europarlement gaat met veel instemming een You Tubefilmpje rond met de titel We are not sexy and we know it (zie volkskrant.nl/ hierbrussel). Het komt van een bureau, Old Continent, dat zich toelegt op visueel commentaar op de EU. De boodschap: het Europees Parlement kan geen einde maken aan de ellende op de wereld, het doet wel nuttig werk, naar vermogen. In amper één minuut de waarde van het parlement verklaard en gerelativeerd, geestig en zonder poeha - het is een verademing.


HIER BRUSSEL EN VERDER


Voor wie Brussel wil begrijpen zijn op volkskrant.nl/ hierbrussel alle Hier Brussel-stukken te lezen.


Dit is het laatste uit de reeks, maar Jan Tromp zal zich voor Vonk van tijd tot tijd opnieuw onderdompelen in de Europese instituties en daarvan verslag doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden