Iedereen moet vrij zijn een hond wel of niet te aaien

Sylvia Witteman
Een hond bij een supermarkt. Beeld anp
Een hond bij een supermarkt.Beeld anp

Onder de grond van het Museumplein bevindt zich een supermarkt, met de ingang bovengronds: een overdekt niemandslandje aan de kop van de roltrap, tot voor kort het werkterrein van de vrolijke daklozenkrantverkoper Jorge. Hij is een paar weken geleden gestorven. Er is een klein monument voor hem opgericht, met zijn lachende foto aan de muur, omwolkt door beschreven, gele memo-papiertjes, laatste groeten van de buurtbewoners.

Gisteren zat er ook een hondje, zijn lijn vastgebonden aan het hek. Hij was jong en zwart, een zogeheten 'schippertje'. Er zitten wel vaker honden, want ze mogen niet met hun baas mee onder de grond. Ze wachten daar, als Cerberus bij de poort van Hades. Volwassen honden doen dat meestal kalm, in de wetenschap dat hun baas toch wel terugkomt. Maar dit hondje was daar blijkbaar nog niet zo zeker van. Hij sprong telkens tegen het hek, en keek ongerust naar beneden. 'Het komt wel goed, kerel', zei ik maar eens tegen hem, en aaide hem over de kop, waarbij hij piepend van enthousiasme tegen me op sprong.

Nu kwam er een, zo te zien voltallige, schoolklas binnen. Een bonte groep 15-jarigen, blank, bruin, zwart, beige, dik, dun, met hoofddoeken, dreadlocks, kekke petjes en blonde paardenstaarten. Het gezelschap wierp zich en masse op het hondje, dat inderdaad erg schattig was, met zijn dropneusje en flapperige jongehonden-oortjes. Dat geaai van tientallen handen maakte hem uitzinnig van vreugd; hij sprong telkens met alle vier zijn poten tegelijk blaffend de lucht in, een schel kinderblafje, en likte iedereen waar hij hen maar raken kon.

Twee jongens deden niet mee: een gedrongen blonde jongen met blozende pofwangen, en een beeldschone, tengere, zandkleurige knaap met zwarte krullen, sprookjesogen en een dito mond, voorzien van een ingewikkelde beugel, om het niet te gek te maken. Sceptisch keken ze van een afstandje naar die orgie van tederheid.

De 'ezelsoor', ingang tot de supermarkt en parkeergarage op Museumplein. Beeld anp
De 'ezelsoor', ingang tot de supermarkt en parkeergarage op Museumplein.Beeld anp

''t zijn toch vieze beesten...', sprak de mooie, een beetje verontschuldigend. 'Dat zegt je gelóóf zeker weer?', gokte de blonde. De ander knikte, en hernam, een beetje spottend: 'En jij dan? Moet jíj dat 'lieve hondje' niet aaien?' De blonde schudde fanatiek zijn hoofd. 'Nee, man. Ik heb geen geloof of zo. Maar gewoon, ik ben gebeten door een hond, toen ik klein was...' hij schoof de mouw van zijn jas omhoog en toonde een litteken op zijn pols.

De mooie jongen knikte en besloot toegeeflijk: 'Moet iedereen gewoon zelf weten, of je een hond aait, of niet.'

Het hondje sprong nog steeds op en neer tussen de strelende handen. Vanaf zijn wolk van gele papiertjes keek dode Jorge lachend toe.

s.witteman@volkskrant.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden