'Iedereen moet Homeland zien'

Drie keer eerder maakte George Sluizer een film over twee Palestijnse families. Nu keerde hij terug om een film te maken als een aanval - op de Israëlische regering en militairen. 'Israël is in de war als een dolle koe.'

'Ik wist dat het enige medicijn dat misschien voor mij zou werken, het maken van een film was. Nadat mijn lichaamsslagader was geklapt, ben ik dood verklaard. Maar ik ben herrezen. Driekwart jaar moest ik revalideren, wat geen lolletje was. Ik heb vaak gewenst dat ik erin was gebleven. Daarna wilde ik weten of ik het maken van een film mentaal en fysiek weer aankon. Als een tennisser die een zware blessure heeft gehad, en weer wil gaan spelen.


'Het onderwerp diende zich vanzelf aan. Bijna veertig jaar geleden bezocht ik twee Palestijnse families, van wie ik ben gaan houden. Ik heb ze in 1973 gefilmd, daarna in 1977, en nog een keer begin jaren tachtig. Mijn woede over wat de Israëlische regering de Palestijnen aandoet, is groot. Die eerdere documentaires moesten vooral gemaakt worden. Als ze ook bekeken werden, was dat meegenomen. Homeland moet door zoveel mogelijk mensen worden gezien.'


George Sluizer (78) heeft met moeite plaats genomen in een stoel in zijn woning aan de Stadionweg in Amsterdam. Hij is slecht ter been, moet lopen met twee stokken. Maar als hij praat, schitteren zijn ogen, en is hij zeer vitaal. Met zachte stem formuleert hij heel precies zijn harde aanklacht tegen de Israëlische staat. Het is een paar dagen voor zijn vertrek naar het Midden-Oosten, waar Homeland tijdens het 4de Abu Dhabi Film Festival in wereldpremière zal gaan.


Met de term 'herrezen' verwijst de regisseur op ietwat ironische toon naar de dag waarop zijn aorta het begaf. Het was Eerste Kerstdag 2007, nu bijna drie jaar geleden, toen een aneurysma, een opgezwollen slagader, barstte. 'Gewoonlijk sterf je daar binnen vijf minuten aan, maar ik ben in de ambulance vanuit de bergen naar Lyon gebracht, een rit van vijf uur. Ik ben in twee ziekenhuizen dood verklaard, maar toch was er een chirurg die mij wilde opereren. Ik heb het aneurysma overleefd, zonder hersenactiviteit. Medisch was het eigenlijk onmogelijk.'


Een man die dood is geweest, is vrij geworden. Hij hoeft geen blad meer voor de mond te nemen, hoeft niet hypocriet te doen om zijn zin te krijgen. Niet dat schijnheilig doen ooit in Sluizers aard heeft gelegen. Hij staat bekend als een regisseur die niemand spaarde tijdens het filmmaken. In George Sluizer - Filmen over grenzen (Hans Heijnen, 2006), zegt hoofdrolspeler Gène Bervoets uit Spoorloos dat hij zich erover verbaast dat hij nog niet in de krant heeft gelezen dat de regisseur iemand heeft vermoord. 'Hij is ertoe in staat.' Waarbij Bervoets aantekende dat zijn rol in Spoorloos de beste uit zijn carrière was, dankzij Sluizer.


Felle aanval

Homeland is een felle aanval - ook in de film uitgesproken op zachte, maar vasthoudende toon - op de Israëlische regering en militairen. 'Ik had me voorgenomen alles te zeggen wat in mij op zou komen, alles wat ik duidelijk wil maken over de onderdrukking van het Palestijnse volk.' De film mondt uit in een bezoek aan Ariel Sharon, de oud-premier van Israël, die sinds januari 2006 in coma ligt. In het ziekenhuis spreekt de regisseur tegen hem, terwijl Sharon, het lijf grotendeels ontbloot, op zijn bed ligt. Althans, zo lijkt het.


Leidraad van de film is het warme weerzien met de families Hammad, een groot islamitische gezin, en Jadda, een christelijk gezin. De eerste keer dat Sluizer een vluchtelingenkamp van Palestijnen in Beiroet bezocht, samen met cameraman Fred van Kuyk, logeerde hij vijf weken bij de Hammads. 'Ze waren zo enorm blij dat een westerling, nog wel met een camera, zich hun lot aantrok. Ze niet afschilderde als ongeletterde nomaden, als vieze mensen. De hele wereld beschouwde hen als terroristen, ik wilde proberen hen enige waardigheid te geven. Ik heb tien kinderen meneer, zei moeder Hammad, en u bent mijn elfde. Een Jiddische mama, maar dan Palestijns, die je steeds vraagt of je wel gegeten hebt, of je kleren gewassen moeten worden. Die gastvrijheid maakte grote indruk.'


Begin jaren zeventig begon Sluizer zich te interesseren voor de Palestijnse zaak. In Homeland loopt hij door een straat in Beiroet waar de kogelgaten in de muren zitten. Het doet hem denken aan de Tweede Wereldoorlog, zegt hij. Zijn Joodse vader, die met zijn gezin vanuit Frankrijk voor de nazi's naar Engeland was gevlucht, werkte er voor Radio Oranje. De rest van de Sluizers bleef in Nederland.


'Ze zijn allemaal, ik denk zo'n kleine honderd mensen, in Auschwitz en andere kampen vermoord. Ik heb mijn ooms en tantes, neven en nichten nooit gekend. Mijn vader heeft altijd sterk de nadruk gelegd op rechtvaardigheid en op de rechten van minderheden. Als kind en jongere was ik er niet zo mee bezig, maar toen ik me in de jaren zestig aansloot bij de anti-Apartheidsbeweging, was mijn vader trots. Je hebt toch naar me geluisterd, zei hij.'


Revolutie en vrijheid

Vader Hammad haalt Sluizer, die over de deels kapotte weg naar diens huis is gestrompeld, binnen als een verloren zoon, al zijn ze beiden ongeveer even oud. Hij spreekt met Saada, een van de dochters. In 1973 vroeg hij haar waaraan ze denkt als hij het woord Palestina noemt. Revolutie tot de overwinning, antwoordt ze. In 1977 geeft ze, met een even stralende glimlach, hetzelfde antwoord. Maar in 1982, het is vlak voor de aanval door christelijke Libanese milities op de kampen Sabra en Shatila (onder toeziend oog van de Israëli's), is haar zelfverzekerdheid verdwenen. Komt er ooit een dag dat de Palestijnen hun eigen land, een homeland, zullen hebben? Ze twijfelt. Vader Hammad zegt tegen zijn dochter, bijna dertig jaar later, dat hijzelf niet zal terugkeren naar Palestina, maar zij wel. En als zij niet zal terugkeren, zal het haar zoon zijn. En als die Palestina niet zal weerzien, haar kleinzoon. Het klinkt bijna als een rituele bezwering.


'Het hoofdthema van mijn derde documentaire in Beiroet was het geheugen', zegt Sluizer. 'De oude mensen die in 1948 waren gevlucht, konden zich nauwelijks meer herinneren hoe het echt was geweest. De jongeren hadden alleen de verhalen over het voormalige Palestina. Het probleem in het contact tussen grootouder en kleinkind is dat er geen vaderland meer is, geen gezamenlijke herinnering om op terug te vallen.'


Sluizer doorspekt de beelden van zijn bezoek aan Beiroet met uitstapjes naar de door Israëli's gekoloniseerde gebieden. Hij gaat er verhaal halen door de bewoners te confronteren met het lot van de verdrevenen. In een prachtige scène weet hij een Joods-Amerikaanse vrouw, wier glimlach op haar gezicht gebeiteld lijkt te staan, het bloed onder de nagels vandaan te halen. Ze schreeuwt bijna tegen Sluizer dat hij eens met zijn kruistocht moet stoppen. Vergeet dat gedoe met de Palestijnen en kijk eens hoe mooi Israël is, voegt ze hem toe.


Steeds citeert Sluizer Israëlische regeringsleiders en generaals, uit wier uitspraken volgens hem blijkt dat de Israëlische staat altijd uit is geweest op het verdrijven en zelfs vernietigen van de Palestijnen. 'Vergeet niet dat bijna alle regeringsleiders, te beginnen met Ben Goerion, lid zijn geweest van terroristische organisaties. Uit wat zij hebben gezegd en gedaan blijkt dat het oorlogsmisdadigers zijn. Ben Goerion zei dat de Arabieren met alle mogelijke middelen aangepakt moeten worden. Rabbijn Ovadia Yosef, de geestelijk leider van de ultrareligieuze Shas-partij, sprak de wens uit dat de Palestijnen van de aarde zouden verdwijnen. 'Moge God hen treffen met de pest, deze Israëlhaters en duivelse mensen', zei hij. Israëlische soldaten, geïnstrueerd door hun superieuren, zeggen zonder schaamte dat Palestijnen beesten zijn zonder ziel.'


Een land in de war

Israël, wil Sluizer duidelijk maken in Homeland, is geen democratie. 'Het is een land dat in de war is, als een dolle koe. De regering en de militairen neigen naar het fascisme. Met verkeerde argumenten, met onzinredeneringen, wordt agressiviteit tegen de Palestijnen gelegitimeerd. De filosofe Hannah Arendt waarschuwde Ben Goerion al in de jaren veertig dat het oprichten van een eigen Joodse staat in het Midden-Oosten zou leiden tot bloedvergieten en het corrumperen van het Judaïsme.'


Sluizers bezoek aan Beiroet en Israël culmineert in een confrontatie met Ariël Sharon. De regisseur ontmoette Sharon - toen minister van Defensie - in 1982, bij het maken van zijn derde documentaire in Beiroet. 'Ik had een vergunning nodig om naar Israël te kunnen gaan. Israëlische officieren durfden die niet te geven, dus brachten ze me naar Sharon. Die stond bij een van de ingangen van Sabra en Chatila. Er was niemand, er speelden alleen een paar Palestijnse kindertjes, van twee, drie jaar oud. Plotseling pakte hij zijn pistool en schoot hij ze dood. Alsof het om konijnen ging.'


In Homelandpraat Sluizer geëmotioneerd tegen Sharon, die voor hem op bed ligt. 'Ik denk dat de wereld, allereerst de Palestijnen, en ikzelf, beter af zouden zijn geweest als u in Auschwitz was gestorven, zoals de meesten van mijn Hollandse familie', zegt Sluizer. Sharon is een seconde of zes in beeld, in een irreële, dromerige scène. Heeft Sluizer werkelijk tegen hem gepraat? 'Ik ben in zijn kamer geweest en heb Sharon gezien. Ik wil mijn vijanden als het ware in de ogen kunnen zien. Als het moet, kom ik overal binnen, dat heb ik vroeger in de contra-inlichtingen geleerd.'


Zullen de Palestijnen ooit een eigen staat krijgen? Homeland eindigt met een citaat van Mandela: 'Geen macht op aarde kan een onderdrukt volk dat zijn vrijheid wil tegenhouden.'


De Arabische zender Al Jazeera, die in vele tientallen landen te ontvangen is, gaat de documentaire uitzenden. 'Voor het eerst in mijn leven heb ik gepitcht', zegt Sluizer. 'Ze vertelden me dat naar verwachting minimaal 10 miljoen mensen zullen kijken, en misschien wel veel meer.'


Homeland zal gezien worden.


CV

1932 Geboren in Parijs, 25 juni


1961 Hold the Black Sea, eerste film, Zilveren Beer Filmfestival Berlijn


1972 João en het mes


1974 Land der vaderen, eerste documentaire over Palestijnen


1977 Een brief uit Libanon - a reason to go, tweede documentaire


1979 Twee vrouwen


1982 Gooi een atoombom op de Palestijnen, derde documentaire


1988 Spoorloos (Nederlandseinzending voor de Oscars)


1992 Utz


1993 Dark Blood


1993 The Vanishing (remake van Spoorloos


1996 Mortinho por Chegar a Casa


1998 The Commissioner


2002 La balsa de piedra


2010 Homeland, vierde documentaire over Palestijnen


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden