Iedereen kent de schoolplaten van Cornelis Jetses

In de schoolplaten van tekenaar Cornelis Jetses, die vanaf zaterdag geëxposeerd worden in het Onderwijsmuseum in Rotterdam, mocht geen detail voor de schoolkinderen verloren gaan. Alles ten dienste van het educatieve doel.

In een oer-Hollands landschap trekt een span paarden een ploeg diep door de grond. Vogels vliegen erboven om het zaaigoed eruit te pikken. Een ander span egt verderop, er wordt gezaaid en gepoot. Op de achtergrond wordt de mest uitgereden.

Het is duidelijk: een fotograaf had al deze akkerbouwactiviteiten, die in het echt maanden vergen, nooit in een fractie van een seconde kunnen vangen. Het is de meerwaarde van de schoolplaat: in één rijke tekening ligt een schat aan verhalen en informatie verborgen.

‘Het knappe van Jetses is dat hij al die bezigheden in één beeld weet te vatten, zonder dat het onmogelijke ervan meteen stoort’, zegt Tijs van Ruiten, directeur van het Onderwijsmuseum in Rotterdam. Zaterdag wordt daar een tentoonstelling geopend van de wandplaten van Cornelis Jetses (1873-1955), die met Johan Herman Isings (1884-1977) geldt als dé tekenaar van schoolplaten.

Hoewel in Rotterdam ook zelfportretten en onbekende naaktstudies van Jetses te zien zijn, beperkt de expositie zich vooral tot de wandplaten. ‘Jetses maakte vele duizenden tekeningen voor boeken van de uitgeverijen Kluitman en Wolters in Groningen, waar hij een levenlang aan verbonden was’, zegt Van Ruiten. ‘Iedereen kent daarnaast het leesplankje en de tekeningen van Dik Trom en Ot en Sien, die ook van zijn hand zijn.’

Ha! Ot en Sien, die dachten we al te herkennen. Daar zitten ze op het hek, de lammetjes voerend, terwijl even verderop een koe met de hand wordt gemolken. Mooi niet dus. De steeds opnieuw afgebeelde kinderen heten Hein en Mientje en horen in de verhalen die onderwijsvernieuwer Jan Ligthart maakte voor de serie Het Volle Leven.

De platen die erbij werden gemaakt, hielpen de schoolkinderen zich te verplaatsen in een andere wereld. Zo zagen kinderen uit de stad hoe het er op het platteland aan toeging.

Hoewel: daar zag het er niet zo idyllisch uit als Jetses weergaf. Al bij het verschijnen van de platen in de eerste decennia van de 20ste eeuw klonk de kritiek dat hij een wel erg geromantiseerd beeld schetste van het landleven.

Hoewel iedereen ze (her)kent, heeft Jetses verbazingwekkend weinig schoolplaten vervaardigd: een stuk of twintig. ‘Maar die hebben zo’n enorme impact gehad, het zijn iconen van de onderwijsgeschiedenis’, zegt Van Ruiten.

De platen werden al snel als een vaste klasversiering gebruikt, terwijl ze zo helemaal niet bedoeld waren. Eerst moest het hele verhaal verteld worden, over het werk op het land, over de bereiding van kaas, over het steken van leem en het malen van meel. Met behulp dus van de belevenissen van de jongens. En dan kwam de plaat tevoorschijn, om iedereen ademloos te laten kijken, zoals de laatste decennia de school-tv aan ging.

Neem de plaat Aan het bouwen, uit 1926. In steenrode kleuren krioelt het van de activiteiten. Als er zo veel bouwvakkers op een plek tegelijk aan het werk zijn, loopt iedereen elkaar in de weg. Maar alle fasen van het bouwen van een huis zijn zo gedetailleerd afgebeeld, dat ze haast een technische opleiding op zichzelf vormen. En toch oogt de plaat als een geheel.

Jetses’ stijl verraadt zijn achtergrond als lithograaf. Hij gebruikt heldere kleuren en een klare lijn, als was hij een striptekenaar. Alles wordt scherp verbeeld, om te bewerkstelligen dat geen detail voor de schoolkinderen verloren gaat. En hij slaagt erin dat levendiger en met een fraaiere compositie te doen dan veel van zijn tijdgenoten. Het moet de reden zijn waarom we juist Jetses nog kennen.

Anders dan zijn collega Isings, die alleen historische taferelen schilderde, beperkte Jetses zich tot het leven van alledag. Hij maakte slechts twee geschiedenisplaten, waarvan Ter Walvischvaart, uit 1911, de bekendste is. We zien een woest, in ijsblauwe tinten geschilderd tafereel, ergens op Spitsbergen. Op de voorgrond een ijsbeer in de aanval, met daarachter allerlei aspecten van de walvisjacht uit de 17de eeuw.

Bijzonder aan Jetses is dat hij, hoewel een zeer kundig tekenaar, zich nooit met eigen ‘vrij’ werk heeft beziggehouden. Alles tekende hij in opdracht. Hij exposeerde niet met schilderijen of tekeningen. Alle kunstzinnige stormen van de eerste helft van de twintigste eeuw gingen aan hem voorbij.

Zijn naam was ook niet belangrijk: met een handtekening in een Wolters-stempel achter op de originelen deed hij afstand van de auteursrechten. Voorop staan vaak wel de namen van de schrijvers Ligthart en Scheepstra, maar niet die van Jetses.

Toch onderscheidt een plaat van Jetses zich, vindt Van Ruiten. ‘De klare lijn, de compositie, de diepte. Alles ten dienste van het educatieve doel, maar zó mooi en rijk gemaakt. Noem daarom Jetses de kunstenaar onder de illustratoren, maar ook niet meer dan dat.’

Jetses maakte ook de illustraties op de beroemde leesplankjes. (de Volkskrant)
Meer over