Column

Iedereen kan een goede taalbeheersing hebben

Het leven is ingewikkeld. Enerzijds krijg ik vaak klaagbrieven over vulgair taalgebruik: 'Lieve mevrouw, die godslasteringen en geslachtsdelen de hele tijd, die heeft iemand als u toch niet nódig?'; anderzijds krijg ik nogal wat lezers in de mail die zich storen aan wat ze doorgaans 'moeilijke woorden' noemen. 'Waarom een woord als 'apotheose'? (of embonpoint of bacchanaal of matineus of eloquent of hautain of fallocraat). Het is toch juist de kunst om iets met simpele bewoordigen over te brengen?'

null Beeld anp
Beeld anp

'Zeker is dat een kunst', antwoord ik dan, 'en ik heb ook groot ontzag voor mensen die daar goed in zijn.' Als ik in een wat vileiner humeur ben zeg ik iets als: 'Moeten we soms allemaal in monosyllabische stamelaars veranderen?' ('nu doet u het wéér!')

Maar soms slaat de twijfel toe. Laatst kreeg ik een brief, een echte, papieren brief, van een oude man die 'onzeker' werd van buitenlandse woorden, omdat hij al heel jong zijn ouders moest helpen op de boerderij en na de lagere school niets meer geleerd had. 'Iedereen spreekt tegenwoordig talen, maar ik niet, geen woord', schreef hij. 'Moet ik me daarvoor schamen?' Nou, néé, natuurlijk. Zelf schaamde ik me wél. Ik met mijn neus in de boeken en die man maar werken.

Ik nam me voor, die oude indachtig, om nóóit meer een uitheems woord te gebruiken, maar dat pakte niet goed uit. Zoals ik al zei, het leven is ingewikkeld. Wat voor de één moeilijk is, is voor de ander heel gewoon. Ik begon bij zowat elk woord te aarzelen. Is 'funest' een moeilijk woord? Piëteit? Consternatie? Incognito? Digestiefje? Ik probeerde ze te vervangen door een 'simpeler' variant, maar dat lukte vaak niet en ik voelde me als die arme Vlamingen die tijdens de cultuurimperialistische taalzuiveringen in de jaren '50 opeens 'gips' en 'kwark' moesten zeggen, terwijl ze 'plaaster' en 'plattekaas' gewoon waren. Ik gaf het op.

Woorden zijn geweldig. Ik houd te veel van woorden om er zoveel buiten te sluiten. Ik wil elk woord opschrijven dat mij te binnen schiet, of dat nu 'kut' is of 'scabreus'. Ik heb tegen mijn kinderen, ook toen ze heel klein waren, altijd die 'moeilijke' woorden gebruikt. Het leverde nooit problemen op en het zijn welbespraakte kinderen geworden. 'Elitair hoor', zegt nu menigeen. Maar ik zeg u: een goede taalbeheersing wordt pas elitair als alleen de elite erover beschikt. Het kost geen geld en tegenwoordig ook geen moeite meer om een woord op te zoeken, dus iedereen kan het. Wie daar geen zin in heeft moet het vooral niet doen; ieder zijn meug, maar kwaad worden op mensen met een uitgebreide woordenschat is onzin. Je wordt ook niet kwaad op iemand die graag schone, netjes gestreken kleren draagt, als je zelf liefst in vlekkerige lompen loopt (zoals ik)?

O ja, trouwens: neem een abonnement op Onze Taal. Dat is een heerlijk blad, over de meest uiteenlopende onderwerpen die allemaal (zijdelings) met taal te maken hebben: slechte slogans ('een timmer timmert, een tandarts boort, maar wij zitten lekker in Velsen Noord'), over taalonderwijs voor vluchtelingen, over waarom een tulp een tulp heet, noem maar op, nooit saai, altijd fijn. En voor wie het elitair vindt om geld uit te geven aan taal: ze zitten ook op Twitter. Gratis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden