Iedereen kampioen; Hoe komen de stokpaardjes door de CPB-keuring?

Met het CPB-rapport in de hand kan iedere partij een mooi eigen verhaal ophouden en tegelijkertijd andere partijen de maat nemen. Maar leveren de partijen op die punten waarover ze het hoogst van de toren blazen?

Geert Wilders, Emile Roemer, Mark Rutte en Diederik Samsom zijn in de Rode Hoed met elkaar in gesprek in afwachting van het verkiezingsdebat. Beeld anp

Iedere partij zegt, met de doorrekeningen van het CPB en PBL in de hand, de beste plannen voor Nederland te hebben. Is de ene partij kampioen banen op de korte termijn, dan is de ander de beste voor de structurele werkgelegenheid in 2040. En waar het pijn doet, daar durven de partijen 'lastige keuzes' te maken. Zo is wat een onafhankelijke graadmeter voor politieke plannen moet zijn, vooral munitie voor meer debat. Kijkend naar de prioriteiten van de partijen biedt het CPB wel uitkomst. Namelijk: scoort een partij op die punten die zij voorop heeft staan? De zeven grootste partijen onder de loep.

Een noot vooraf. Het CPB gaat bij zijn berekeningen uit van wat het noemt 'het basispad', dit zijn de verwachte effecten op economie en milieu van het huidige kabinetsbeleid en het recentelijk gesloten Lenteakkoord, een pakket aan ombuigingen en hervormingen voor de komende jaren. (Vrijwel) alle cijfers in de doorrekening van de programma's geven de verschillen weer ten opzichte van deze uitgangswaarden. Bij de cijfers hieronder wordt dat 'basispad' aangeduid als 'ten opzichte van de verwachting' of 'uitgaand van het staande beleid'.

VVD
De VVD wil 'niet doorschuiven, maar aanpakken', het wegwerken van de staatsschuld en structureel begrotingsevenwicht zijn speerpunten. Daar slaagt de partij ten dele in. De partij mag zich kampioen wegwerken van het begrotingstekort noemen, maar ook bij de VVD is het feitelijke tekort in 2017 nog 1,1 procent van het binnenlands product is (0,2 procentpunt boven de Europese afspraak).

Maar, zegt fractieleider Stef Blok, wij komen wel op een 'structureel' evenwicht uit. Voor wie het nog niet duizelt, hier een uitleg. Wie genoegen neemt met het feitelijk tekort, slaat deze alinea over. Het tekort is volgens de uitgangssituatie van het CPB in 2017 2,6 procent van het binnenlands product (uitgaand van het staande beleid). Het pakket van ombuigingen van de VVD werkt daar 2,5 procentpunt van weg, dus realiseren de liberalen begrotingsevenwicht. De voornemens van de VVD hebben echter effect op de economie (bezuinigen kost geld) waardoor netto het tekort met slechts 1,5 procentpunt daalt (en dus op 1,1 procent blijft steken in 2017). Maar dat zijn korte-termijnfluctuaties, zegt Blok, structureel zorgt de VVD voor begrotingsevenwicht.

Dan de banenmachine van de VVD. De liberalen zijn de absolute winnaar op de lange termijn. In 2040 levert de aanpak van de VVD 3,75 procentpunt meer banen op (wederom ten opzichte van de verwachting op basis van het staande beleid). De SP levert juist 3,75 procentpunt banen in ten opzichte van de verwachtingen. Volgens CPB-directeur Coen Teulings is dat een verschil van een half miljoen banen. Dat zal de liberalen als muziek in de oren hebben geklonken.

Op korte termijn doet de VVD het wat betreft de werkloosheid juist minder goed dan de SP. De werkloze beroepsbevolking stijgt bij de SP in 2017 0,4 procentpunt (ten opzichte van de geschatte werkloosheid in dat jaar), bij de VVD is die stijging 0,8 procentpunt. De VVD zal vooral pronken met de structurele werkgelegenheid. De SP zal benadrukken dat mensen juist nu behoefte hebben aan een baan.

Een vlek op het VVD-blazoen: de files nemen enkel toe door het liberale beleid, in 2020 met maar liefst 10 procent. Het autogebruik stijgt met 2 procent, het OV-gebruik daalt met 2 procent.

PvdA
De PvdA is de campagne ingegaan met twee thema's: groei en banen. Op groei scoort de PvdA het minst van alle partijen. De jaarlijkse verwachte groei van 1,5 procent neemt door het PvdA-beleid 0,5 procentpunt af in de jaren tot 2017. De PvdA houdt dus 1 procent jaarlijks groei over. Bij andere partijen daalt de groei ook, behalve bij de VVD en de PVV. Bij de VVD blijft de groei gelijk (1,5 procent per jaar), bij de PVV komt er zelfs 0,1 procentpunt bij (1,6 procent per jaar tot 2017). Het is dus niet zo dat de economie krimpt als de PvdA aan de macht komt, maar de groei neemt minder toe dan bij andere partijen.

Dan de banen, ook daarop scoort de PvdA slecht in vergelijking tot andere partijen. Op de lange termijn (in 2040) zijn er met het PvdA-beleid 1 procentpunt minder banen dan bij ongewijzigd beleid. Op de korte termijn (tot 2017) neemt de werkloosheid toe (bovenop de verwachte werkloosheid) met 1,3 procentpunt. PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk brengt daar tegenin dat de PvdA niet 'op korte termijn scoort' door het ontslagrecht te versoepelen en de verzorgingsstaat af te breken, zoals andere partijen wel zouden doen.

PVV
De PVV is kampioen van de korte termijn. Geert Wilders ageert tegen Europese solidariteit en vertrok uit het Catshuis omdat hij het pakket aan bezuinigingen niet voor zijn rekening wilde nemen. De PVV haalt van alle partijen het meeste geld weg bij de overheid, het milieu, het onderwijs en vooral de ontwikkelingssamenwerking.

Daar staan lastenverlichtingen tegenover: het terugdraaien van de forensentaks en het verlagen van de btw. Het vertaalt zich op de korte termijn (voor 2017) in een jaarlijkse economische groei van 1,6 procent (0,1 procentpunt meer dan het uitgangspunt van 1,5 procent). En de PVV is de enige partij die op de korte termijn de werkloosheid verkleint. In 2017 is de werkloosheid bij de PVV het laagst, namelijk 4,8 procent van de beroepsbevolking in plaats van de verwachte 5,3 procent.

CDA
Het CDA gaat er prat op dé gezinspartij van Nederland te zijn. Huishoudens gaan er echter in koopkracht bij de christen-democraten op achteruit. Afhankelijk van het inkomen leveren huishoudens 2,5 tot 3,5 procent koopkracht in ten opzichte van de verwachte koopkracht in 2017. Het CDA komt wel tegemoet aan huishoudens, maar andere plannen doen die positieve effecten weer teniet.

Voor gezinnen met midden- en hoge inkomens draait het CDA de bezuiniging van het kabinet Rutte op de kinderopvangtoeslag terug. Midden- en hoge inkomens profiteren ook van een sociale vlaktaks (met solidariteitstarief voor hoge inkomens). Lage inkomens profiteren niet omdat het tarief gelijk is aan de huidige laagste belastingschijf.

Voor huishoudens met een hoge hypotheek heeft de belastinghervorming een negatief effect, omdat de rente alleen nog tegen het lage vlaktakstarief kan worden afgetrokken. Ambtenaren en werknemers in de zorg gaan erop achteruit omdat hun lonen twee jaar worden bevroren.

SP
Voor de SP draait het om één ding: het moet socialer. De partij zet in op herverdeling in alle sectoren. Die tactiek vertaalt zich in positieve koopkrachtplaatjes voor de komende vier jaar. De SP mag zichzelf met recht kampioen herverdelen noemen. Huishoudens met een laag inkomen gaan er qua koopkracht 3 procent op voorruit in 2017 ten opzichte van de verwachte koopkracht bij ongewijzigd beleid, middeninkomens zelfs 4,5 procent. De hoogste inkomens (minstens vijf keer het minimumloon) moeten inleveren bij de SP en verliezen ruim 3 procent koopkracht ten opzichte van de verwachting.

D66
D66 profileert zich als de onderwijspartij en maakt dat ook waar in de economische doorrekeningen. De partij investeert 1,7 miljard in onderwijs, minder dan de 2,4 miljard van GroenLinks, maar in combinatie met andere maatregelen pakt de investering van D66 positiever uit op de economie.

Maatregelen in het onderwijs hebben vooral op de lange termijn rendement. Gemeten in welvaartstoename heeft het onderwijsbeleid van D66 over twintig jaar het meest positieve effect. En over zestig jaar staat D66 eenzaam bovenaan met een groei van bijna 3,5 procent van het bbp. Het beleid van GroenLinks levert in zestig jaar 0,7 procent welvaartsgroei op, net als het beleid van DPK, terwijl de partij van Brinkman nu juist honderden miljoenen bezuinigt op onderwijs.

GroenLinks
GroenLinks claimt de groenste partij te zijn en de cijfers bewijzen dat ook. De partij heeft wat betreft deze cijfers geen concurrentie van de Partij voor de Dieren omdat die het programma niet laat doorrekenen.

Samen met de PvdA is GroenLinks koploper op het gebied van duurzame energie. De partijen komen uit op 18 procent in 2020, ruim boven de EU-doelstelling van 14 procent. Die positie deelt GroenLinks met PvdA, maar ze staat op eenzame hoogte wat betreft het terugdringen van broeikasgassen, namelijk 63 miljoen ton C02 in 2020.

GroenLinks staat ook pal voor de biodiversiteit, in handen van GroenLinks is het duurzame behoud van de biodiversiteit in 2020 20 tot 25 procentpunt groter dan de 50 procent verwachte behoud van diversiteit. De biodiversiteit gaat erop achteruit bij de VVD, PVV en DPK. GroenLinks realiseert dit door geld te besteden aan de aankoop en inrichting van nieuwe natuur en het beheer daarvan. En GroenLinks is kampioen files bestrijden. Door zwaarder belasten van het autobezit en investeren in het openbaar vervoer zijn er dankzij GroenLinks 67 procent minder files in 2020.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden