Bericht uit RwandaMark Schenkel

Iedereen is welkom in Rwanda, als de Rwandezen het maar niet wagen de buren te bezoeken

De nieuwe ‘interstate pass’ is een eenvoudig wit kaartje waarmee je zonder visum kunt reizen tussen Rwanda, Oeganda en Kenia.

‘Bezoek Rwanda’, lees ik op metersgrote zeildoeken naast het conferentiecentrum in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Op de wervende doeken staan ook foto’s van de zeldzame berggorilla’s. En het zilverkleurige conferentiecentrum zelf dient al net zozeer als visitekaartje: de koepel van het centrum heeft de vorm van een traditionele hut en licht ’s avonds op in het groen, geel en blauw van de Rwandese vlag.

Rwanda, midden in Afrika, presenteert zich ruim 25 jaar na de genocide graag als modern, opgeruimd en efficiënt, en als gastheer voor pan-Afrikaanse conferenties, met president Paul Kagame als directeur van de bv Rwanda. Kagame liet deze maand weten dat hij opnieuw een daad bij de woorden ‘bezoek Rwanda’ wil voegen: het land overweegt de visumplicht af te schaffen voor alle Afrikanen.

Voor mij is het al makkelijker geworden om Rwanda te bezoeken. Als ingezetene van buurland Oeganda heb ik niet langer een visum nodig. Handig: dit scheelt tijd en geld (en ruimte in mijn paspoort). Ik krijg nu iets dat een ‘interstate pass’ heet, een eenvoudig wit kaartje waarop ze bij de grens een stempel zetten. Het initiatief komt niet van Rwanda alleen: Oeganda en Kenia doen mee. Buitenlandse ingezetenen van alle drie de landen kunnen tegenwoordig visavrij heen en weer reizen. Rwanda, Oeganda en Kenia geven zo inhoud aan het regionale samenwerkingsverdrag van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap.

Deze week kon ik het vooruitstrevende systeem weer eens in werking zien, toen ik over land van Oeganda naar Rwanda reed. Je presenteert jezelf bij de hefboom tussen de bananenplanten aan de voet van de vulkanen in het Virunga-gebergte, laat je Oegandese werkvergunning zien en neemt die handige interstate pass in ontvangst. In Rwanda zetten ze er nog een stempel op en hup daar ga je (je moet er daarna wel voor zorgen dat je aan de rechterkant van de weg gaat rijden).

Mooi dus allemaal, ‘bezoek Rwanda’ in volle glorie, ze rollen een soort rode loper voor je uit. In dit verband moest ik tijdens de autorit naar de hoofdstad Kigali ook weer denken aan het fraaie plan om de visumplicht af te schaffen voor Afrikanen.

Er is alleen wel iets raars aan de hand. Iedereen uit Oeganda is welkom, maar Rwandezen worden er door de Rwandese regering van weerhouden de omgekeerde weg af te leggen. President Kagame zegt dat hij niemand zal ‘aanraden’ naar Oeganda te gaan, en gezien de striktheid van zijn bestuur snapt iedereen wat hij eigenlijk bedoelt: je mag er beslist niet heen.

Op de achtergrond speelt een hoogopgelopen ruzie tussen Kagame en de president van Oeganda, Yoweri Museveni. Oeganda beticht Rwanda van infiltratie in Oeganda’s veiligheidsapparaat. Rwanda beschuldigt Oeganda van het huisvesten van Rwandese dissidenten en het opsluiten van willekeurige Rwandezen. Voor Rwandezen is het simpelweg niet veilig in Oeganda, stelt Kagame: het is voor je eigen bestwil dat je niet naar dat perfide land gaat.

In dit politieke schaakspel zet president Kagame zijn inwoners in als pionnen, zo durft een enkeling in Rwanda te fluisteren. Natuurlijk lopen de meeste Rwandezen geen gevaar in Oeganda, maar om zijn ferme houding te kunnen volhouden ‘gijzelt’ Kagame de Rwandezen in hun eigen land.

Bezoek Rwanda, ja. Het wachten is alleen tot de Rwandezen van hun leider weer op bezoek mogen in Oeganda.

Mark Schenkel is Volkskrant-correspondent in Afrika.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden