ReportageZuid-Libanon

Iedereen in Zuid-Libanon wil wel een vakantiehuisje pal langs de grensmuur van Israël

Beeld Maytham Shami

Hezbollah en VN-militairen rijden er door de straten, Israël volgt het gebied nauwlettend en bouwde er een muur langs de betwiste grens. En pal langs die muur wil in Zuid-Libanon iedereen met banden met de streek wel een vakantiehuisje. Elk jaar komen er meer bij. ‘Je moet onze komkommers proeven voordat je weg gaat.’

Het vakantiehuisje van de familie Tabajer is geen doorsneezomeridylle. Het staat pal aan de grens met Israël en daarmee aan een slapende frontlijn. Hun terras biedt niet alleen een fenomenaal uitzicht op de heuvels van Zuid-Libanon, maar ook op het conflict.

Daar, wijst Hassan Tabajer, die in het dagelijks leven werkt als consultant in de Libanese hoofdstad Beiroet, dat betonnen gevaarte op de heuvel hiervoor, dat is de muur die Israël hier vorig jaar bouwde. Op de landweg in het dal ziet hij elke dag de witte pantservoertuigen rijden van de vredesmissie van de Verenigde Naties (VN) en de groene trucks van het Libanese leger die hen vergezellen.

Zonet nog was Hezbollah toevallig op bezoek. ‘Hezbollah kwam hier thee drinken.’ Gezellig natuurlijk dat de ­sjiitische militie hun vakantiehuisje weet te vinden. De thee staat altijd klaar. ‘Ze zijn hier vaker. Maar altijd ongewapend.’

Ze boffen met deze plek, vindt zijn vrouw Fatima, die moeiteloos schakelt tussen Arabisch en Engels. Iedereen met ­familiebanden in deze streek aast hier op een vakantiehuisje. Nergens is het landschap mooier en de lucht frisser dan pal aan de grens. Vanwege de coronacrisis zitten ze hier nu al maanden. Totale onthaasting. Ze wijst op de kippen, de duiven, de moestuin. ‘Je moet onze komkommers proeven voordat je weg gaat, alles smaakt hier anders dan in de stad.’

Beeld Maytham Shami

Zwitserlevengevoel

Hun vrienden in Beiroet begrijpen het Zwitserlevengevoel van Adaisseh niet goed. ‘Ze denken dat het hier gevaarlijk is’, schatert Hassan. In juni was er het akkefietje met de tanks dat een schokgolf door Libanon deed gaan. ‘We kregen appjes: wat is er nu weer bij jullie aan de hand?’ Bleek dus dat Israëlische tanks kwamen aanstormen op hemelsbreed enkele honderden meters van hun vakantiewoning.

Na het ontstaan van Israël in 1948 is de grens met buurland Libanon nooit officieel vastgesteld. De spaarzame onderlinge betrekkingen kwamen ten einde door ­Israëlische grondoffensieven tussen 1978 en 2006. Het conflict hier overstijgt een generatie. Aan beide zijden ontbreekt elke bereidheid tot onderhandelen. In een opzienbarend rapport stelde VN-secretaris generaal António Guterres onlangs vast dat er geen uitzicht bestaat op vrede.

Afgelopen maandag beschuldigden Israël en Hezbollah elkaar van een aanval aan de Libanese zuidgrens. De Israëlische premier Netanyahu – gesteund door de Verenigde Staten, meer dan ooit op koers om de Westelijke Jordaanoever te annexeren – provoceert de Libanezen waar hij kan. Tot in Beiroet liggen inwoners wakker van illegaal overvliegende Israëlische drones en straaljagers.

Libanon laat zich evenmin onbetuigd. Hezbollah, dat in de VS en in sommige Europese landen geldt als terroristische organisatie, dreigt in een recent propagandafilmpje met het vernietigen van doelen in de Israëlische havenstad Tel Aviv. Nadat Israël vorige week een Hezbollah-commandant had gedood in Syrië, zinspeelt de sjiitische militie op wraak: ‘De zionisten moeten wachten op straf voor hun misdaden.’

Schijnwerper

Het Libanese dorp Adaisseh is een berucht kruidvat in het grensconflict. Het ligt pal ten noorden van de Israëlische kibboets Misgav Am. Onlangs naderden Israëlische tanks hier tot twee keer toe Libanees grondgebied. Maar de inwoners zijn ondertussen in de greep van een geheel ander probleem: hoeveel vakantiehuisjes kunnen er nog bij langs de grensmuur?

Adaisseh is een van de dorpen in de grensstreek die zich hebben ontpopt tot toeristische trekpleister. Decennia was het hier onleefbaar als gevolg van de Israëlische bezetting. Nadat de Israëliërs in 2000 vertrokken, gingen Libanezen met wortels in het zuiden hier recreatiewoningen bouwen, op goedkope grond in een heerlijk klimaat, in het meest betwiste stukje Libanon.

Vanuit het vakantiehuisje van Khadija Jaafaal Rammal en haar gezin kijk je recht in de eerste Israëlische observatiepost. ’s Avonds staat soms een Israëlische schijnwerper op haar huis gericht. Aan de overkant begrijpen ze niet dat dit echte vakantiehuisjes zijn voor gewone gezinnen, veronderstelt ze. ‘Israël wil niet dat hier gebouwd wordt. De problemen werden groter toen er zoveel vakantiehuisjes kwamen.’

Beeld Maytham Shami

In het centrum van Adaisseh rijdt een wit pantservoertuig van de VN langs de gele vlaggen van Hezbollah. In kruipgang neemt het gevaarte de afslag naar de vakantiehuisjes. Om te voorkomen dat het echt oorlog wordt, zoals voor het laatst gebeurde in 2006, is in Zuid-Libanon een vredesleger actief van meer dan tienduizend VN-militairen. Deze Unifil-missie is bedoeld als tijdelijk, maar zit er ondertussen alweer meer dan veertig jaar.

Tussen de door Israël gebouwde muur en de vakantiehuisjes bevindt zich Unifil-observatiepost 9-63. In witte portacabins achter een omheining zitten hier ruim honderd Indonesische blauwhelmen. Aan de muur hangen kaarten met het opschrift ‘VN vertrouwelijk’: patrouilleroutes, boobytraps, mijnenvelden en rode strepen op de plaatsen waar Israël en Libanon elkaar het liefste in de haren vliegen.

In het zicht van deze post namen VN-militairen in juni zwaaiend met blauwe vlaggen als een levend schild plaats tussen de aanstormende Israëlische tanks en toegesnelde Libanese militairen met raketgranaten. De Italiaanse woordvoerder van Unifil, Andrea Tenenti, spreekt over ‘een seizoensschommeling.’ Hij bedoelt dat Unifil in de afgelopen 42 jaar gekkere dingen heeft meegemaakt.

Uitkijktoren

Vanuit hun witte uitkijktoren kunnen de VN-militairen op post 9-63 de vakantiehuisjes zien. Ze rijden erlangs in hun pantservoertuigen. Het zijn hun buren. Toch blijven de vakantiehuisjes voor de Indonesische militairen een andere wereld. Waar Hezbollah gewoon komt aanwaaien voor een kop thee, ligt dat voor de blauwhelmen moeilijker. Het betreden van privé­terrein zoals vakantiewoningen is voor Unifil in beginsel taboe.

Een praatje maken met de gewone bevolking is op het moment zelfs helemaal niet aan de orde. Op post 9-63 is een Indonesiër opgeleid als specialist op het gebied van ‘civiel-militaire samenwerking’. Contacten leggen met burgers is zijn vak. Helaas heeft hij al sinds maart geen burgers meer gesproken. Vanwege de coronacrisis mag hij de poort niet uit.

VN-baas Guterres wil Unifil ingrijpend hervormen. De blauwhelmen in Libanon moeten ‘wendbaarder en mobieler’ worden. Dat betekent: minder patrouilles rijden volgens vaste routes in logge pantservoertuigen. Vaker onvoorspelbare uitstapjes maken in kleine auto’s en te voet. Meer contact onderhouden met de gewone bevolking, die nu vaak geen hoge dunk heeft van Unifil.

Dit is opgevallen tot op het hoogste VN-niveau: elk jaar komen er langs de Libanese zuidgrens meer vakantiehuisjes bij.

Beeld Maytham Shami

Trekpleister

Boven post 9-63 zijn bouwvakkers bezig een nieuw vakantiehuisje uit de grond te stampen. Het wordt een kloek gebouw: zwaar onderkelderd, stevige muren. ‘Er zullen er nog veel meer ­komen’, zegt Mohammed Rammal, de mokhtar van Adaisseh, een functie die het midden houdt tussen een dorpsoudste en een gemeente­secretaris. Ja, al die nieuwbouw geeft spanningen met wat hij omschrijft als ‘bezet Palestina’, want ‘Israël’ bestaat voor hem niet. ‘Het is niet veilig, want er is geen ruimte.’

Maar wat kan hij eraan doen? Alleen pal langs de grensmuur is ruimte om te bouwen. Hij weet nog hoe VN-waarnemers hier de provisorische grens vaststelden. Kwam hij daar achteraan met de kaarten van het kadaster. Zag dat het misliep. ‘Veel van ons land ligt aan de andere kant.’

Zijn werk als dorpsbestuurder bestaat uit het lijmen van de breuk die Adaisseh doorklieft. Sommige inwoners vochten mee met de vijand. Toen het Israëlische ­leger hier in 1978 voor het eerst binnenviel, sloten veel christelijke dorpsgenoten zich aan bij een Israëlische militie: het Zuid-Libanese leger. ‘Als je niet met hen was, werd je opgepakt,’ verzucht Rammal.

Het Zuid-Libanese leger had een beruchte gevangenis in het vlakbij gelegen dorp Al Khiam. Libanese ondervragers, getraind door Israëlische veiligheidsdiensten, mishandelden en vernederden daar hun landgenoten. Christenen tegen moslims. Rammal zat hier vast in 1995-’96. Het was er ‘heel agressief’. De bewakers en ­militieleden van toen, die wonen hier nu nog. ‘We hoeven hen niet te vergeven. Maar zoals de Geëerde Nasrallah zegt: neem geen wraak.’

De Geëerde Nasrallah is Hezbollah-leider Hassan Nasrallah.

Schaduw

Het verleden dat niet voorbij gaat, vormt een schaduw boven het vakantiegeluk. Naast haar vakantiehuisje, een van de oudsten in deze buurt, vertelt ‘Umm Ali’, ‘Moeder van Ali’, ze wil haar naam niet zeggen, dat een van haar zoons, nu een man van 50, het nog steeds niet aandurft om een weekendje hier te komen. Hij werd als 16-jarige opgepakt door het Zuid-Libanese leger. Zat elf jaar vast in Khiam.

‘Het gaat nu goed met hem’, zegt zijn zus Noura. ‘Maar de mensen die hem hebben opgepakt, wonen hier ook.’

Het incident met de tanks doet Noura denken aan de vorige keer dat het in Adaisseh misging. In 2010 hakte Israël een boom om bij de grens. De omgehakte boom eindigde in een bloedbad: één gedode Israëlische militair, drie gedode Libanezen.

Bomen zijn schaars in Libanon, maar in Adaisseh worden er elk jaar meer geplant. Het landschap is hier vol loof. Dat is te danken aan een goededoelenorganisatie genaamd Groen Zonder Grenzen, gelieerd aan Hezbollah. Overal in de grensstreek planten ze bomen. Bij voorkeur in het zicht van Israëlische bewakingscamera’s, die daarmee uitzicht krijgen op dicht blad. Het omhakken van een boom geldt als oorlogsverklaring.

Beeld Maytham Shami

Unifil herleidde een raketaanval van Hezbollah op een Israëlisch legervoertuig vorig jaar tot vlak bij een Groen Zonder Grenzen-plantage. Onderzoek naar wat zich afspeelt tussen de jonge aanplant is moeizaam. VN-militairen mogen immers geen privégrond betreden. Zelfbenoemde boswachters van Groen Zonder Grenzen zien daarop toe.

Voor de deur van de familie Tabajer schieten de bomen hoog op richting de grensmuur. Hun oudste zoontje, die autistisch is – Fatima zegde haar baan als lerares op om voor hem te zorgen – gedijt goed in deze heerlijke omgeving. Alleen het oprukkende massatoerisme baart Hassan zorgen. ‘Er komen steeds meer huizen bij’, wijst hij naar de nu nog groene heuvel. ‘Mensen willen hier met vakantie hè?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden