Iedereen in Ierland heeft genoeg van de IRA

Door een bankroof en een moord in eigen gelederen zijn de IRA en Sinn Féin na tien rustige jaren weer in opspraak geraakt....

Van onze correspondent Peter de Waard

Doordat in de kerk onvoldoende plaats was voor de mensen die de mis wilden bijwonen, stonden honderden katholieken buiten. De volgende avond werd een stille tocht gehouden over de Short Strand in Belfast, een van de beruchtste republikeinse enclaves, waar de IRA de lakens uitdeelt. Paula McCartney, de zuster van de vermoorde vader van een kind van twee, riep op tot gerechtigheid.

McCartney was op 31 januari samen met zijn vriend Brendan Devine een pub in het centrum van Belfast binnengestapt. In de pub waren ook zeven IRA-leden aanwezig die net een herdenkingsbijeenkomst van Bloody Sunday in Derry hadden bijgewoond.

De lokale IRA-commandant en Devine hadden wel eens eerder ruzie gehad. Nadat Devine ervan beschuldigd werd een opmerking tegen een van de vrouwen van de groep IRA-leden te hebben gemaakt, ontstond een vechtpartij. McCartney kwam zijn vriend te hulp. Buiten de pub werden Devine en McCartney belaagd met stalen buizen en een mes. Beiden werden neergestoken. Devine belandde zwaar gewond in het ziekenhuis, McCartney overleed.

Hoewel de moorden niet van hogerhand waren gelast, werden ze wel onmiddellijk via geëigende IRA-methodes verdoezeld. De pub werd schoongemaakt, het moordwapen verdween, de beveiligingsbeelden bleken onvindbaar en niemand van de zeventig aanwezigen in de pub zei iets gezien te hebben. Ook in de dagen na de moord meldde zich geen enkele getuige. Volgens de Noord-Ierse politie uit angst voor represailles.

Alleen de familieleden van McCartney durfden de muur van stilzwijgen te doorbreken. Zonder enige vrees zochten zijn zusters de media in zowel Noord-Ierland als de Ierse Republiek op. Hoewel de IRA-top niet van betrokkenheid bij de moord werd beschuldigd, werd ze wel aansprakelijk gesteld voor het frustreren van het politieonderzoek. De IRA zou zelfs enkele relletjes in gang hebben gezet om bewijsmateriaal te kunnen ontvreemden.

Gerry Adams en Martin McGuinness, de twee leiders van Sinn Féin (de politieke vleugel van de IRA), noemden de moord barbaars, maar ze slaagden er niet in eigen leden te laten getuigen.

Op 20 december vond in Belfast een bankroof plaats. De echtgenotes van directeuren van de bank werden op een zondag thuis gegijzeld en de directeuren zelf moesten de kluizen openmaken. Er werd 26 miljoen pond (40 miljoen euro) gestolen. Het was de grootste bankroof in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk.

De politie wees meteen naar de IRA. Adams en McGuiness ontkenden aanvankelijk, maar nadat een deel van de buit in Ierland werd teruggevonden en ook een onafhankelijke commissie en de Ierse regering de terreurorganisatie als dader aanwezen, moesten de Sinn Féin-leiders van hun woorden terugkomen.

De IRA lijkt van een terreurorganisatie te zijn veranderd in een mafia die de politiek als dekmantel gebruikt. Lokale IRA-commandanten willen ondanks een bestand van tien jaar hun macht niet opgeven, gaan door met criminele activiteiten en handhaven met grove middelen de interne discipline. In plaats van de IRA te ontbinden, woonde Gerry Adams afgelopen zondag echter een parade van paramilitairen bij.

Begin december scheelde het een haar of Adams had deel uitgemaakt van een coalitieregering onder leiding van de fanatieke protestantse dominee Ian Paisley. Beide extremistische partijen in het Noord-Ierse conflict leken elkaar na dertig jaar burgeroorlog eindelijk te accepteren. Paisley zou regeren met voormalige terroristen, de voormalige terroristen waren bereid alle wapens op te geven en te vernietigen onder toezicht van een internationale commissie.

De besprekingen liepen uiteindelijk alleen maar stuk op de protestantse eis van fotografisch bewijs van vernietiging van alle wapens door de IRA, iets wat op dat moment door de republikeinen 'te vernederend' werd gevonden.

Twee maanden later heeft niet alleen de Britse maar ook de Ierse regering haar geduld met de IRA verloren. Premier Bertie Ahern heeft de IRA niet alleen als dader van de bankroof aangewezen, maar heeft iedereen opgeroepen de Noord-Ierse politie te helpen met de zoektocht naar de daders van de moord op Robert McCartney. Zijn minister van Justitie McDowell noemde voor het eerst de IRA en Sinn Féin 'één pot nat'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden