'Iedereen hier mist de schrille fabrieksfluit'

De crisis heeft de Russische monosteden, die vaak afhankelijk zijn van één fabriek, hard getroffen. Maar in Joegokamsk en Nytva overheerst optimisme....

Aleksej Dedov, een 67-jarige man met zeeën van tijd, staat op het ijs van het kunstmatig aangelegde meer van Nytva te kijken naar zijn kompaan. Die heeft juist met een draaiboor een gat in het ijs gemaakt. Nu zit hij ernaast, met een blik die berusting of wijsheid kan uitdrukken – of misschien allebei. Waar is de vislijn trouwens? Van de vissen lijkt te worden verwacht dat ze spontaan door het gat naar boven springen om in zijn schoot te belanden.

Of de visvangst veel oplevert, valt te betwijfelen. Maar, zegt de visser, alles helpt. ‘De rekening voor gas en elektriciteit is de laatste jaren 540 roebel omhoog gegaan, terwijl de aanvulling van de provincie op mijn pensioen is gekort.’

Ver achter de visser en zijn vriend Aleksej kringelt een rookpluim omhoog uit de hoge schoorsteen van Nytva’s enige fabriek. De Metallurgische Fabriek Nytva heeft sinds het begin van de economische crisis anderhalf jaar terug bijna eenderde van zijn werknemers ontslagen – en wordt nu bedreigd met een faillissement.

Het stadje van 21 duizend zielen is wonderschoon gelegen in de Russische Oeral, een van de oude industriële bases van de Russische economie. Het is gezegend met het op een na grootste kunstmatige meer van Europa, met zacht glooiende heuvels waarop dennen sparren met berken en met goede trein- en autoverbindingen naar oost en west.

En toch is Nytva een van de 26 zogeheten monosteden die zijn geselecteerd om met voorrang federale hulp te krijgen. Rusland telt 350 monosteden – steden wier sociaal-economische situatie extra precair is door hun afhankelijkheid van een of een paar grote fabrieken.

Toen de crisis begon, waarschuwden sommige sociologen voor grote sociale spanningen in de monosteden. Zichtbare uitingen van onvrede bleven echter beperkt, totdat de bevolking van Pikaljovo in het geweer kwam. Premier Poetin vloog er met een zwerm tv-camera’s op af en dwong ten overstaan van de tv-kijkende natie de eigenaar van de fabriek achterstallig salaris uit te betalen en de fabriek draaiende te houden.

Het signaal was duidelijk: oligarchen en grote bedrijven die ruimhartig door de staat worden geholpen om te overleven, moeten hun sociale plicht vervullen in tijden van crisis. Tegelijk kwam de staat zelf met een programma voor monosteden, dat de sociale gaten vooral vulde met ‘openbare werken’.

Het debat over de monosteden had vanaf het begin ook een politieke lading: volgens critici, die al bijna tien jaar vergeefs op een sociale revolutie wachten, zouden deze plekken tijdens de crisis ‘ontploffen’ en het begin inluiden van het einde van Poetins semiautoritaire systeem. Bovendien zouden de monosteden tonen hoe vastgeroest de Russische economie in feite is, drijvend op olie en gas en een halve eeuw oude Sovjeteconomie.

Van beide kritiekpunten is weinig te merken in Nytva. De crisis heeft er inderdaad ingehakt – honderden fabrieksarbeiders zijn ontslagen. Maar de reactie was adequaat: honderden mensen kregen tijdelijk werk door het federale hulpprogramma, zodat ze ten minste hun gezin konden voeden, honderden anderen vonden werk in Perm, dat op rijafstand ligt. Stil leed is er genoeg in Nytva, waar een groot deel van de bevolking op of onder het bestaansminimum leeft – maar voor een sociale revolutie hoeft niemand hier te vrezen.

Datsja’s
Bovendien, zegt regionaal bestuurder Vitali Trefilov, heeft ‘de tijd hier niet stilgestaan’. Een oligarch gaat investeren in de uitbreiding van de lokale pulpfabriek. ‘En de bouwsector leeft ook op, vanwege de datsja’s die de inwoners van Perm in dit mooie gebied bouwen.’

Een ‘tweede Jalta’ noemt een dame die op de markt inkopen doet haar stad enthousiast. Dat klinkt overdreven, maar belangrijker is dat de grote schoorsteenpijp van de metaalfabriek nog steeds rookt – ondanks de ontslagen. Michail Botsjkarjov, onderdirecteur productie, neemt zijn bezoek mee over het grote fabrieksterrein. Rechts ligt de muntwerkplaats – die helemaal stil ligt sinds de regering aan het begin van de crisis overging op goedkopere munten.

De grote werkplaats, waar toepassingen van bimetaal worden gemaakt, is voor de helft nog wel in gebruik. Vroeger werd er veel voor de militaire industrie geproduceerd, nu voor de auto-industrie en de olie- en gasindustrie. De vraag is sterk afgenomen, ‘maar bimetaal blijft in trek’, zegt Botsjkarjov.

Dat geldt helemaal voor de derde werkplaats, waar bestek wordt gemaakt. Hier is op tijd geïnvesteerd in nieuwe technologie, waardoor de productie van een miljoen stuks per maand op peil is gebleven. De arbeiders doen nog altijd geestdodend werk achter halfautomatische machines, die van grof metaal fijn glanzend bestek maken.

Het ontwerp is verbeterd sinds de Sovjettijd: de nieuwe machines die al vijf jaar het bestek polijsten – iets wat daarvoor door honderden vrouwen werd gedaan – leveren een prijswinnend resultaat op dat niet langer herinnert aan de doffe producten uit de Sovjettijd.

Er is in Nytva sprake van stilstand door de crisis – maar op zichzelf heeft de metaalfabriek kansen om te overleven. Het probleem is niet de fabriek, zegt een lokale bron die anoniem wil blijven, maar de failliete eigenaar ervan, die een grote schuld om de nek van het bedrijf heeft gehangen.

‘Vroeger (in de Sovjettijd, red.) werkten er 6.000 mensen, nu 1.200’, zegt Aleksej Dedov, die op weg is naar de verkiezing van een nieuwe voorzitter van de Veteranenraad van de fabriek. ‘De fabriek heeft hier alles gebouwd’ – van de wegen tot de woonflats en het cultureel centrum. ‘Maar de laatste tien jaar is er niets bijgekomen – en veel jongeren trekken weg.’

Dat laatste is niet het geval in Joegokamsk, een ander oud fabrieksstadje in de regio Perm. Twee jaar geleden werkten er nog 1.800 mensen in de enige fabriek van het stadje. Nu ligt alles stil en houden 70 mensen de infrastructuur draaiend, voor als er een nieuwe investeerder wordt gevonden voor de failliete boel.

‘Twee jaar geleden klonk hier nog de schrille fabrieksfluit, driemaal per dag, om acht uur, om vier uur en middernacht. Iedereen mist dat geluid,’ zegt burgemeester Andrej Bojarsynov. Vanuit zijn sobere werkkamer, waar wat voetbalbokalen in het raamkozijn staan, kijkt hij uit op de fabriek die tot voor kort metalen kranen maakte voor de olie-industrie.

Op een pleintje er tegenover staat een glanzend nieuwe buste van tsaar Alexander II, met rechts Lenin die vanaf zijn sokkel misprijzend kijkt naar de nieuweling. De berg sneeuw in zijn linkerhand doet weinig goeds vermoeden.

Over de centrale straat rijdt een begrafenisstoet. Tien ouderen werpen bloemen op de besneeuwde straat. Ze worden gevolgd door een aftands bestelbusje, waarin de open kist ligt. Op straat lopen veel jonge mannen achter kinderwagens – een bijzonder gezicht buiten Ruslands grote steden.

Jonge gezinnen
De helft van de arbeiders is werkloos en verdient in de ‘openbare werken’ een basisinkomen, de beter geschoolde helft vertrekt ’s ochtends vroeg naar het werk in Perm en komt laat thuis. Toch zijn veel jonge gezinnen gebleven.

‘De sociale banden zijn hier heel sterk’, zegt de oud fabrieksmanager Sergej Solarjov. ‘Mijn overgrootouders werkten ook al in de fabriek. Sommige dynastieën hier tellen wel tien generaties terug. Dat voel je nog steeds. Mensen helpen elkaar – al is er nu minder tijd omdat iedereen bezig is met overleven.’

De fabriek ligt stil omdat de klanten steeds langer wachten met betalen en omdat de vorige eigenaren elkaar het licht in de ogen niet gunden. Het product op zich is goed, bezweert Sergej, ‘en als de fabriek weer gaat draaien, denk ik dat mijn kleinkinderen er ook zullen gaan werken’.

Maar zelfs als de fabrieken overleven, zullen ze dat alleen kunnen door innovaties te koppelen aan minder personeel. Nytva en Joegokamsk zijn op zoek naar een nieuwe bestemming. Kansloos is dat niet, menen optimistische bestuurders. ‘Nu al hebben we buitenhuisjes van lieden uit Perm’, zegt de burgemeester hoopvol. Vervolgens wijst hij vanuit zijn pruttelende Lada naar een deels beboste helling langs het meer. ‘Tijdens de crisis is een investeerder uit Perm begonnen er een skioord van te maken. De fundamenten heeft hij gestort.’

Ze zijn voor het blote oog niet waarneembaar in dit besneeuwde landschap. Maar de burgemeester heeft ze gezien en wacht nu op de rest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden