Iedereen bèta

Veertig jaar geleden noemde de Britse schrijver C.P. Snow alfa's en bèta's twee gescheiden culturen waartussen een afgrond vol onbegrip gaapte....

NEEM, schreef wetenschapshistoricus prof. dr. Floris Cohen in de vorig jaar verschenen bundel De trots van alfa en bèta (De Bezige Bij), een takje en een veertje in gedachten. Houd ze op gelijk hoogte, laat los en breng verslag uit.

De een zal schrijven dat het takje pardoes omlaag viel, het veertje er al fladderd wat langer over deed en dat er verder eigenlijk niet veel over te vertellen is. Tot zover de alfa.

Een ander meldt daarentegen dat takje en veer eenparig versneld zouden zijn gevallen en tegelijk geland, als niet de luchtweerstand de veer vertraagde. Ziedaar de bèta.

Heeft een van beiden meer gelijk dan de ander? Dat niet. Wat het voorbeeld vooral aantoont, noteerde schrijver-wiskundige Gerrit Krol in de inleiding bij dezelfde essaybundel, is dat er twee intellectuele werelden bestaan - één zonder feitelijke werkelijkheid en één zonder mensen. Daartussen gaapt, dat spreekt dan haast vanzelf, een diepe kloof.

De bèta immers, gelooft dat er gemeten, geteld en gerekend moet worden om in staat te zijn gebeurtenissen te voorspellen. Echte kennis heeft voor hem de vorm van wiskundige vergelijkingen met hun parameters. De mens en zelfs het woord zijn van ondergeschikt belang.

De harde alfa streeft daarentegen in het uiterste geval naar de eliminatie van de feitelijke werkelijkheid. In zijn meest artistieke vorm is hij prater, dichter, dromer, zanger, schrijver, luisteraar, lezer van romans en gedichten. Krol: 'Alfa's vormen zich een wereldbeeld dat bestaat uit woorden, gedachten, ideeën, zienswijzen, redeneringen zónder dat er directe behoefte wordt gevoeld aan staving door een objectieve buitenwereld. Wáárgebeurd is in de kunst nooit een argument.' Woorden, aldus Krol, gaan doorgaans van hoofd tot hoofd zonder onderweg de grond te raken.

Veertig jaar geleden, november 1959, sprak de op en top Britse schrijver, fysicus en overheidsdienaar C. P. Snow in Cambridge beroemd geworden woorden van soortgelijke strekking. In zijn Rede Lecture getiteld The two cultures and the scientific revolution meldde Snow te geloven dat het intellectuele leven in de westerse samenleving in toenemende mate in twee tegengestelde groepen opgesplitst raakt: alfa's en bèta's.

Tussen de natuurwetenschappers aan de ene kant en de schrijvers aan de andere, meende Snow, gaapt een culturele afgrond. De natuurwetenschappers kenden het werk van de literatoren niet, hebben er ook geen belangstelling voor, en schrijvers wisten niets van natuurwetenschappen en gingen daar zelfs prat op.

Snows vaststellingen leidden in de maanden erna tot stormachtige reacties, zij het in een andere richting dan de spreker het feitelijk bedoeld had. Snow had in Cambridge een bevlogen betoog gehouden over de schrijnende welvaartsverschillen in de wereld en de vraag hoe intellectuelen daaraan iets zouden moeten doen. Volgens de fysicus konden alleen de natuurwetenschappen werkelijk soelaas bieden in de strijd tegen honger en armoede. Maar dan zouden de beleidsmakers, de alfa's dus, daarvan ook echt doordrongen moeten raken. En alfa's, aldus Snow, geloofden niet in natuurwetenschappen.

Snows maatschappelijk engagement is in de nevelen van de geschiedenis weggeraakt. Al bijna veertig jaar resteert alleen zijn schets van de gescheiden culturen van alfa en bèta, waaraan sindsdien talloze generaties intellectuelen zich hebben gespiegeld.

De vraag is echter, hoe realistisch Snows krachtige schema welbeschouwd is, zegt freelance-onderzoeker en publicist dr. Herbert van Erkelens. Voor de Vrije Universiteit Amsterdam deed hij dit voorjaar een onderzoek onder VU-wetenschappers naar de manier waarop zij de kloof tussen de letteren en de natuurwetenschappen ervaren. In het Tijdschrift voor Wetenschap, Technologie en Samenleving (2/1998) beschrijft hij deze maand de resultaten.

De conclusie, zegt Van Erkelens, is eenduidig: Snows twee culturen bestaan niet en de kloof bijgevolg ook niet echt. 'Wat vooral verschilt, zijn de dagelijkse bezigheden binnen de uiteenlopende faculteiten en de gebruikte methodieken. Maar iedereen hanteert min of meer dezelfde academische waarden, die je de kenmerken van de heersende cultuur zou kunnen noemen.'

Van Erkelens, van oorsprong theoretisch natuurkundige, maakte in opdracht van het Centrum voor Algemene Vorming (CAV) van de universiteit in Buitenveldert een enquête voor vaste stafleden aan de VU. De lijst omvatte dertig stellingen, deels over het karakter van hun eigen werk, deels over de cultuurverschillen binnen de instelling en over de onderlinge communicatie. Pakweg vier op de tien aangeschreven alfa's reageerden, tegen drie op de tien bèta's, voornamelijk natuur- en sterrenkundigen. In totaal reageerden zo'n honderd VU-medewerkers.

In de letterenfaculteit, stelde Van Erkelens vast, bestaat een heldere scheidslijn tussen de letterkundigen enerzijds en de taalkundigen anderzijds. De onderzoeker: 'De eerste groep zegt vaker licht te willen kunnen op de vraag naar de zin van het menselijk bestaan, de tweede zegt daar helemaal niet mee bezig te zijn. Taalkundigen staan wat dat betreft dichter bij de bèta-wetenschappen.'

Maar verder zijn er nauwelijks culturele verschillen van betekenis, zelfs tussen bèta's en letterkundigen. Natuurlijk zijn natuur- en sterrenkundigen wat meer geporteerd van wiskunde, maar zelfs dat niet dramatisch. En ook alfa-wetenschappers lezen in de krant over het werk van hun bèta-collega's, en omgekeerd.

Of ze elkaar denken te begrijpen, is overigens een tweede. De stelling dat bèta-onderzoekers het werk van alfa-wetenschappers niet begrijpen, leidt zowaar tot een statistisch significant verschil. Welnee, scoren de bèta's. Beetje wel, aldus de taalkundigen. Welzeker wel, menen de letterkundigen, al wilden sommigen weten welk begrijpen er bedoeld wordt: snappen of begrip hebben voor.

Omgekeerd beaamt men eensgezind dat alfa's vaak het werk van bèta's niet begrijpen. Van Erkelens: 'Wat vooral blijkt, is dat er niet zoiets bestaat als de trots van alfa en bèta. Men wil best kennis nemen van andermans werk.'

Conclusie: de wetenschappelijke aanpak van fysici en letterkundigen verschilt weliswaar, maar hun wereldbeelden verschillen niet statistisch significant. Beide groepen vinden herhaalbaarheid en objectiviteit belangrijk, beide vinden toetsbaarheid essentieel, beide menen dat de literaire weergave geen afdoende idee van de werkelijkheid biedt.

Het heeft Van Erkelens allemaal ook enigszins verbaasd. Had hij niet gewoon de verkeerde vragen gesteld? Of zijn de onderzoekers aan de Vrije Universiteit atypisch?

De onderzoeker gelooft stellig van niet. 'Ik denk veeleer dat Snows beeld van twee intellectuele culturen veel te karikaturaal is. Hij analyseerde de typisch Britse situatie in de jaren vijftig. Maar wat daar en toen misschien wel gold, blijkt hier en nu niet meer aantoonbaar.'

Althans: niet onder academici. Van Erkelens erkent dat er een verschil bestaat tussen de woorddichters over wie Snow het in 1959 had, en de stafmedewerkers van de Faculteit der Letteren, zelfs de letterkundigen. 'Een academicus is geen schrijver; een literatuurwetenschapper komt in de buurt, maar niet dichterbij dan dat. Misschien moet je vaststellen dat de bètawaarden zich min of meer over de hele universiteit hebben verspreid. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat alfa-wetenschappers kritischer zouden staan tegenover het wereldbeeld van de bèta's.'

Is inmiddels iedereen aan de universiteit een bèta in het diepst van zijn gedachten?

Op zijn manier zag in elk geval ook schrijver Gerrit Krol vorig jaar in zijn essay een toenemende verbondenheid tussen alfa en bèta. Immers, zonder boekdruktechniek geen boeken, redeneerde hij, maar zonder verhalen, gedachten, beelden en geluiden omgekeerd ook geen boeken, geen televisie, geen film en cd's. Krol: 'Het boeiende is dat beide culturen, ofschoon ze qua begrip met de rug naar elkaar toe staan, elkaar versterken.'

Martijn van Calmthout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden