Iedereen bankier

In zijn column op de voorpagina van de Volkskrant schreef Arnon Grunberg bereid te zijn 5.000 euro uit te lenen. In de hoop dat anderen dit initiatief om de vaak zo verfoeide banken te omzeilen, zouden volgen. Een verslag van zijn ervaringen.

'Ik heb een Frans restaurant, maar ik spreek geen Frans', zegt de vriendelijke dame - ik schat haar begin 50 - die uit het zuiden van het land naar Amsterdam is gereisd. Ze wil geld lenen om noodzakelijke investeringen te kunnen doen in haar restaurant, en banken lenen niet graag uit aan horecaondernemingen.


We komen te spreken over het koken. 'Een goede fond is moeilijk', vertelt ze.


Op 1 augustus 2013 had ik in mijn Voetnoot geschreven dat ik bereid was 5.000 euro uit te lenen tegen 6 procent rente met een maximale looptijd van tien jaar. In de Financial Times had ik namelijk gelezen dat het zogenaamde peer-to-peer-lending in het Verenigd Koninkrijk een succes was, oftewel: burgers die aan andere burgers geld leenden zonder tussenkomst van banken.


Als journalist en parttime cultureel antropoloog was ik benieuwd of al die mensen die zo aan het schelden waren op de banken geïnteresseerd waren in alternatieven en het woord bij de daad zouden voegen. Het leek me hoe dan ook tijd om zelf het goede voorbeeld te geven, in de stille hoop dat andere lezers zouden volgen. Dat laatste viel tegen. Wel waren er veel geïnteresseerden om geld te lenen. Maanden na de oproep kwamen nog e-mails en handgeschreven brieven binnen van lezers die graag 5.000 euro wilden lenen.


Het geld zou in de meeste gevallen worden geleend, zo schreef men, om schuldsaneringen te doen of om te investeren in eigen bedrijven dan wel om opleidingen te financieren. Een enkele keer ging het om aflossing van hypotheken.


Iemand berichtte: 'Ik heb mijn garage verbouwd, mijn breimachine besteld die komende maand wordt geleverd en monstergarens in huis. Ik vind het heel leuk en belangrijk om weer kleinschalig echt mooie producten te gaan maken.'


En een ander schreef: 'Ik wil namelijk een opleiding tot hondentrimmer gaan volgen zodat ik altijd in mijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Ik wil dan ook paarden gaan scheren. Deze opleiding begint in september (...) Het lesgeld bedraagt 1.050 euro en dan heb ik ook nog een starterspakket nodig ( tondeuse, scharen enz.) ter waarde van 415,88 euro.'


Persoonlijke ontmoetingen

Vrijwel alle e-mails maakten nieuwsgierig naar de persoon en zijn of haar motieven om geld te willen lenen. Ik besloot niet te loten, maar alle leners te ontmoeten; om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, ik geef het eerlijk toe, maar toch ook om de risico's in te schatten.


Eind november en begin december vonden de ontmoetingen met potentiële leners in Amsterdam plaats. Hun verhalen klonken redelijk en waren in sommige gevallen ontroerend. Ik had iedereen willen helpen, maar er waren niet genoeg uitleners.


Zelf bank worden beviel mij uitstekend, het hield het midden tussen speeddating en therapie, maar dat geldt voor de meeste activiteiten van de westerling.


Met de activiteiten van de bankier an sich, zoveel werd mij weer duidelijk, is niets mis. Die zijn net zo nuttig als die van de bakker, de vegetarische slager en de kapper. Maar onlangs zei de voormalig bondskanselier Helmut Schmidt, die toch niet echt bekendstaat als een radicaal, dat de banken ons grote probleem zouden zijn. Daarmee verkondigde hij een mening die sinds de val van Lehman Brothers in 2008 geleidelijk aan gemeengoed is geworden. Een diep in onze cultuur verankerde, dubbelzinnige weerzin tegen geld, en dus tegen banken, kreeg steun uit de realiteit. Het kwaad, dat zoals bekend regelmatig verhuist, had een nieuw adres: de bank. Zijn bewoners: de bankiers.


Om me te beperken tot Nederland, het bewijsmateriaal sprak inderdaad niet in het voordeel van de banken; het Libor-schandaal, oftewel bankiers die de rente manipuleerden, SNS Reaal - hoe een vastgoedfonds een bank de afgrond in sleurde - en dan natuurlijk de redding van diverse banken door de overheid, waarvoor, zoals het heet, de onschuldige belastingbetaler moest opdraaien.


Het lijden van de anonieme belastingbetaler doet het retorisch goed. De oorlog in Afghanistan heeft de belastingbetaler ook wat gekost en de redding van banken lijkt mij minder omstreden dan die oorlog, maar dat is een nuance die in de discussie verloren gaat.


Weerzin tegen het nationaliseren van schulden terwijl winsten niet worden genationaliseerd, is natuurlijk begrijpelijk. Volgens Joris Luyendijk, die over de wereld van de bankiers in Londen schrijft, was het nutteloos als particulieren uit onvrede hierover hun geld bij de banken zouden weghalen. Het echte grote geld van de banken kwam namelijk niet van particulieren, maar van bedrijven en andere banken. De consument, die doorgaans enige macht heeft, maar die hij alleen uit gemakzucht zelden uitoefent, stond als het om banken gaat dus buitenspel. Wij waren met andere woorden overgeleverd aan het kwaad.


Of dat echt zo is, betwijfel ik. Ook banken kunnen alleen functioneren bij de gratie van enig maatschappelijk draagvlak.


Ik meen dat de weerzin tegen bankiers niet alleen te maken heeft met reële problemen, maar wordt versterkt door de christelijke erfenis. In Marcus 10:25 staat de bekende uitspraak van Jezus dat het voor een kameel makkelijker is door een oog van de naald te gaan 'dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan'. Onze westerse cultuur, met name de landen met een calvinistische achtergrond, is, als het om geld gaat, beïnvloed door het Nieuwe Testament. Maar zoals gezegd houdt men er een dubbelzinnige houding op na. Enerzijds is er de overtuiging dat de mens alleen door arbeid, dus door geld te verzamelen, en spaarzaamheid redding kan verwachten - de socioloog Max Weber suggereerde zoals bekend zelfs dat het kapitalisme een calvinistische grondslag zou hebben - anderzijds gaat men uit van het truïsme dat geld onrein is.


De laatste decennia is er een kleine tegenbeweging ontstaan: de yuppen die in de jaren tachtig opgang maakten, de nouveau riche, gepersonifieerd door figuren als Berlusconi en, president Blingbling, Sarkozy - wij moesten het doen met de katholieke dandy Pim Fortuyn en Jort Kelder. De overtuiging dat rijkdom iets is wat je net zo goed verborgen dient te houden als een geslachtsziekte, kan echter in Nederland en andere protestantse delen van Europa nog altijd op sympathie rekenen.


In het verleden is deze overtuiging dikwijls gepaard gegaan met antisemitisme. Denk aan het schoolvoorbeeld, Shakespeares De koopman van Venetië. De Jood als kapitalist en de kapitalist als Jood waren eveneens stokpaardjes in de nazipropaganda. Na 1945 was dit vijandbeeld in het Westen niet meer sociaal geaccepteerd; met de mond beleden afkeer van geld hoefde niet meer gepaard te gaan met Jodenhaat.


In de niet altijd onredelijke weerzin die na 2008 tegen banken en bankiers opgang maakte, zie ik wel nog een andersoortige atavistische reflex: het geld is onrein en maakt onrein, maar die onreinheid moet op een ander worden afgewenteld. Hebzuchtig zijn altijd de anderen, alleen al dat pleit mij vrij van die zonde.


In Amerika speelt geld een andere rol. Daar staat geld en de liefde voor geld eerder voor verlossing dan voor zondigheid. Ruwweg kun je zeggen dat Amerika een dubbele moraal hanteert als het gaat om seksualiteit en dat calvinistisch Europa zijn dubbele moraal voor de liefde voor het geld heeft gereserveerd.


Als libertijn meen ik niet alleen dat onze seksuele moraal nog altijd repressieve kantjes heeft, maar ik geloof ook dat de religieuze kramp waarin mensen schieten als het om liefde voor geld gaat niet als zodanig wordt herkend en potentieel destructief is. De met de mond beleden afkeer van materialisme, in Nederland een algemeen geaccepteerd geloofsartikel, is slechts een religieuze overtuiging zonder God.


In het 'bankendebat' werd tot vervelens toe Gordon Gekko's uitspraak aangehaald dat hebzucht goed is, in negatieve zin uiteraard; we zouden zijn gaan geloven dat Gekko gelijk had. Zij die af en toe een boek lezen, citeerden weleens Bernard Mandeville, ook altijd in negatieve zin. Terwijl het evident is dat een wereld zonder hebzucht slechter, armoediger en treuriger zou zijn. Geen ambitie zonder hebzucht en eerzucht - dikwijls een immateriële vorm van hebzucht -, geen of minder welvaart zonder hebzucht, want waarom zou je doorgaan met werken als je buik gevuld is, minder kunst en literatuur - veel grote schrijvers, denk aan Dostojevski, schreven voor het geld -, ook geen of nauwelijks religieuze bewegingen - de giften aan de kerk worden gedaan door die gelovigen die erop gebrand zijn om in de hemel te komen of door anderen voor deugdzaam te worden aangezien -, geen filantropie, want in het algemeen kunnen alleen de hebzuchtigen zich filantropie permitteren, en ook nauwelijks of geen wetenschap - ik moet de eerste wetenschapper zonder eerzucht nog tegenkomen.


Kortom, wij hebben onze ondeugden hard nodig, we moeten ze alleen af en toe beteugelen.


Te hoge prijzen

Hoewel ik de volkswoede tegen banken en bankiers kortzichtig vond, begreep ik wel degelijk dat de banken te hoge prijzen voor hun service vroegen, dat deze service dikwijls niet optimaal verleend werd en dat nieuwe technologie deze service in sommige gevallen overbodig maakte.


Ik was ervan overtuigd dat ik iets kon doen wat de banken niet konden of beter gezegd, gewoon niet goed deden. Ik koos voor een maximale lening van 5.000 euro, omdat ik vermoedde dat lezers van de Volkskrant die bereid waren geld uit te lenen het vervelend zouden vinden om 5.000 euro te verliezen, maar ze toch ook niet uit het raam zouden springen als het onverhoopt mis mocht gaan. 6 procent rente leek me een mooi gemiddelde tussen de lage rente die wij op onze spaarrekeningen krijgen en de hoge rente die wij betalen als wij rood staan of geld lenen via creditcards. En tien jaar tijd gaf de lener, mits hij dat wenste, de gelegenheid langzaam terug te betalen.


Naast mij waren er slechts drie poten-tiële uitleners, en dat terwijl dertig serieuze gegadigden zich hadden gemeld. Daarom deed ik op 14 december een herhaalde oproep aan uitleners. Gelukkig meldden zich nog zo'n vijftien geïnteresseerden. Deze nieuwe uitleners heb ik niet meer persoonlijk ontmoet, maar op grond van hun e-mails heb ik geprobeerd hen te koppelen aan een lener van wie ik dacht dat die bij hen in de smaak zou vallen.


Uiteindelijk zijn negentien leners en uitleners aan elkaar gekoppeld - er was slechts een enkele mismatch. Voor mijn service als bemiddelaar heb ik geen kosten in rekening gebracht. De waarde van ontmoetingen met leners en uitleners zijn voor een literator immers niet in geld uit te drukken.


Tijdens de gesprekken met de leners merkte ik dat harde cijfers en bewijzen van solvabiliteit mij nauwelijks interesseerden. De risico-inschatting deed ik op grond van emotie. Zo heb ik mijzelf verbonden aan een dame die tijdens het gesprek moest huilen.


Het is mijn hypothese dat intuïtieve en emotionele risico-inschatting net zo goed of misschien zelfs beter werkt dan de zogenaamde rationele modellen die banken hanteren. Bovendien hebben leners en uitleners in bijna alle gevallen elkaar persoonlijk ontmoet. Dit persoonlijke contact zal er vermoedelijk aan bijdragen dat problemen sneller, menselijker én tot wederzijdse tevredenheid worden opgelost.


Ook schat ik in dat door het persoonlijke contact tussen lener en uitlener de leners alles op alles zullen zetten om hun schulden af te betalen, omdat trots en eergevoel een grote rol zullen spelen. Natuurlijk levert dit soort transacties geheel eigen risico's op. Uitleners kunnen bij problemen bijvoorbeeld voorstellen dat er in natura kan worden afbetaald, maar misdragingen door een van beide partijen kunnen bij mij worden gemeld.


Banken zullen blijven bestaan, maar zelf bank worden heeft een toekomst. Zeker als het gaat om kleinschalige kapitaalverstrekking aan burgers en bedrijven.


Wie bereid is enig risico te lopen, wie goed wil doen en een zakcentje daaraan wenst over te houden, wordt bankier. Laat de beteugelde ondeugd het paard zijn dat de koets waarin wij zitten voorttrekt.


Een man die geld wil lenen, vertelt me dat hij in de tussentijdse schoolopvang heeft gewerkt. Hij zegt: 'Het is nooit mijn ambitie geweest om beroemd te willen worden.'


Je wordt ook bankier om andermans pijn te verlichten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden