'Iedere levensloop heeft een achteruitkijkspiegel' 'Niet praten is iets anders dan zwijgen'

Een schrijfster met één thema, dictatuur, wordt Nobelprijswinnares Herta Müller genoemd. ‘Bij een verhoor let je op ieder woord.’..

‘Ik loop niet de hele dag te denken: ik heb de Nobelprijs.’ Herta Müller schiet in de lach. ‘Dat is vanuit het perspectief van een buitenstaander gedacht – en ik moet er dan zeker voor zorgen dat ik dat aureool waarmaak?’

De winnares van de Nobelprijs voor de Literatuur 2009 spreekt onbekommerder over andere schrijvers dan over haar eigen werk. Steeds weer zal het gesprek ook gaan over onderdrukking, over wat beschadigingen met je doen, wat angst met je doet. ‘Ik heb nooit schrijfster willen worden. Voor mij als kind in een boerenmilieu bestond er helemaal niet zoiets als een schrijver. Bij ons thuis waren geen boeken.’

Ze heeft beschreven hoe haar grootmoeder in 1944 bij de komst van de Russen niet alleen nazi-boeken maar alle Duitse boeken heeft verbrand en het zo twee dagen lekker warm heeft gehad. ‘Als ik op school iets las, kwam het niet bij me op dat iemand voor z’n beroep kon schrijven.’

Müller (1953) is gaan schrijven uit eenzaamheid, toen de Roemeense geheime dienst haar eind jaren zeventig op de hielen zat. Een officier van de Securitate uitte serieuze bedreigingen toen ze weigerde voor de dienst te werken. Daarna kwamen de verhoren. Ze wilde er niet over spreken en moest angst en eenzaamheid de baas blijven, vooral toen de Securitate het gerucht verspreidde dat ze als spionne voor de dienst zou werken. Eenzaamheid kende ze als kind al, toen ze koeien moest hoeden in het grote lege landschap aan de rivier de Timis in de Banaat, in het zuidwesten van Roemenië waar sinds 300 jaar een Duitse minderheid woont. Ze deed toen al aan verbale toverkunst, sommige planten gaf ze zelf bedachte namen en af en toe at ze een blad of een bloesemblaadje, in de kinderlijke hoop tenminste bij de planten te horen, want die wisten hoe je moest leven.

Heeft ze er bezwaar tegen dat ze een schrijfster met één thema genoemd wordt? ‘Hoezo? Er zijn toch veel schrijvers van wie je dat kunt zeggen. Meestal auteurs die hun thema niet zelf uitgekozen hebben, die onder extreme omstandigheden moesten leven en daarover zijn gaan schrijven, over dictatuur of over het concentratiekamp. Je kunt zeggen dat dit thema letterlijk fundamenteel is omdat je tot op de bodem geraakt bent. Die beschadiging gaat automatisch over op andere thema’s, omdat ze zo bepalend is geworden voor de schrijver die de verwonding opliep. ’

Herta Müller noemt onder meer Jorge Semprun, de Spaanse ex-communist die het nazikamp Buchenwald overleefde en er nog over schrijft.

Ziet ze zichzelf in een literaire traditie staan, in die van Kafka bijvoorbeeld? ‘Kafka? Dat zou wel erg aanmatigend zijn. Interessant is wat Imre Kertész gezegd heeft, dat voor mensen uit Oost-Europa Kafka een realistische schrijver is en geen surrealist. Terwijl mensen die niet ononderbroken in dictaturen leefden en geen onverklaarbare vervolging ondergaan hebben Kafka’s werk surrealistisch opvatten. In Oost-Europa kon je je wat Kafka beschrijft in Het proces zeer goed in de werkelijkheid voorstellen.’

‘Ik zie mezelf helemaal niet in een literaire traditie staan. Wat zou dat ook moeten betekenen? Natuurlijk, net als in de wetenschap komt ook in de literatuur het een uit het ander voort. Wat je doet, komt niet uit de lucht vallen, je leest van alles en literaire stromingen gaan niet aan je voorbij, maar bewust heb ik me nooit laten beïnvloeden.

‘Ik kan niet zeggen welke schrijver voor mij belangrijker was: Márquez, Thomas Bernhard, Kertész of Semprun of Primo Levi of Celan of weer anderen. Het dorp Macondo uit Honderd jaar eenzaamheid is voor mij een plaats in de Banaat waar ik vandaan kom. Márquez is een geweldige schrijver, ook al heeft hij helaas andere politieke opvattingen dan ik. Die onkritische eeuwige band met Castro, zo’n mannenvriendschap die niet door feiten onder vuur kan komen te liggen.’

Als puber las ze Paul Celan, de Duitstalige Joodse dichter uit Czernowitz. Bij het lezen van zijn gedichten over de moord op de Joden voelde ze haar keel dichtgesnoerd worden: ‘ik ben immers aan de andere kant geboren, aan de kant van de daders.’

Dit gevoel ligt mede ten grondslag aan haar schrijven. De verstrikking van de Duitse minderheid in de misdaden van de nazi’s is een onlosmakelijk onderdeel van haar werk. Niet voor niets vonden haar Duitstalige landgenoten dat zij met haar debuut Ein schwäbisches Bad haar nest bevuilde.

Als Müller in haar laatste boek Atemschaukel (Ademschommel) schrijft over de massadeportaties naar werkkampen in de Oekraïne van vrouwen en mannen uit de Duitstalige minderheid in Roemenië, kan het geen lezer ontgaan dat aan die kampen Operatie Barbarossa en de moord op de Joden vooraf is gegaan.

‘Ik ben niet verantwoordelijk voor de moord op de Joden, maar iedere levensloop heeft een achteruitkijkspiegel en daarmee kijk je ook in je eigen leven, dat mede bepaald wordt door de biografie van je ouders. Mijn vader was bij de SS, soms lijkt het wel of ik de enige schrijver ben met een SS-vader, ik vrees dat dat komt omdat ik er vaak over geschreven heb. Toen ik op mijn 17de mijn geboortedorp verliet, was ik zo oud als mijn vader toen hij zich bij de SS meldde. Ik heb toen tegen mezelf gezegd: ‘Je leeft ook in een dictatuur, je verwijt je vader dat hij zich als 17-jarige bij de SS heeft gemeld. Je mag dus niets doen wat jou later ook verweten kan worden.’

De terreur van de dictatuur leerde ze kennen toen ze na drie jaar studeren bij een machinefabriek ging werken. In haar Nobelprijsrede riep ze aan de hand van een zakdoek – die een rol speelde in haar eigen leven en in dat van de hoofdpersoon van Ademschommel – op een wonderbaarlijk poëtische én zakelijke manier op wat er gebeuren kan in een wereld waaruit die terreur maar niet wil verdwijnen.

Al eeuwen zijn filosofen in de ban van het probleem van de ontoereikendheid van de taal. Beseft ze dat zij die kwestie – onder andere met de zakdoek – op zeer concrete wijze benadert?

‘Nee, dat is me nooit opgevallen, maar het probleem houdt me voortdurend bezig omdat taal mijn materiaal is. Taal op zich bestaat niet, taal is altijd wat iemand doet of niet doet. Zwijgen en denken doe je ook in taal.’ Zonder enige overgang: ‘Bij een verhoor ben je nooit onbevangen: je let op ieder woord omdat je weet dat het consequenties heeft. Je mag niet te veel verraden, maar je moet ook doen alsof je antwoordt. Je moet ook liegen en je daarbij niet laten betrappen. In een verhoor maak je nooit enige kans, maar je moet je gedragen alsof je je verdedigt. Bij het schrijven is het net zo: de waarheid, de verzonnen waarheid, ontstaat pas wanneer de tekst zijn eigen woorden vindt. Ieder woord moet passen, moet goed zitten.’

Dat klinkt haast alsof ze bij al die verhoren iets heeft geleerd wat ze op het schrijven heeft kunnen toepassen. ‘Ik wil daar helemaal niets geleerd hebben. Ik wou dat ik nooit verhoord was! Niet in een verhoor, maar als vijand van de staat, als politiek vervolgde, leer je wat noodzakelijk is om te overleven. Je leert heel goed te zwijgen.’

Kon ze dat niet al goed? In haar verhalen roept Müller het zwijgende milieu op waarin ze is opgegroeid. ‘Dat was iets anders, niet veel praten is iets anders dan zwijgen, verzwijgen is geen zwijgen. Ik bedoel zwijgen uit waardigheid, zwijgen uit discretie tegenover jezelf.’

In een essay uit 2002 heeft ze het over de Schule des Schweigens. Die heeft haar geleerd haar woorden te kiezen, wat iets anders is dan karig zijn met woorden. In gedichten, in korte verhalen en in romans, in poëtische essays en in vlijmscherpe artikelen heeft Herta Müller zowel feiten als leugens, verwondingen, vluchtwegen en bittere eindstations opgeroepen. Maar ook ijskoude landschappen, intieme fantasieën en het gek makende gevoel van permanente honger. In Ademschommel komt het nagenoeg allemaal samen.

Op de vraag wanneer ze zag dat ze een groot schrijfster is, zegt ze dat ze helemaal niet bescheiden is, maar ‘bij ieder boek moet ik opnieuw bij nul beginnen. Ik schrijf iedere keer vanuit de vaste overtuiging dat ik het niet kan’. Ze moet lachen als ik haar vraag of ze Ademschommel gelezen heeft: ‘Hoezo, ik heb de drukproeven gelezen, waarom zou ik het moeten lezen?’

Omdat het zo’n ontzettend goed boek is – en omdat ze toch ook weet wat voor ontwikkeling haar werk heeft doorgemaakt? ‘Dat is toch heel gewoon’, zegt ze met spontane luide lach: ‘Ik heb ook een ander kapsel dan dertig jaar geleden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden