'Iedere jongen zoekt een verzetje, er zit iets in wat eruit moet'

Jongens die geweld plegen, het is van alle tijden, zegt ex-hooligan Geert Spieker. Sensatie, testosteron. 'Het verschil met vroeger is dat ze nu minder normen en waarden kennen.'

Geert Spieker was 12 toen hij bij de Z-side van FC Groningen kwam. Je hebt er jongens die komen met de spandoeken, jongens die dingen willen vernielen en jongens die een lekker robbertje willen knokken. Hij was van het knokken. Niet meteen natuurlijk, pas toen hij een jaar of 16 was. De adrenaline die hem opjoeg, de confrontatie met supporters van de tegenpartij, met de politie, dat alles vond hij toen prachtig, vertelt hij. Hij is nu 46 en al twintig jaar gestopt als hooligan, een ex-hooligan die zich opwerkte van 'vrijwilliger tot raadslid' en nu 'meewerkend' directeur is van Overstag Uitvoering, een druk beklant eigen bedrijf in Groningen dat ontspoorde jongens weer op de rails zet.

Zijn ogen lichten op als hij vertelt over vroeger, de tijd dat hij om de haverklap in de politiecel belandde. Vertellen doet hij gretig en graag. Hij begrijpt de kick die jongens in rellen en bij elkaar zoeken, hij weet waar ze tegenaan lopen, omdat ze zijn zoals hij was. Hij is een ervaringsdeskundige, die geniet als zijn jongens de boel weer op orde hebben en trots vertellen over werk, vrouw, huis en kind. Maar hij ziet ook dat het anders is geworden, ruwer, harder. 'Elk respect ontbreekt', zegt hij.

'Je wordt geen hooligan, je komt ermee in aanraking omdat je op zoek bent naar geborgenheid, naar vriendschap. Hooligans vormen een sociaal netwerk, ze zijn als groep belangrijk. Je deelde alles met elkaar. Samen op stap, naar school, spijbelen. De groep nam de rol van je familie over. Ik had aandacht nodig, wilde ergens bijhoren, dat zag ik pas in toen ik als 30-jarige terugkeek op mijn verleden. Ik werd opgevoed door mijn oma, bij de hooligans vond ik vriendschap, loyaliteit.

'Hooligans zijn naar binnen gericht, heel sociaal voor elkaar. Als je een uitwedstrijd had, spijbelde je om met de supporterstrein mee te kunnen. Als je geen geld had, zorgde de groep voor een kaartje. Die groepsbinding was het hele proces en dat is anno 2013 volgens mij nog steeds zo. Jongens onder elkaar. Bij mij stopte het toen ik vader werd. Ik had een dochter, ik wou er voor haar zijn, ik vond dat ik het niet meer kon maken iedere keer op het politiebureau vast te zitten.

'Er is veel veranderd. Nu is alles zo goed georganiseerd dat je als hooligans bijna niet meer bij elkaar kunt komen. Meldingsplicht, stadionverbod, omgevingsverbod, verplichte buscombi's, voetbalwet, de hooligans balen van al die regels, maar ze zijn slim genoeg om die te omzeilen. Je ziet nu op tv minder rellen op tribunes of stadion, maar de problemen verplaatsen zich, er zijn veel meer incidenten in openbare ruimten, bij het uitgaan, bij evenementen. Allemaal groepsgedrag. Iedere jongen zoekt een verzetje, dat heeft vaak niks met voetbal te maken, het gaat om de kick. Zie dat filmpje uit Eindhoven of de veldslag in Haren tijdens Project X.

'Het zijn niet alleen hooligans, je ziet ook studentjes gekke dingen doen, jongetjes die wel netjes zijn opgevoed. Er zit iets in die jongens wat eruit moet. Als er wat gebeurt, willen ze allemaal laten zien dat ze wat zijn, dat ze wat voorstellen. Dat zag je heel mooi in Haren. Snotneuzen die ineens met allemaal dingen gooien. Goed opgevoede jongens en ze doen mee met de kudde. Sensatie, adrenaline, testosteron die bij jongens tussen de 15 en 25 door het lichaam dendert.

'Toch is het grote verschil met vroeger dat ze nu minder normen en waarden kennen. In mijn jeugd was ik doodsbang dat ik naar de schooldirecteur moest, want dan kreeg je een hoop ellende. Laatst was ik op een school en daar moest de leraar gewoon zijn bek houden. Jongens zitten verbaal gelijk op de kast. Er is geen enkel respect meer.

'De omgang met elkaar is ook harder geworden. Als er vroeger iemand op de grond lag, liep je verder. Nu gaan ze door met trappen. Een paar jaar geleden ben ik ertussen gesprongen toen drie jongens door tien man werden gepakt. Er lag er een op de grond, schopten ze nog tegen zijn hoofd. Ik ging ervoor staan en de jongen kon worden weggesleept.

'Het gebrek aan respect voor de docent, bedreiging, intimidatie, ik denk dat een deel met de opvoeding te maken heeft. De maatschappij stimuleert dat beide ouders werken. Er is naschoolse opvang, tussenschoolse opvang, al die dingen, maar de aandacht en liefde voor het kind is een stuk minder geworden. Jongeren komen tekort. Ik heb het zelf meegemaakt. In de pauze van school kon ik naar mijn oma voor een kopje thee, maar als ik een doelpunt maakte, stond er niemand aan de kant om te juichen. Dan ga je op zoek.

'Ik ben al drieënhalf jaar met het project Overstag bezig, sinds augustus onder eigen vleugels. Elke week zijn er drie, soms vier nieuwe aanmeldingen, vaak jongens die al veel hulpverleners hebben gezien. Ze worden verwezen door zorginstellingen, gemeenten, reclassering, jeugdzorg, UWV uit de hele provincie Groningen. Onze aanpak is eerder gericht op de praktijk dan op de hulp. We nemen ze onder de arm. Normaal gaat een klant naar de hulpverlener, wij zitten ze achter de broek aan. Bellen ze 's morgens wakker: Piet, hoe laat was jouw afspraak? Onder de douche dan! Jagers sporen ze overal op. Jagers zijn mensen die in het weekend in de beveiliging zitten en door de week bij ons. Vanaf zes uur 's morgens hebben ze een bellijst voor zich. Als Pietje niet op het opgegeven adres zit, gaan ze hem zoeken, jagen ze op hem. Ouders, vriendin, koffieshop, ze rijden overal naartoe en brengen hem naar zijn afspraak. Het is een heel intensieve aanpak die tussen de zes en negen maanden duurt. We hebben nu zes groepen gedraaid, in totaal in drie jaar met iets meer dan honderd jongens.

'Je hebt twee soorten jongens: de niet-willers die alles traineren en de niet-kunners, jongens die de bagage niet hebben om zelf stappen te zetten. Grotendeels Hollandse jongens, een klein deel heeft een kleurtje. Ze hebben schulden, problemen met huisvesting, justitie, alcohol, drugs, school. Een kwart heeft een geweldsdelict gepleegd, maar de meesten vluchten in andere dingen. Komen hun huis niet meer uit, gaan niet meer werken, niet naar school, betalen hun rekeningen niet en vluchten in drugs. Wij helpen ze eerst hun problemen op te lossen. Ze moeten weer structuur krijgen in hun leven, niet langer aan de zijlijn staan.

'Heel vaak zijn de ouders gescheiden of zijn het kinderen van alleenstaande moeders. Veel van hen hebben nog nooit het woord 'nee' te horen gekregen. Je mag niet altijd de opvoeder of de moeder de schuld geven. Er zijn veel ouders die het zelf niet trekken. Soms schamen de ouders zich, willen ze er niet over praten. Het gebeurt dat jongens de boel in huis overnemen, dat zij de baas zijn.

'Er zijn jongens die de hele dag hun bed niet uitkomen. Jongens die anderhalf jaar thuis blijven terwijl ze leerplichtig zijn. Blowen doet zo'n 70 procent. Vroeger kon je maar op twee plekken in de stad drugs kopen, nu zijn er overal koffieshops. Wij proberen ervoor te zorgen dat ze in elk geval doordeweeks niet blowen. Als je je diploma wilt houden of je baan, moet je je kop erbij houden.

'Drugs maken afhankelijk. Cocaïne is tien keer erger dan weed. Ik heb het heel lang gebruikt, het maakte me zelfverzekerder, het was mijn vriend. Het was de trend, je gebruikte drugs. Nu zie je vaker partydrugs, of speed. Jongens die geen geld hebben, nemen amfetaminen. Onder invloed van drugs en alcohol doe je veel gekkere dingen dan wanneer je nuchter bent. Dat was honderd jaar geleden ook al zo. Andere middelen, ander kleurtje, het is oude wijn in nieuwe zakken.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden