Ieder zijn eigen akkertje

Wie krijgt de VSB-prijs voor de beste dichtbundel van het jaar? Het is lastig kiezen nu alles kan en mag in de Nederlandse poëzie. En toch is zonneklaar wie van de vijf genomineerden de prijs verdient.

Het is een rustige tijd in de Nederlandse poëzie. Geen slechte, maar een rustige. Grote dichters als Lucebert, Faverey, Komrij en Kopland zijn er niet meer. De jaren van de provocerende manifesten, schuimbekkende selfkickers en elkaar in de haren vliegende Raster- of Tirade-dichters liggen decennia achter ons. En ook latere kwajongens als Ilja Leonard Pfeijffer of Erik Jan Harmens houden zich al een tijdje koest.


Het poëtische landschap van vandaag is rijk geschakeerd en vruchtbaar, vredig en kleinschalig - iedere dichter heeft zijn eigen akkertje of kasje en neemt vriendelijk de pet af voor de conceptuele of anekdotische buurman. Oudere dichters met de P.C. Hooft- of Constantijn Huygensprijs op zak, variëren met wisselend succes nog eens op hun obsessies. Middelbare dichters die deze prijzen nog eens hopen te winnen doen hetzelfde.


Debutanten zie je steeds minder in boekvorm; grote nieuwe talenten als Lieke Marsman, Marjolijn van Heemstra of Kira Wuck zijn bedeesde jonge vrouwen, die desondanks slamkampioene worden of hun werk eerst op YouTube uitbrengen en promoten. En verder gebeurt er weinig luidruchtigs.


In DWDD levert een populaire poëtaster cabaretesk commentaar op de uitzending. Sporadisch verschijnt er een meesterwerk, zoals in 2009 Divan van Ghalib van Nachoem Wijnberg. Af en toe roept Ingmar Heytze in de krant dat toegankelijke dichters met een publiek net zo belangrijk zijn als de intellectuele woordschuivers die niemand begrijpt, maar die wel alle eer en alle prijzen krijgen. En elk jaar wordt de VSB-prijs (groot 25 duizend euro) uitgereikt, dit jaar op 30 januari, als aftrap voor een hele Poëzieweek, waarin onder meer een nieuwe Dichter des Vaderlands zal worden ingehuldigd.


Hoe bepaalt een jury nu in een dermate gevarieerd polderlandschap wie van alle nederwiet- tot kumquatkwekers de beste bundel van het jaar schreef?


Met de regelmaat van de klok weerklinkt de roep om meer maatschappelijke betrokkenheid in de poëzie, meer straatrumoer, meer actualiteit. In hoeverre de poëzie zich daar iets van aantrekt, is de vraag, maar de jury van de VSB Poëzieprijs 2013 lijkt zich sterk te hebben laten leiden door het engagementsgehalte. Vijf bundels koos zij, die alle vijf de vinger stevig aan de pols van de hedendaagse wereld hebben.


En wat blijkt?


Het menselijk bestaan aan de westelijke kant van planeet aarde is begin 21ste eeuw bepaald geen pretje. Ondanks alle welvaart is het somberheid en grimmigheid troef. 'Rating van het mensdom gedaald / van AAA naar AA, A en A-' , constateert Sybren Polet. Een daling die te maken heeft met de 'pandemie van de economie', met 'de dagelijkse mensoffers' en al die 'mensvormige leegtes' in 'wiebelende woontorens' die onze planeet in toenemende mate overbevolken.


Donderprofeet H.H. ter Balkt op zijn beurt: 'Ochèrm, er was geen weidsheid/ in ons/ en de bosranden voorspelden/ ...Neergang; Neergang'. En: 'Als dit de wereld is spit mij dan onder.' Ester Naomi Perquin fluistert: 'Wij zijn modern. Het is de juiste eeuw voor liefde niet.' Sterker nog: liefde is niets meer dan 'bewegend vlees' op een beeldscherm, aldus Menno Wigman; 'je veegt je zaad op en vergeet het.' Waarop Luuk Gruwez ons ten slotte voorhoudt dat de hedendaagse mens enkel nog door een moeras van banaliteit en ontluistering strompelt, om uiteindelijk kopje onder te gaan in het 'moeras der moerassen': 'de doodsimpele dood'.


Juist.


Dat we sterfelijk zijn en dat het crisis is wisten we al, en nu blijkt onze onttoverde, vereconomiseerde beschaving ook nog op een nulpunt aangeland. Maar is er volgens de vijf VSB-genomineerden dan geen hoop? En welke poëtische strategie hanteren zij om op de been te blijven?


Sybren Polet

Sybren Polet (1924) brengt nog maar eens welgemoed het aloude wapen van de verbeelding in stelling, met het dichterlijke woord als voertuig. In zijn unieke, niet van humor gespeende 'wenstaal' vol nieuwvormingen als 'fotonmodellen' en 'nullionairs', schept hij de merkwaardigste mogelijkheden om aan onze doodzieke realiteit te ontsnappen. Een betere 'nevenwereld' wil hij oproepen in 'gereanimeerde taalmaterie'; de tekens en verre tonen van virtuele, 'bijna zichtbare aanwezigheden' zijn al bijna op te vangen. Als een echte sciencefictionman steekt hij de mensheid een hart onder de riem: 'Weet, de eerste biohomoïden wonen al onder ons'.


De luchtholenmens als nieuwe mythe, dagelijks herdicht,


kosmokubistische hominide, opgebouwd uit netwerkpartikels


Sybren Polet: Virtualia. Tegentonen.


Wereldbibliotheek; 94 pagina's; € 15,90.


Luuk Gruwez

Luuk Gruwez (1953) gebruikt eveneens stilering om zijn illusieloosheid lucht te geven. In zijn meerstemmige bundel komen - de titel Wijvenheide suggereert het al - veel vrouwen aan het woord: van een geschilderde dame als de Venus van Cranach of de laatste vrouw die de uitgestorven taal Eyak sprak tot de 'Zeemansvrouw uit Ithaca of uit Zeebrugge'. Ook een demente oma, een 'wankelmoedige' moeder en een zuster die zelfmoord pleegde, worden in schrijnende gedichten geportretteerd. Geen melancholie of droefenis echter bij deze dichter, althans niet aan de oppervlakte, maar galgenhumor en een grimmig spel met het hyperbolische en groteske. Met sardonisch genoegen worden de onttakeling en ontluistering getoond van de hedendaagse mens in zijn miezerige geworstel met de banaliteiten en verhevenheden van Eros en Thanatos.


De baby's kunnen flink marcheren, ook al zijn ze klein.


Zie ze daar lopen met zonnebrillen, woekerrentes, ridderordes. Brillantine op hun donzige koppen.


Zijn zij niet cool? Jawel. Maar op het thuisfront


wachten hun alleen die trieste pornosites.


Luuk Gruwez: Wijvenheide.


Arbeiderspers; 84 pagina's; € 17,95.


Menno Wigman

Menno Wigman (1966) lijkt door alle ellende in de wereld, en vooral door het materialisme, de vernielzucht en de vertrutting die hem omringen in een persoonlijke crisis beland. 'Geen hoop, geen zin, geen bedvriendin.' Hij is in het begin van de bundel aan de antidepressiva, heeft een writer's block en voelt zich desolaat in het spiegelpaleis van beeldschermen en chat-rooms dat de wereld is geworden.


Door langzaam weer te gaan dichten, probeert hij het leger demonen dat hem bevolkt uit te drijven. Zonder een sprankje relativering beitelt hij zijn moderne Welt-


schmerz in de tienlettergrepige, jambische regels die zijn handelsmerk zijn. Het enige licht dat ten slotte aan het einde van de tunnel gloort, is een nieuw lief, 'mooi, zo mooi, ik krijg het niet gezegd'. Zo krijgt Wigmans gestileerde dichterlijke nachtmerrie een onverwacht happy end.


Ik wil de hemel en ik wil de straat,


ik wil in zestigduizend hoofden ruisen


en iedereen een tand uitslaan


voor ik de weg van alle boeken ga


en roemloos bij De Slegte sta.


Menno Wigman: Mijn naam is legioen.


Prometheus; 70 pagina's; € 14,95.


H.H. ter Balkt

H.H. ter Balkt (1938) blijft onvermoeibaar roepen in de woestijn en knorrig protest aantekenen tegen de vernietiging en verkwanseling van al het authentieke, natuurlijke en onwinstgevende. Want al zijn de wegen verlegd en staat er allang een bedrijvencomplex, zolang zijn gedichten gelezen zullen worden, brandt 'op de driesprong' de al lang verdwenen lamp nog 'in de herberg met verdampte olie'. Daarom zet hij onverdroten zijn pogingen voort het verleden levend te houden in zijn veeltonige taal. En ook zijn geloof in de regenererende kracht van de natuur is ongebroken: 'De wereld is in IK veranderd, en het land, in een mantel van stof, staat op een dieet van water en droog brood./ Ja het land werd markt en winkel./ Maar hoe de winnaars ook winnen, de vogels blijven zingen.'


Een slak nam mij op de horens


en honger- en dorstmolens draaiden,


muggenzwermen rolden klaaglijk


aan zwarte ondraaglijke wagens


H.H. ter Balkt: Vliegtuigmagneet.


De Bezige Bij; 48 pagina's; € 15,-.


Ester Naomi Perquin

Ester Naomi Perquin (1980) zoekt het in de compassie. Tien ijzeren celdeuren opent zij voor de lezer, met daarachter ongure sujetten als een messentrekker, een winkelcentrumschutter en een psychotische serial killer die graag weerwolf had willen zijn. Erg ambtelijk verlopen de celinspecties niet. Terloopse inkijkjes krijgen we in de gevangenenverblijven en vooral in het denken, dromen en fantaseren van de gedetineerden.


De bedachtzame, dichterlijke stem die ons rondleidt, is die van de empathische cipier, een jonge moeder die geleidelijk haar eigen ervaringen met die van haar gevangenen gaat vermengen. Blijkbaar wilde Perquin méér dan uitsluitend ongefilterd het realistische gevangenisleven weergeven in de bijbehorende rauwe taal. Bij haar zijn de gevangenen ondanks hun daden geen ijskoude, meedogenloze monsters, maar hulpbehoevende jongens die met hun eigen stoornissen in het reine proberen te komen. Van de vijf genomineerde bundels is die van Perquin daardoor de meest concreet geëngageerde.


Begrijp me goed, wanneer het nodig is: zeg het hard.


Hard als de handel in vlees, weesferm, zeg hoe snel je toen sneed


en koud moest maken, handzaam als een diepvrieskip


Ester Naomi Perquin: Celinspecties.


Van Oorschot; 72 pagina's; € 14,50.


Heeft de VSB-jury met deze vijf bundels de beste van 2012 aangewezen? Ze zijn alle vijf redelijk tot goed, maar over alle vijf valt ook wel wat te zeuren, al is dat vaak een kwestie van smaak. Zo is Polet nu en dan erg woordspelig en wazig, Gruwez hier en daar te babbelig voor zijn doen, Wigman te gepolijst en retorisch, Perquin te wollig en Ter Balkt minder vlammend dan in eerdere bundels.


Daar komt bij dat er makkelijk vijf andere bundels uit 2012 aan te wijzen zijn met minstens evenveel kwaliteit, zij het misschien minder maatschappelijke betrokkenheid. Bijvoorbeeld: Naar de daken van Bernard Wesseling, Leegte lacht van Tonnus Oosterhoff, Kluwen van Eva Gerlach, Lekker dood in eigen land van Frank Koenegracht of We konden alle kanten op van Ad Zuiderent.


Stuk voor stuk bundels die een nominatie zouden hebben verdiend. Dat krijg je met jury's, die zijn nou eenmaal een toevallig samenstel van meningen en opvattingen en moeten compromissen sluiten. In een jaar waarin er geen onbetwistbare meesterwerken verschenen, komt het relatieve en arbitraire van het poëzieprijzencircus extra duidelijk naar voren.


Waarmee we aanbeland zijn bij de vraag wie van de vijf genomineerden de prijs moet krijgen. Daarop is uiteraard maar één antwoord mogelijk. Hem lezen is elke keer weer een avontuur. Je hebt hem nooit uit vanwege de onuitputtelijke rijkdom van zijn taal en de veelzijdigheid van zijn bronnen. Daarnaast zijn de warmte en de speelse kracht van zijn toon onnavolgbaar en ongeëvenaard. Van de vijf genomineerden is hij zonder twijfel de grootste dichter, zelfs in een bundel die niet zijn sterkste is.


Dames en heren: de VSB Poëzieprijs 2013 moet naar degene die schreef: 'Hoe de winnaars ook winnen, de vogels blijven zingen' - H.H. ter Balkt.


Uitreiking VBS Poëzieprijs 2013: woensdag 30 januari, live-verslag vaaf 21 uur in De Avonden (VPRO), Radio 6. De jury van de VSB-poëzieprijs bestaat uit Saskia Stuiveling (voorzitter), Maria Barnas, Geert Buelens, Patrick Lateur en Anthonya Visser.


WIE VOLGT DICHTER DES VADERLANDS NASR OP?

Op de eerste dag van de Poëzieweek, donderdag 31 januari, neemt Ramsey Nasr eervol afscheid als Dichter des Vaderlands. Dat gebeurt 's avonds in Paradiso, Amsterdam, waar Nasr optreedt met muzikale ondersteuning door het Metropole Orkest met zang van Ricky Koole en Viggo Maas.


Die avond wordt ook de naam van de nieuwe Dichter des Vaderlands bekendgemaakt. Deze wordt voor het eerst niet gekozen door het publiek, maar benoemd door een commissie, bestaande uit Maria Barnas, Arie Boomsma, Arjen Fortuin, Piet Gerbrandy, Kristien Hemmerechts en Mei Li Vos.


Tijdens het afscheidsconcert presenteert Nasr tevens de 300 pagina's tellende bundel Mi have een droom (De Bezige Bij). Daarin zijn alle gedichten en opiniestukken opgenomen die hij de afgelopen vier jaar als Dichter des Vaderlands heeft geschreven.


Het Dichterschap is een initiatief van onder andere Poetry International, NRC Handelsblad en NRT. De voorgangers van Nasr waren Gerrit Komrij (vanaf 2000) en Driek van Wissen (2005-2009).


POëZIEWEEK 2013

Met de uitreiking van de VSB Poëzieprijs 2013 begint de eerste landelijke Poëzieweek (thema: muziek), een bundeling van voorheen zelfstandige evenementen zoals de Gedichtendag (31 januari), de benoeming van een nieuwe Dichter des Vaderlands (idem), de finale van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (6 februari) en het afsluitende Gedichtenbal in de Amsterdamse Stadsschouwburg (idem). Wie tijdens de Poëzieweek voor tenminste 15 euro aan poëzie koopt, ontvangt de geschenkbundel van Anna Enquist: Een kooi van klank.


poëzieweek.com


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden