Ieder strijdt zijn eigen strijd, maar waarom in Club Astrid?

Een vrouw met rood haar doet een dansje, een stuntelig dansje en die duurt een tijdje. De zaal begint wat ongeduldig te schuiven en te snuiven - totdat een van de andere personages opspringt en schreeuwt: C'est de la merde!...

Karin Veraart

Het publiek lacht, hoorbaar opgelucht.

Volgende scène.

Het is een exemplarische gang van zaken voor Club Astrid, de voorstelling die Lies Pauwels vorig jaar maakte voor het Gentse Victoria en die nu haar Nederlandse première beleeft. Acht mensen zocht zij bij elkaar voor haar regiedebuut.

Dat zijn acteurs met wie ze - zelf als actrice - samenwerkte in Victoria-voorstellingen van Arne Sierens en Alain Platel. Maar er zit ook een aantal anderen tussen, onder wie twee twaalfjarigen die elkaar afwisselen.

Deze acht krijgen de vrije hand om te laten zien wat ze, gezamenlijk en al improviserend, hebben opgebouwd. Dat blijkt een nogal wiebelig geheel van gekke invallen, aparte observaties en associatieve sketches. Al die verschillende onderdelen hebben vaak een verrassende strekking, maar al met al vormen ze toch een vreemde verzameling waarin het moeizaam een samenhang ontdekken is.

Uitgangspunt is een turnclub genaamd naar de verongelukte Belgische koningin Astrid, wier buste het droevige clubzaaltje siert. Hier zitten de personages, aanvankelijk aan een lange tafel. Met betraande ogen kijken ze de zaal in, waarop ieder om beurten zijn of haar zegje doet.

De een probeert moeilijke woorden uit te spreken. De ander geeft een opsomming van dingen waarvan hij wel houdt en waarvan absoluut niet. Een volgende praat over iets akeligs dat haar ooit overkwam. Zo strijdt ieder zijn strijd in Club Astrid - zoveel wordt wel duidelijk.

Langzamerhand komt het tot interactie tussen de clubleden, die gaandeweg een steeds feller en absurdistischer vorm aanneemt.

Na zijn schreeuw om tomaten, geeft acteur Mohamed Benaouisse zelf een krachtige danssolo ten beste, waarna Anna Geering en Gert Portael elkaar vinden in een woeste vechtpartij die overgaat in een half-erotisch treffen tussen Geering en Frederik Debrock.

Muziek speelt een belangrijke rol, van Stabat Mater (solo Sylvie Buytaert) tot Chanson d'Amour (allemaal!), evenals de choreografie, die nog enige (vorm)eenheid in de voorstelling brengt.

Maar wat die mensen bindt, waarom zij daar samen zijn in die (voormalige?) turnclub, dat komt toch niet overtuigend over het voetlicht. Je moet een behoorlijke zuurpruim zijn, wil je niet af en toe in de lach schieten om de snelle opeenvolging van gekke scènes. Maar er ontbreekt toch een dwingende reden waarom deze voorstelling maar doorraast - totdat ten slotte dan die doordringende bel klinkt en er daarmee een eind aan maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden