Idolen evenaar je niet, idolen overtref je

IDOLEN kun je niet evenaren, zegt Miguel Indurain deze maand in l'Equipe. Op een bijgaand fotooje zit aan zijn rechterzijde Bernard Hinault, aan zijn linkerzijde luistert Eddy Merckx mee....

BART JUNGMANN; JAAP VISSER

Eén stoel bleef leeg in Aix-les-Bains bij die 'ontmoeting der giganten', zoals het Franse sportblad het noemde. Op die stoel had Jacques Anquetil moeten zitten. Hij won ook vijf Tours, maar overleed acht jaar geleden aan kanker.

Anquetils vijfde, in 1964, is een van de gedenkwaardigste in de Tour-geschiedenis. Hij verschijnt dat jaar met de Giro al op zak als favoriet aan de start in Rennes, maar de vraag of hij Fausto Coppi gaat evenaren - Tour en Giro in één jaar - kan pas op de laatste dag werkelijk worden beantwoord. Anquetil is van de vijfvoudig Tourwinnaars het best vergelijkbaar met Indurain. Beiden onderscheiden zich van de concurrentie in de tijdritten.

De elfde en de achttiende etappe in die 51ste ronde zijn races tegen het uurwerk en Anquetil is de snelste. Maar de gele trui wordt van Briançon tot Bayonne gedragen door de Franse outsider Georges Groussard. Anquetil had vooraf de meeste angst voor de Belg Rik van Looy, maar die komt al in de eerste etappe ten val en stapt niet meer op de fiets.

Met een zekere arrogantie en achteloosheid heeft Anquetil vooraf Raymond Poulidor als mogelijke tegenstrever weggewuifd. Maar de 'eeuwige tweede' heeft dat jaar al wel de Ronde van Spanje op zijn naam geschreven en lijkt eindelijk rijp voor geel in Parijs.

Op de rustdag in Andorra, met veertien etappes achter de wielen waant Anquetil zich zeker van zijn zaak. Hij laat zich alles goed smaken en moet dat de volgende dag bekopen. Het is koud en een koortsige, hologige Anquetil moet op de col Envalira, de eerste klim, verzaken. Zijn hoofd staat naar opgeven, maar knecht Rostollan en ploegleider Geminiani houden Anquetil in het zadel.

Met vier minuten achterstand op Poulidor komt Anquetil boven. Hij laat zich als een steen vallen en maakt daarmee twee minuten goed. Op de vlakke wegen richting Toulouse vindt de zich herstellende Anquetil aansluiting bij een groepje met de gele-truidrager Groussard.

Uiteindelijk komt niet Anquetil maar Poulidor, die ook nog eens onderuit gaat in een afdaling, met achterstand binnen. Verslaggever Theo Koomen is laaiend enthousiast in de Volkskrant: 'Het opwindende stuk wielersport dat Anquetil zijn concurrenten en de volgers had voorgetoverd, was de lauweren waard. De eretekenen van een echte, onvervalste Tourwinnaar.'

De dag erop, als het van Toulouse naar Luchon gaat, zijn de rollen omgedraaid en ontpopt Poulidor zich als de echte, onvervalste Tourwinnaar. De beslissing moet vallen op de Puy de Dome, die merkwaardig eenzame berg vlakbij Clermont-Ferrand.

In de individuele tijdrit naar Bayonne wint Anquetil weer 37 seconden op PouPou en legt tevens beslag op de gele trui. In het geel gaat Anquetil voor bij de beklimming van de 1414 meter hoge Puy de Dome. Poulidor heeft te laat in de gaten dat dat bluf is. Pas op achthonderd meter voor de finish waagt hij de sprong en in dat korte bestek verspeelt Anquetil maar liefst 42 seconden. In het klassement staat Poulidor dan nog veertien seconden achter.

De Belgische wielerjournalist Robert Janssens wringt zich na afloop van die rit naast Anquetil op de achterbank van de ploegleidersauto. Het zijn mooie woorden die hij Anquetil laat zeggen in het boek Vreugde en Verdriet in de Tour. Te mooi wellicht om uitgesproken te zijn, maar mooi genoeg om hier te citeren: 'Die smeerlap, ik haat hem. Pootjes geven aan de mensen, dat kan hij. Maar mee een wedstrijd maken, dat gaat niet voor meneer. Ai, hij heeft mij pijn gedaan, overal. Hij moet mij straks geen handje meer komen geven. Ik sla hem tot moes. Denkt hij nu echt de ronde te gaan winnen? Smeerlap, vandaag heb je misschien de gele trui, maar in Parijs nooit, nooit, nooit.'

De 27 kilometer lange tijdrit tussen Versailles en Parijs moet de beslissing brengen. Halverwege is Anquetil, zoals verwacht mocht worden, twaalf seconden sneller dan Poulidor. Maar in het tweede gedeelte nadert de uitdager tot op drie seconden. De laatste vijf kilometer is Anquetil echter onweerstaanbaar en hij wint de Tour in het Parc des Princes uiteindelijk met 55 seconden voorsprong op Poulidor, tot dan toe het kleinste verschil uit de Tourgeschiedenis. Maar Jacques Anquetil zegt na afloop: 'Heb ik niet gezegd dat ik beter ben dan Poulidor?'

Tien jaar later heeft Merckx meer recht van spreken als hij de onverwoestbare Fransman, die twaalf keer van de partij is in de Tour, ruim acht minuten voor blijft na 4.098 kilometers. 1974 Is het laatste jaar waarin Merckx de Tour beheerst. De Fransen zijn hem zat. 'Ik kreeg brieven waarin men me smeekte Poulidor ook eens te laten winnen. Ik heb nooit toegegeven aan die oproepen. Integendeel, ik ging nog harder rijden.'

Eddy Merckx heeft wat dat betreft een aardje naar zijn vaartje. Een ongebreidelde werklust en eerzucht typeerde Jules Merckx. 'Hij had zo van die uitspraken die een leven lang meegaan', zegt zoon Eddy tegen journalist Rik van Walleghem in de biografie De mens achter de kannibaal. Zo zegt vader tegen zoon: 'Düren is een mooie stad, maar blijven duren is nog veel mooier.'

In die wetenschap gaat Merckx pas naar de Tour als hij zich er groot en sterk genoeg voor voelt. Hij is al 24 jaar wanneer hij in 1969 voor de eerste keer aan de start verschijnt, verbijsterend groot en verpletterend sterk. Inclusief de ploegentijdrit wint Merckx zeven etappes. Roger Pingeon wordt tweede met een achterstand van bijna achttien minuten.

Hij wint de drie daaropvolgende afleveringen ook met groot gemak en laat de Tour in 1973 links liggen. 'Een evenaring van het record van Jacques Anquetil zei me niets. Ik heb altijd meer gereden volgens mijn instinct dan volgens een bepaald plan', zegt hij in Van Walleghems boek.

In 1974 schrijft Eddy Merckx voor het eerst in zijn negen jaar oude profcarrière geen enkele klassieker op zijn naam. Een verwaarloosde bronchitis speelt hem parten. In de Ronde van Zwitserland ontwikkelt zich ook nog eens een steenpuist op Merckx' billen. 'Bij de start van de Tour was het leed nog niet helemaal geleden. Na de proloog was het zeemvel in mijn koersbroek doordrenkt van het bloed. Dat bleef zo de hele Tour duren, de ene dag wat erger dan de andere, zonder dat de tegenstanders van iets wisten.'

Toch zitten die tegenstanders in die ronde vooral tegen de kont van Merckx aan te kijken, als hij er al niet in zijn eentje vandoor is gegaan. Inclusief de ploegentijdrit is Merckx in 1974 in negen etappes de snelste. Na zijn winst in de proloog verdwijnt de gele trui van zijn schouders om eventjes op die van Gerben Karstens te mogen rusten. Maar vanaf de eerste Alpen-etappe zijn de kaarten geschud, Merckx heeft alle troeven in handen en dat blijft zo tot in Parijs. Tour-baas Jacques Goddet weet het dan zeker: 'Eddy Merckx is de beste wielrenner aller tijden.' De kannibaal zelf: 'Maar de eerste tekenen van sleet werden in die ronde zichtbaar.'

Vier jaar na de kannibaal doet de das zijn intrede in het Tourpeloton. Ook Bernard Hinault wint zijn eerste Tour en is zeven jaar later toe aan zijn vijfde overwinning. Het jaar ervoor had Laurent Fignon gewonnen en heel Frankrijk ziet uit naar de confrontatie tussen die twee, maar Fignons knie is niet in orde en hij zegt af.

Hinault rijdt in de ijzersterke formatie La Vie Claire van sponsor Tapie en weet zich verzekerd van de diensten van Greg LeMond. De Amerikaan geldt als zijn kroonprins en ontpopt zich als een trouwe helper met, naar eigen zeggen, de toezegging dat de rollen een jaar later zijn omgedraaid. Maar de toezegging van een das blijkt weinig waard. Het wordt in 1986 een dramatische tweestrijd die LeMond maar net in zijn voordeel beslist.

In de Tour van '85 loopt alles aanvankelijk naar Hinaults wens. Hij wint de ongewoon zware proloog, gunt knecht Andersen het geel en lijkt na een week, in de lange tijdrit naar Straatsburg, de Tour te beslissen. Nummer twee staat al op ruim twee minuten en is bovendien een vazal: LeMond.

In de bergen blijkt Hinault het op een akkoordje te hebben gegooid met de Colombiaanse klimmer Lucho Herrera. De gele trui wordt op sleeptouw genomen en de eerste echte concurrent, Stephen Roche, staat al op bijna zes minuten als de Alpen achter de wielen liggen. Maar Hinault had beter moeten luisteren naar Jules Merckx die in zijn levenswijsheid zei: 'Hoe meer dingen je hebt, hoe meer dingen je wilt.'

In zijn hebzucht sprint Hinault in de veertiende etappe mee om de tiende plaats. Na een verkeerde manoeuvre van Bauer haakt zijn stuur in dat van Anderson. Hinault valt en breekt zijn neusbeentje. Het gebeurt in de laatste kilometer, dus de val heeft geen gevolgen voor het klassement, maar het malheur speelt hem duidelijk parten in de Pyreneeeè. Ondanks de openlijke steun van Herrera, waarvoor beiden een standje krijgen van Goddet, verspeelt hij minuten op Roche en Delgado, die in hun kielzog LeMond weten.

De Amerikaan houdt zich in, waarover hij vorige week in het Belgische blad Humo zei: 'Ik kon de Tour in '85 al gewonnen hebben, maar ik reed met dichtgeknepen remmen, uit respect voor mijn kopman.'

Hinault houdt net het hoofd boven water om er aan het eind van het volgend jaar de brui aan te geven. Hij wil niet zo'n neergang als Merckx beleven. Nu draagt Hinault het biljartlaken-groene colbert van de Tour-directie en is ooggetuige als Indurain over twee weken het record van de drie giganten evenaart.

'Hij is zeker niet minder dan wij waren', zegt Hinault in l'Equipe, grootmoedig als alleen een idool kan zijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden