Idlib is het zwarte gat na Aleppo

Wat moeten de inwoners van Oost-Aleppo in de provinciestad Idlib?

Duizenden bewoners van Aleppo worden overgebracht naar de provinciestad Idlib. De slag om dit laatste grote bolwerk van de Syrische rebellen is al begonnen. Is hier wel sprake van evacuatie?

Een oudere man wordt naar de bussen gebracht waarmee rebellen en hun familieleden uit Aleppo worden geëvacueerd. Foto afp

Het Checkpoint Charlie van Aleppo is een viaduct aan de zuidrand van de stad. Vanaf deze doorgang van rebellenwijken naar regimegebied vertrokken de afgelopen dagen duizenden bewoners uit de laatste rebellenenclave van de stad naar Idlib. De 'bevrijding' van Aleppo is daarmee een feit, aldus de Syrische president Bashar al-Assad.

Maar wat moeten de inwoners van Oost-Aleppo in de provinciestad Idlib? Daarover zijn zorgen tot op het hoogste VN-niveau. 'Ik weet niet wat er zal gebeuren in Idlib', zei Staffan de Mistura, VN-gezant inzake Syrië. 'Als er geen staakt-het-vuren komt of een politiek akkoord, dan wordt Idlib het volgende Aleppo.'

De slag om Idlib, een rebellenbastion 70 kilometer ten zuiden van Aleppo, is namelijk al begonnen. De afgelopen weken vonden geregeld luchtaanvallen plaats op de stad. In oktober werd hier een school gebombardeerd: 35 doden.

Idlib, een arme stad met een bevolking van overwegend soennitische moslims, heeft altijd al een problematische relatie gehad met het Assad-regime. Toch kwam de opstand hier laat: pas in maart vorig jaar werd de stad onverwacht ingenomen door rebellen. Na de val van Aleppo is Idlib de laatste grote Syrische stad in handen van de rebellen.

De rebellen in Idlib werden aanvankelijk gedomineerd door de Syrische Nationale Coalitie, een samenwerkingsverband van gematigde oppositiegroeperingen. De Verenigde Staten spraken ooit de hoop uit dat zij 'het eind van Assads bloedige overheersing' zouden bewerkstelligen. Ook de Europese Unie heeft deze rebellencoalitie hoog zitten.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Een web aan partijen

De laatste rebellenenclave van Oost-Aleppo, een gebied van 2,5 vierkante kilometer, is een myriade aan strijdende partijen. Aan de ene kant staat het Syrische leger, gesteund door Rusland en een veelheid aan milities - uit Iran, Libanon (Hezbollah), Irak, Afghanistan en zelfs Pakistan. Ook de rebellen, versnipperd in tientallen groeperingen, zijn niet uit één stuk. Er zijn rebellen die het Westen als gematigd zien. Maar er zijn ook groepen die salafistisch zijn.

Deze gematigde rebellen hadden utopische plannen met Idlib: de stad moest 'een voorbeeld worden van wat Syriërs hopen voor de toekomst'. Binnen enkele maanden kwam aan deze droom een eind: concurrerende rebellen van het plaatselijke Al Qaida-filiaal, formeel Jabhat Fatah al Sham geheten, grepen de macht in Idlib. Tussen de rebellen onderling zijn geregeld gevechten.

Op de aftocht van bewoners uit Oost-Aleppo naar Idlib is weinig internationaal toezicht. Bij het viaduct waar de bussen vertrokken, werden alleen medewerkers toegelaten van het Internationale Rode Kruis, de Syrische Rode Halve Maan en de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO).

Zij selecteren gewonden die naar ziekenhuizen worden gebracht, maar houden zich niet bezig met wie verder instappen. 'De strijdende partijen beslissen wie er weggaan, wij gaan daar niet tussenzitten', zegt een woordvoerder van het Nederlandse Rode Kruis. De VN gaan ervan uit dat alle 40 duizend burgers in Oost-Aleppo worden 'geëvacueerd' - een term die wordt gebruikt door westerse hulporganisaties en de VN, maar niet door de Syrische overheid.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Bussen en ambulances voor de evacués. Foto getty

Om de 'evacuaties' op waarde te schatten, is dit van belang: volgens het Syrische staatspersbureau SANA is de bus naar Idlib niet bedoeld voor gewone burgers. De enigen die Oost-Aleppo tot dusver hebben verlaten, zijn ruim 8.000 'terroristen en hun familieleden'. SANA verspreidt foto's van bussen vol met mannen, soms met militaire kleding aan.

Tegelijkertijd staat vast dat donderdag en vrijdagmorgen - vanaf dat moment stokte het staakt-het-vuren - zo'n 150 gewonden zijn geëvacueerd uit Oost-Aleppo. Uit gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat de meesten van hen worden overgebracht naar dorpen rondom Idlib. Niet Al Qaida regeert hier, maar gematigde rebellen.

In de grensstreek met Turkije zijn nog altijd ziekenhuizen die hulp verlenen dankzij internationale steun. Door de nabijheid van de grens is er een aanvoerlijn van medicijnen en medisch personeel. Veilig is het er niet altijd: een kliniek in het dorp Atma werd in 2014 getroffen door een bombardement van Assad.

Vrijdagochtend werd het overbrengen van burgers en gewonden uit Oost-Aleppo plotseling gestaakt. De drie hulporganisaties die zich hadden verzameld bij het viaduct werden door Syrische troepen weggestuurd. VN-gezant De Mistura pleitte eerder voor toezicht op de busritten, om te voorkomen dat de reis van vluchtelingen naar Idlib wordt 'onderbroken'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.