Identiteitspolitiek organiseert geen 'samenleving' maar een 'silo-maatschappij'

Tunahan Kuzu (DENK) voert actie op het Malieveld tegen het inreisverbod dat de Amerikaanse president Donald Trump instelde voor inwoners uit zeven islamitische landen. Beeld anp

Nederland neemt makkelijk trends over uit Amerika, maar niet zelden de verkeerde. Het politiseren van identiteit lijkt een middel tot emancipatie. Maar wie denkt daarmee een 'progressieve agenda' te realiseren, komt bedrogen uit.

Enkele jaren geleden was ik op bezoek bij Google. Een florissant bedrijf met ongedwongen bedrijfscultuur. Trefpunt voor het vrije debat, zou je denken. Dat gold niet voor werknemer James Damore die vragen stelde bij het diversiteitsbeleid. Hij vroeg zich af of 'verschillen in belangstelling en vaardigheden tussen mannen en vrouwen' niet een verklaring was voor ongelijke vertegenwoordiging van vrouwen in de technologiesector. Hij constateerde bij Google 'intolerantie voor gedachten die niet in de ideologie' passen. 'Zie mensen als individuen, niet als leden van een groep'. Damore werd ontslagen. Google promoot diversiteit, maar niet inzake opinievorming.

Identiteitspolitiek emancipeert niet. Wie in Amerika de geboorte van een kind aangeeft, moet het 'ras' invullen. Dat plaatst een kind in een hokje waaraan ik moest denken bij een artikel in de Groene Amsterdammer. Frank Mulder beschrijft de gevolgen van scheidingen voor kinderen in arme wijken. Wat hem opvalt: 'Ze hebben bijna allemaal geen vader.' Dat is in arme, vaak zwarte wijken in Amerikaanse steden al generaties het geval. Vrouwen raken jong zwanger; de vader ontbreekt. De jongere krijgt moeilijkheden op school, vindt geborgenheid bij jeugdbendes en loopt grote kans met de politie in aanraking te komen. Van de zwarte kinderen in Amerika wordt 72 procent buiten het huwelijk geboren. In 1965 was dat nog 24 procent.

Het aanspreken van vaders op hun verantwoordelijkheid is taboe. Identiteitspolitici verplaatsen alle schuld naar de maatschappij, het verleden en discriminatie. Dat zijn ook oorzaken, maar een aanwezige vader is het begin van een tastbare ommekeer.

Het identiteitsdebat polariseert raciale verhoudingen, cultiveert slachtofferschap met historische grieven en maakt eigenlijk meer slachtoffers. Meestal domineert de historische schuldvraag, zoals nu met een eigentijdse beeldenstorm, ruim 150 jaar na de Amerikaanse burgeroorlog. De Zuidelijke generaal Robert E. Lee moet weg; parken en straten van naam veranderd. Hier dringen vooral Democraten op aan. Hun electorale strategie bestaat grotendeels uit identiteitspolitiek: het politiseren van minderheden tot kiezersblok. In de Chicago Tribune vroeg John Kass zich af of de Democratische Partij zelf niet van naam moet veranderen. Zij was de partij van slavernij, generaal Lee, rassenscheiding en langdurig obstakel voor de goedkeuring van wetten voor gelijkberechtiging van zwarten. Bij herschrijving van geschiedenis kennen Democraten hun eigen geschiedenis niet.

Zijn culturele zuilen betere wegbereiders van emancipatie? Ooit pleitte premier Lubbers voor een 'moslimzuil'. Wellicht dacht hij daarbij aan de katholieke zuil die katholiek Nederland in politiek Nederland integreerde. Ontzuiling daarna was het gevolg van secularisering, maar dat laatste is bij de islamitische gemeenschap bepaald niet het geval. Een 'moslimzuil' leidt niet tot integratie maar tot segregatie. De invoering van de sharia in het familierecht verdrukt vrijheidsrechten van individuen, vooral vrouwen.

Zonder dat Nederland het besefte, deed de meest manifeste vorm van identiteitspolitiek zich voor onder de 'NederTurken'. President Erdogan kent de kneepjes van het vak. De overwinning bij het referendum voor zijn alleenheerschappij was mede te danken aan de 'NederTurken'. Hij heeft er zelfs een 'Turkse partij' in de Tweede Kamer aan overgehouden.

Identiteitspolitiek organiseert geen 'samenleving' maar een 'silo-maatschappij'. Contact tussen silo's blijft beperkt; erbinnen worden burgerlijke vrijheden verdrukt door groepsdwang. Minderheden emanciperen niet; zij isoleren en stagneren.

De maatschappij raakt onder hoge druk als ook binnen de meerderheid identiteitspolitiek groeit. Dat was een belangrijke factor in de verkiezing van Trump. De blanke arbeidersklasse in de Midwest voelt zich 'vergeten minderheid'. 'Deplorables', stigmatiseerde Hillary Clinton haar, van oorsprong, eigen kiezers. Hun kosten stijgen; hun inkomsten dalen. Positieve discriminatie is er alleen voor minderheden. 'Deplorables' voelen zich miskende slachtoffers.

Identiteitspolitiek binnen de blanke meerderheid trekt het politieke krachtenveld naar rechts. Dat gebeurt nu in Amerika onder Trump. Van een 'progressieve agenda' blijft weinig over. Van 'progressieve partijen' nog minder. Wie identiteitspolitiek in Nederland bepleit, denkt er beter nog eens goed over na.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.