Ideeën van Drees jr. waren te afwijkend

Hij was veelzijdig begaafd, maar niet als politicus. Willem Drees jr. (75), leider van DS'70 en minister in de jaren zeventig, is zaterdag in Den Haag overleden....

NIEMAND kreeg een bredere opvoeding voor de staatsdienst. De latere premier Willem Drees zette vóór de oorlog - hij was toen nog Haags wethouder - dagelijks de wereld, de geschiedenis en de Nederlandse beleidsproblemen uiteen aan zijn eettafel. Hij had geen dankbaarder gehoor dan zijn oudste zoon. Willem jr. zou zijn hele leven herinneringen daaraan ophalen, en zijn bewondering voor zijn vader bleef mateloos.

De jonge Willem, op 24 december 1922 in Den Haag geboren, doorliep een briljante ambtelijke carrière. Minister Lieftinck van Financiën noemde hem in 1952 als best mogelijke opvolger, maar vader Drees vreesde verwijten van nepotisme.

Drees jr. hield gedreven vast aan principes en beleidslijnen die grotendeels ook die van zijn vader waren. Als topambtenaar kon hij zich in de jaren zestig steeds minder vinden in het beleid van vooral confessioneel-liberale kabinetten. Dat was niet alleen te weinig sociaal naar zijn smaak, maar ook verspillend, besluiteloos en irreëel.

Op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu werd volgens hem veel te slap opgetreden, terwijl de auto's en het forensisme het platteland verwoestten, en de steden verloederden. Het beleid ging bol staan van de subsidies die eerder belangengroepen en politieke relaties dan de meest behoeftigen ten goede kwamen.

In 1970 richtten ex-PvdA'ers DS'70 op. Na zijn jongere broer Jan liet ook Willem jr. zich overhalen (en later hun vader). Dit betekende het lijsttrekkerschap. In januari 1971 presenteerde 'de jonge Drees' zich losjes en prettig als nationaal politicus.

Zijn beleidsideeën waren op milieugebied veel radicaler dan 'oud rechts' in de PvdA gewend was. Terwijl het financiële beleid aan de zuinige Dreesjaren deed denken. Drees jr. heeft later geobserveerd dat zijn totale ideeënpakket te divers was en te afwijkend van de links/rechts-clichés van die dagen, en daardoor veel kiezers in verwarring bracht.

DS'70 begon onverwacht sterk met acht zetels en was meteen onmisbaar voor een rechtse meerderheid. Drees had een grote inbreng in de formatiebesprekingen en maakte een vliegende start als minister van Verkeer in het kabinet-Biesheuvel.

Een beleidsrevolutie was het duurder maken van de automobiel ten gunste van het openbaar vervoer. In de Kamer werd dit uit politieke noodzaak geslikt. Maar de samenleving begreep er nog erg weinig van.

'De meeste mannen staan nog liever hun vrouw af dan hun auto', zei DS'70-fractieleider Jan Berger tegen Drees. Deze werd op straat uitgefoeterd. Zijn betoog, dat hij het autogebruik wilde verminderen, maar niet het bezit, hielp weinig. Hij kreeg de naam van 'autohater'.

De kabinetscrisis van juli 1972 was een verrassing voor iedereen, de deelnemers incluis. Premier Biesheuvel en de jonge VVD-leider Wiegel wilden dat de pretentieuze DS'70'ers een gevoelig lesje kregen.

Zij meenden wel zonder deze lieden door te kunnen regeren. Een grote, voor Biesheuvels loopbaan fatale mistaxatie, zoals vijf maanden later bij de verkiezingen bleek.

Biesheuvel en minister Nelissen van Financiën lieten extra bezuinigingen vooral bij de twee DS'70-ministers terechtkomen. Toen Drees ook in het openbaar vervoer moest snijden, knapte er iets bij hem. Hijzelf veroorzaakte de nachtelijke kabinetscrisis, even later gevolgd door minister De Brauw en de volgende morgen door de fractie.

Op een persconferentie haalde hij Biesheuvel en diens bondgenoten dermate over de hekel, dat een latere reconstructie van het kabinet een illusie werd. Ondanks autobeleid en kabinetscrisis behaalde Drees nog zes zetels bij de verkiezingen, maar dat werd toen als een nederlaag ervaren.

Zijn fractie zat in een isolement. Den Uyl werd na halsbrekende toeren premier, en Drees kon - integer en beredeneerd - oppositie voeren, zij het in de schaduw van de veel aansprekender Wiegel.

In 1977 behaalde DS'70 nog slechts één zetel. Drees gaf die op ten gunste van Ruud Nijhof. Hij werd een actief en scherpzinnig lid van de Algemene Rekenkamer, en ging in 1984 met de VUT.

Toen en ook daarna gaf hij menig interview met onverbloemde kritiek op de politiek, waarbij zijn enorme consistentie bleek. Oude én 'jonge' Drees vertaald naar steeds nieuwer tijden. Hij behield een ijzeren geheugen en was nog altijd gedreven en tegelijk charmant en verlegen.

Een bijzonder man en een te gaaf karakter om zich door het politieke misfortuin te laten beschadigen.

Jan Joost Lindner

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.