Ideeën genoeg

Pas vijf jaar geleden studeerde hij cum laude af aan de Design Academy Eindhoven, en nu al werken er zo’n twintig mensen voor Joris Laarman....

Jeroen Junte

‘Kijk eens hoe mooi die luchtbellen opborrelen.’ Ontwerper Joris Laarman (28) buigt zich over zijn laptop, waarop een filmpje van kokend water draait. Hoe ontstaan die luchtbellen, en waarom – dat vraagt hij zich dan meteen af. Dus als hij een waterkoker moet ontwerpen voor elektronicaproducent Princess, staat al vast dat die luchtbellen te zien moeten zijn. ‘Dat hebben die moderne waterkokers niet. Dat is toch vreemd.’ Om de magie van de dansende luchtbellen te behouden, wordt het water gekookt in een glazen bol, net als in scheikundige laboratoria. ‘Dan zie je het borrelen. Cool, toch?’

Voor Princess maakt hij ook een broodrooster. ‘Kijk even mee’, zegt hij terwijl hij een diapresentatie begint op zijn laptop. ‘Dit is een van de eerste modellen, het ultieme broodrooster. Een snoer van stoer rubber waaraan je meteen ziet dat er stroom doorheen gaat. Een porseleinen basis die niet alleen een fraai contrast vormt met het staal, maar ook isoleert. Het brood zelf wordt met een eenvoudige veer tegen de gloeiende spiralen gedrukt. Je ziet precies hoe het mechanisme werkt. Dit is ’m gewoon. Tegenwoordig is elk nieuw broodrooster niet meer dan een ander jasje om dezelfde Chinese elektronica.’ En daar past hij dus voor.

Een gesprek met de Rotterdamse ontwerper zwenkt voortdurend heen en weer tussen kijken en luisteren. Elk idee illustreert hij met filmpjes op zijn laptop. Een opname van een zwerm spreeuwen bijvoorbeeld, die duiken, afbuigen, opstijgen en weer dalen als ze geluiden horen of bewegende dingen zien. ‘Dit principe wil ik toepassen voor een interactieve lichtinstallatie.’

Met zijn jongensachtige voorkomen, gestylede coupe en modieuze jeans oogt Laarman als de archetypische ontwerper. Tegelijkertijd heeft hij de aandoenlijke verstrooidheid van de dromerige uitvinder – aan zijn voeten zitten twee verschillende slippers. Hij is Willy Wortel en Dutch designer in één.

Voordat hij zich op een nieuw broodrooster stort, analyseert hij eerst de evolutie van dat apparaat sinds de jaren twintig. Bij een waterkoker bestudeert hij nauwkeurig het natuurkundige proces van kokend water. Om die kennis uiteindelijk te verpakken in intrigerende vormen en verrassende materialen. ‘Ik zoek altijd naar iconische vormen. Die legitimeer ik door innovatieve techniek te gebruiken. Ik ben meer een beeldhouwer die de juiste mensen inschakelt om zijn ontwerpen te realiseren.’

Wat hij wil, is ‘mensen verwonderen’. Want dat je ‘de kinderen in Afrika niet redt met een waterkoker’, dat weet hij ook wel. ‘Maar je kunt er wel de wereld wat leuker mee maken.’ Vooruit, nog één filmpje dan. Te zien is een Scandinavische commercial over een jongensclubje dat ergens aan treinrails knutselt. Als de trein langs langsrijdt, blijkt dat ze een looping in het traject hebben gebouwd waardoor de trein als een achtbaan over de kop raast. ‘Vet hè? Dat gevoel, nou ja zo ongeveer dan, dat wil ik ook oproepen.’

Niet dat hij geen aandacht heeft voor grote maatschappelijke vraagstukken als het milieu. Gerecyclede materialen, energiebesparende techniek, geen vervuilende productiemethodes – het is allemaal vanzelfsprekend. ‘Maar alleen maar een knopje van gerecycled plastic op een waterkoker zetten, is niet interessant. Ik wil dat mijn producten worden gekoesterd. Zodat ze niet na een jaar weer worden weggegooid omdat er een hipper model op de markt is.’

Pas vijf jaar geleden studeerde hij af – cum laude – met een betonnen verwarmingselement dat zich als een klimop over de muur slingert. Een even kunstzinnig als praktisch ontwerp. ‘Door de grillige vorm wordt er meer warmte afgegeven en beton houdt warmte lang vast.’ Deze Heat Wave werd opgepikt door het ontwerpplatform Droog Design en daardoor ook meteen door de internationale pers. ‘Ik wilde alleen maar een hele nieuwe draai geven aan een alledaags gebruiksvoorwerp.’ Missie geslaagd: de Heat Wave is aangekocht door Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, maar is ook in productie bij het Belgische designradiatorlabel Jaga; Droog produceert een aluminium editie die elektrisch verwarmt.

Daarna ging het snel met Laarman, geboren en getogen in de Achterhoek. Zo snel dat hij er soms nog aan moet wennen. ‘Ik maak nu pas de omschakeling van een eenmanszaak naar een bv.’ Terwijl er op drukke dagen toch al zo’n twintig mensen voor hem werken. En dan moet er eigenlijk ook een nieuwe werkplek worden gevonden. Zijn Rotterdamse studio is inmiddels letterlijk uit zijn voegen gebarsten.

Om rustig te kunnen werken, moest hij deze zomer zes weken uitwijken naar een boerderij op het Franse platteland. Voor Vitra – dat ontwerpen van onder anderen Hella Jongerius, Ray & Charles Eames en Verner Panton produceert – ontwikkelt hij een stoel voor de massaproductie die is gebaseerd op zijn Bone Chair uit 2006. Deze experimentele stoel werd ontwikkeld met software uit de auto-industrie. ‘De software werkt volgens het principe van de groei van menselijke botten. Zo krijg je een stoel met poten die dik zijn waar ze kracht moeten dragen en dunner zijn waar dit niet nodig is.’ Het resultaat was een organische stoel in een sierlijke jugendstilvorm.

Inmiddels heeft hij een aangepaste versie van deze software. ‘Het scheelde niet veel of we hadden in China zelfs een gebouw gerealiseerd, waarin we dit principe toepassen.’ Maar dat bleek voor de ontwerper – die vorig jaar nog werd onderscheiden als Talent of the Year door het toonaangevende Elle Decoration – nog iets te hoog gegrepen, beaamt hij zelf ook. ‘Toch sluit ik niet uit dat zo’n gebouw er ooit nog een keer komt.’

Maar eerst dus de Bone Collection voor Vitra die moet worden geproduceerd. ‘Ik voer de zithouding, de afmetingen en andere data in de computer in, waarna de software uitrekent hoe de constructie eruit gaat zien.’ Dat lijkt kinderspel, maar bij een betaalbare stapelstoel moet elk detail kloppen. ‘Ik had de kuipstoel van Eames, een ijzeren zitstoel van Konstantin Grcic en een Zigzagstoel van Rietveld meegenomen. Om naar te kijken, om op te zitten. Zo leer je wat de ideale verhoudingen van een stoel zijn.’

Zijn ontwerpen mogen dan aansluiten bij een lange ontwerptraditie, zelf is hij geenszins een stereotype productontwerper. ‘Het enige dat ik eigenlijk wil, is vrij zijn om te ontwerpen wat ik wil, en wanneer ik wil. Meer niet.’

Wat hem vooralsnog goed lijkt af te gaan. Schijnbaar moeiteloos combineert hij complexe technologische innovaties en gestileerde massaproducten met kunstzinnige unica. Deze zomer exposeerde het Museum of Modern Art (MoMa) in New York werk van hem. Voor de expositie Decadent van keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden ontwierp hij een oogstrelende kotsbak. Onlangs klopte het Groninger Museum bij hem aan voor een opdracht. ‘Ze willen een relatie met me opbouwen, zeiden ze.’ Verschrikt: ‘Oops, ik moet ze nog terugbellen. Was er in alle drukte niet van gekomen.’

Tegelijkertijd is hij ook kritisch over de status van design als hogere kunst. Toen enkele jaren geleden het design in gelimiteerde oplage opkwam, ontwierp hij Limited, een serie aardewerken theepotten waarvan bij de productie de mal bij elk exemplaar verder afbrokkelde, waardoor de vazen steeds imperfecter werden. Na 24 exemplaren was de mal zo aangetast dat hij onbruikbaar was. ‘De eerste gelimiteerde oplage die echt gelimiteerd is. Niet alleen is elke vaas anders, de hele collectie is uniek. Deze vazen kunnen nooit meer worden gemaakt, want er is geen mal meer.’

Toch maakt hij in zijn werkplaats zelf ook exclusieve edities van een Bone-chaise longue, die voor forse prijzen in het kunstcircuit aan de man worden gebracht. In Amerika wordt hij vertegenwoordigd door Friedman Benda, de toonaangevende galerie voor design aldaar. Voor de rest van de wereld is hij in onderhandeling met een gloednieuwe galerieketen (‘ik kan dus nog niet zeggen welke’) die ook gereputeerde kunstenaars als Bill Viola en Tobias Rehberger vertegenwoordigt. ‘Zonder deze inkomsten zou ik geen onderzoek kunnen doen en dus ook geen nieuwe projecten, zoals de Bone Chair, kunnen ontwikkelen.’

Net zo makkelijk ontwerpt hij voor de Italiaanse lampenfabrikant Flos de Nebula, waarvan de vorm is geïnspireerd op oude lampen die hij op een rommelmarkt vond. The New York Times riep zijn lamp uit tot ‘een icoon van dit tijdsgewricht’.

Dat hij telkens weer met zulke spraakmakende ontwerpen op de proppen moet komen – die druk voelt hij niet. ‘Veel merken luisteren helemaal niet naar wat jij wilt. Die willen gewoon ook een soort Bone Chair en die moet dan precies voor de jaarlijkse meubelbeurs in Milaan af zijn. Dit jaar waren er zelfs geen nieuwe producten van mij te zien in Milaan.’

Al werkt hij graag voor producenten. ‘Cappellini heeft me gevraagd om iets te ontwerpen. Daar werk ik in alle rust aan. Pas als ik een goed idee heb, dan ga ik bij ze langs om het te laten zien. Ik hoef niet zo nodig elk jaar een nieuwe productlijn te lanceren.’

Hij is meer van het geleidelijke traject. ‘Projecten lopen heel organisch in elkaar over. De Bone Chair wordt nu een massaproduct en dan misschien nog een kast. Of een gebouw. Dan ben ik er ook wel klaar mee. Maar dan ben ik ondertussen alweer aan een nieuw project begonnen.’

Ideeën genoeg. Zo staat naast zijn bureau een prototype van een robotlamp. ‘Als je zit te lezen, draait de lamp mee als je een bladzijde omslaat.’ Ook buigt hij zich met zijn broer over een kinderwagen. ‘Hij is zwanger, vandaar.’ Of hij daarmee naar een merk als Bugaboo stapt of besluit om het zelf te produceren, dat ziet hij later wel.

De enige frustratie die hij soms voelt, is als hij iets ontwerpt dat technisch nog niet mogelijk is. ‘Ik wil sciencefiction realiseren.’ Een van zijn grote inspiratiebronnen is het populair-wetenschappelijke tv-programma Dat willen we ook. Daar zag hij laatst een item over de vraag waarom vliegtuigen geen vleugels hebben die kunnen bewegen, zoals bij vogels. ‘Ze zouden veel beter een luchtzak kunnen opvangen en obstakels kunnen ontwijken. Dan wil ik dus meteen zo’n vliegtuig ontwerpen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden