Ideaal: een creatief, meedogenloos elftal

Aan Gertjan Verbeek, de veelgeprezen trainer van AZ, legden we de vraag voor zijn favoriete Oranje aller tijden op te stellen, met typisch Nederlandse vaardigheden. Dat bleek een hele klus.

Daar wordt op de deur van de trainerskamer van Gertjan Verbeek geklopt: het is Hugo Hovenkamp, scout van AZ, linksback van weleer. Verbeek: 'Ik zit je net in het Nederlands elftal van de twintigste eeuw te lullen.' De Volkskrant doet suggesties voor de ploeg, Verbeek stemt in, schrapt of voegt toe.


Het is best moeilijk, een elftal aller tijden samenstellen dat het Nederlandse cultuurgoed uitdraagt: de doelman die meevoetbalt, de back die opkomt, de centrale verdediger die doorschuift, de jagende middenvelder, de geniale spits, de alles overziende voetballer met ruimtelijk inzicht.


Verbeek (49), tegen het eind van de sessie: 'Het probleem is dat je eigenlijk ook een B-elftal moet opstellen, ook omdat tegenwoordig andere dingen worden gevraagd. Sneijder hoort erin. Van Nistelrooij misschien niet. Frank de Boer is een discussie, die moet in de as van het veld, geen linksback. Diens generatie heeft ook geweldige successen behaald. Bergkamp staat er niet in, die hoort er ook in thuis.'


Het is maar een spel, is de tegenwerping.


'Bergkamp kan ook rechtsbuiten. Ja. Dat vind ik meer een rechtsbuiten dan Gullit. Gullit kan ook laatste man. Geweldig. Opstomen. Dus Bergkamp rechtsbuiten? Maar dan staat Gullit er dus niet in, want Frank de Boer is al laatste man. Of toch Krol?'


Gullit was ook genomineerd vanwege zijn multiculturele karakter. Verbeek: 'Rijkaard staat er toch al in?' En: 'Mag je geen wissels opvoeren? Om Bergkamp kun je niet heen. De tijden zijn ook niet te vergelijken. Het veld was vroeger langer. Frank de Boer had het moeilijker dan Krol.


'Van Persie hoort er trouwens ook bij en van de huidige generatie ook Sneijder. Dan kom je wel aan achttien man. Maar je mag ze best op de bank zetten, want zij moeten zich nog een paar jaar onderscheiden. Degenen die zijn uitgevoetbald, kunnen zich niet meer verbeteren. Die anderen kunnen nog een EK of WK winnen.'


Hoewel hij vraagtekens heeft over de afloop van het EK: 'Dat heeft ook met ego's te maken. De bondscoach gaat het moeilijk krijgen om de juiste samenstelling te formeren. Eigenlijk moet je Huntelaar én Van Persie opstellen, maar dat heeft dan weer consequenties voor het middenveld, omdat ze allebei in de as van het veld spelen. Dan moet je links iemand wat hangend laten spelen, Van der Vaart of zo. Dan heb je rechts Robben en twee controleurs. Van Bommel, kan hij dat nog belopen? We hebben geen linksback. En centraal schuiven we weinig in. De cultuur is er een van inschuivende centrale verdedigers, maar dat doen we weinig. Van achteruit is het spel wat statisch. Het is dat we geweldige middenvelders hebben.'


Algemeen gesteld zegt hij: 'Ik houd niet van spelers die constant breed spelen of terug naar de keeper. Ook diepte hoort bij de cultuur van voetballen. Je hebt van die lui die naar binnen dribbelen en dan een passje terug geven. Vreselijk. Blijf lekker vooruit voetballen.


'Het gaat om de beginnersgeest. Waarom ben je begonnen met voetballen? Omdat het leuk is. Buitenspelen, met een bal bezig zijn. Competitie maken. Zin hebben, de uitdaging aangaan. Ik benadruk nooit de spanning. Zo van: straks moeten we play-offs spelen of raken we de tweede plaats kwijt. Want dan raak je hem kwijt. De verwachtingen werden opgeschroefd rondom AZ door die eerste plaats. Dan krijg je teleurstelling op teleurstelling. Dat gaat in je kop zitten. Chagrijnig kijken kost meer energie dan lachen, maar toch kijken we vaak bedrukt en moeilijk. Zeker ik. Dat is niet bewust, maar het gebeurt wel.


'Eerst waren we fysiek fit. Dan is er iemand die vindt of schrijft dat we vermoeid raken en gaat iedereen dat nazeggen. Als je ergens aan toegeeft, is het ook zo. Dat zit in je mentale weerbaarheid. Ben je ziek met 37,8 koorts of niet? Als je vindt dat je ziek bent, ben je ziek. Anders denk je: ach, een beetje verhoging.'


Wie heeft de Nederlandse voetbalcultuur gestalte gegeven? Cruijff? Michels? 'Het was een combinatie van de trainer Michels, die als gymleraar verstand had van organiseren, methodes en methodieken en didactische kwaliteiten had. Ook had hij op redelijk hoog niveau gevoetbald. Cruijff kon de ideeën uitvoeren. Ze hebben elkaar beïnvloed. Je zou als trainer dom zijn als je niet luistert naar zo'n speler.


'Hier heb ik dat met Rasmus Elm, een jongen met aparte ideeën over positiespel, over oplossingen. Dan kijken we naar de videoanalyse en legt hij mij ook dingen uit. Hij ziet dingen die ik nog niet had gezien. Hij heeft ruimtelijk inzicht en het gaat zo snel bij hem. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar als je er goed over nadenkt, is het bijzonder.


'Als trainer ben ik beïnvloed door de Nederlandse cultuur. De vormgevers van het Nederlandse voetbal zijn Michels in de jaren zeventig, Van Gaal in de jaren negentig, Hiddink in negentig en 2000. Hiddink als people manager, Van Gaal met zijn teambuilding en Michels met het totaalvoetbal.


'Maar het meest ben ik beïnvloed door de samenwerking met Foppe de Haan, omdat ik met hem 20, 25 jaar ben opgetrokken en zijn visie grotendeels deel. We beïnvloeden elkaar in het ontwikkelen van die visie. Ik vind niet dat Foppe iets toevoegde aan de Nederlandse cultuur, maar hij droeg die wel uit. Michels, Van Gaal en Hiddink waren vernieuwers. Dat is net een echelon hoger.


'Foppe is een avonturier die van mooi voetbal houdt. Dat is voetbal dat grotendeels over de grond wordt gespeeld. Een bal in de lucht is eigenlijk van niemand, daar moet je elke keer om vechten. Foppe had weleens de neiging om door te slaan, met zeer aanvallende bedoelingen. Hij bedacht geweldige oefenstof over balbezit, maar vergat soms te verdedigen. Daarin had hij minder aardigheid, daarmee kon hij niet zo creatief omgaan. Daaraan heb ik als oud-verdediger meer aandacht besteed. Dat zie je terug. We hadden dit seizoen de minst gepasseerde verdediging, zonder dat we zo verdedigend speelden. Sterker: we speelden hartstikke aanvallend. En we verdedigden goed.'


Nederlands voetbal is ook 4-3-3, ruimte in de rug weggeven, snel druk zetten, positiespel, schoonheid.


'Dat mooie is afhankelijk van de spelers die je tot je beschikking hebt. In mijn denken moet je zeker drie, vier creatieve spelers hebben, spelers voor wie mensen naar het stadion gaan. En mooi is leuk, maar het moet ook rendement hebben. Voetbal begint van achteruit. Dan heb je daar al spelers nodig die iets kunnen met een bal, die creativiteit hebben en oplossingen bedenken.


'In Nederland groei je in het voetbal op met een bepaald idee, ontstaan eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Daarna zijn er eigenlijk niet meer zo veel veranderingen gekomen. Ploegen doen wel-eens iets anders, 4-4-2 of zo, met de punt naar voren of de punt naar achteren, maar het karakteristieke is de veldbezetting: driehoekjes, uitgaan van balbezit. Dát is de Nederlandse cultuur.


'4-3-3 kun je op zoveel verschillende manieren spelen. Is Brett Holman een middenvelder? Hij is in ieder geval geen linkerspits. Het heeft meer te maken met initiatief en dominantie. Opbouw van achteruit. Dat zijn karakteristieken. Daarbij zoek je spelers. Dat heeft me als trainer gevormd en dat probeer je over te brengen op de jongens. Zweden spelen kick and rush, 4-4-2 met twee spitsen die hollen en draven. Maar ze passen zich vrij snel aan.'


Verbeek houdt, en dat is niet per se Nederlands, ook van meedogenloos voetbal. Dat woord keert telkens terug in zijn betoog. 'Laseroms, Israel, Suurbier, Rijsbergen, Davids, Stam, we hebben meedogenloze spelers gehad. Dat heeft echter niet met voetbalcultuur te maken, maar met gewone cultuur. De huidige generaties hebben het makkelijker dan de vroegere. In de laatste decennia is er meer gemakzucht gekomen.


'Je ziet, nu we economisch terug moeten, dat mensen steen en been klagen. Dat geeft ook aan dat ze onzeker zijn. Vorige generaties hebben met hard werken hun brood moeten verdienen en zijn in figuurlijke zin soms over lijken gegaan. Mensen worden misschien weer strijdbaarder, omdat ze meer moeten doen om het naar de zin te krijgen. Het komt ze niet meer zo makkelijk aanwaaien.'


DE OPSTELLING

Rechtsachter

Wim Suurbier: opkomen, aanvallen als een totaalvoetballer, voorzetten geven. 'Ik ben heel erg beïnvloed door de generatie van Cruijff. Ach, ik vond Berry van Aerle ook goed en niet te vergeten Erik Gerets, maar dat is een Belg. Van der Wiel mist de meedogenloze hardheid van Suurbier. Suurbier was de ideale mix van de keiharde verdediger die ook nog aardig meevoetbalde en een voorzet kon geven. Hij was alleen niet helemaal een voorbeeld voor de jeugd, denk ik.


'Kijk naar Barcelona. Alves loopt bijna rechtsbuiten te voetballen. Je hebt een extra wapen. Wil je een overtal creëren, dan moet je van achteruit durven initiatief te nemen. Anders wordt het spel veel te statisch, dan moet je heel veel individuele kwaliteiten hebben om een man te passeren.'


Rechtshalf

Johan Neeskens, ook vanwege zijn vermogen om te jagen. 'Wat me aansprak, was zijn onvoorstelbare wil om te winnen. En hij kon ook nog vreselijk goed voetballen. Dat type sprak me aan, meer dan Cruijff bijvoorbeeld, terwijl die natuurlijk een veel betere voetballer was.


'Van Neeskens had ik posters op mijn kamer hangen. Ik heb zelfs een boekje van hem, met krantenknipsels. Alleen Neeskens. Van hem hield ik als jongen van een jaar of 12 een plakboek bij. Het was apart toen ik voor het eerst naast hem zat tijdens een persconferentie.


'Dat type speler sprak me het meest aan. Hoe hij de wedstrijd beleefde, de passie, de strijdlust, gedrevenheid, de tegenstander afjagen. Die over-mijn-lijk-mentaliteit die Wernbloom bij ons ook had. Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks.'


Rechtsbuiten

Gullit, ook door het multiculturele aspect. Verbeek zucht, het wordt steeds lastiger, met al die topaanvallers. 'Wie staat dan linksbuiten? Robben? Waarom staat Van Persie er niet in? En Bergkamp. Doe Bergkamp maar rechtsbuiten.'


Centrale verdedigers

Ruud Krol en Frank Rijkaard (later vervangt hij Krol door Frank de Boer). 'Ja, Rijkaard vind ik ook een middenvelder. Twee voetballende centrale verdedigers, daar houd ik van. Dat is geen rare keuze. Krol zocht altijd een voetballende oplossing. Opkomend, als linksback, en later in de as van het veld, toen rukte hij op over het hele veld. Goed in de kleine ruimte en passing, tweebenig, creatief. Was hij iets meedogenlozer geweest, dan had hij tot de allerbesten behoord. Nu zit hij in de subtop. Hij wordt niet in één adem genoemd met Beckenbauer en Cruijff.'


Rijkaard: 'Dat was een moderne verdediger. Goed voetballen, atletisch, snel. Initiatiefrijk. En hij kon op zijn tijd uitdelen. Misschien was hij wat flegmatiek. Maar vanuit zijn passie was hij geen verdediger, want dan was hij nog groter geworden. Hij vond zichzelf meer middenvelder, denk ik. In 1988 heeft hij zich in feite opgeofferd. Dat zegt ook iets over zijn mentale weerbaarheid.'


Linksachter

Het voorstel is Frank de Boer, ook om het wat nonchalante dat ook Nederlands is, tot uitdrukking te brengen, het soms overdreven grote zelfvertrouwen. 'Als linksback vind ik Frank de Boer niet goed genoeg. Dan kies ik voor Hugo Hovenkamp. Niet omdat we allebei bij AZ zitten, maar Hugo was snel, ongelooflijk hard, hij had een goede voorzet en een fantastische pegel. Puur als linksback is hij beter dan Frank de Boer, die weer een betere voetballer was, met zijn charisma en zo, als leidinggever. Maar dan hoor je in de as van het veld te staan. Dan moet je een keuze maken tussen Ruud Krol en Frank de Boer. Doe dan maar De Boer.


'In het elftal van hoe ik voetbal zie, met opkomende vleugelverdedigers, meedogenloosheid, is Hovenkamp linksback. Maar de lichting waarin hij zat, was niet zo goed, dus heeft hij nooit een toernooi gespeeld.


'Het AZ in de jaren tachtig was een mooi elftal. AZ was een beetje het vervolg van Ajax in de jaren zeventig. Allemaal goede voetballers die elkaar blind vonden. Hugo kon iemand lachend over de boarding schoppen. Dat was echt overleven tegen hem.'


Doel

Van der Sar, de voetballende keeper: 'Als je van achteruit wilt voetballen, heb je zo'n doelman nodig. Cruijff zei eens: wie altijd de vrije man is, is de keeper. Ik heb nog nooit een speler gezien die de keeper staat te dekken. Je hebt weleens een aanvaller die doorloopt op de doelman, maar dan komt een speler vrij. Daar gaat het om. Maar dat moet die keeper dan wel zien. Hij moet de bal goed kunnen verwerken, overzicht hebben en in verdedigend opzicht in de gaten hebben waar de gevaren liggen. Hij moet inzicht hebben in diepe ballen. Wanneer blijf ik in mijn doel, wanneer loop ik uit?


'Je trekt als verdediger soms aan de noodrem door de bal tot corner te verwerken of uit te trappen, óf je betrekt de doelman in het spel. Dat is het verschil tussen balbezit en het weggeven van een spelhervatting. Daarom leer je een keeper mee te voetballen.'


Middenhalf

Cruijff, om zijn leiderschap, om alles eigenlijk. 'Johan kon alles. Naar de bal voetballen, van de bal voetballen. Hij was overal en had ongelooflijke leidinggevende capaciteiten. Hij was de trainer in het veld, het verlengstuk van de trainer. Hij wist precies waar de zwakke punten van de tegenpartij lagen, over welke kant je het best kon aanvallen. Hij was echt de dirigent. Waar hij kwam, gingen modale voetballers beter spelen. Hoekstra haalde bij Feyenoord zelfs het Nederlands elftal. Brard was goed. Alleen maar omdat Cruijff zei: als je naar mij luistert, komt het goed.'


Linkshalf

Van Hanegem, ook door zijn ruimtelijk inzicht. 'Willem was oersterk, maar niet snel en wendbaar. Maar dat hoeft ook niet. Als je maar op de juiste plek staat, of op tijd vertrekt. Dat was ongelooflijk goed ontwikkeld bij hem. Dat moest ook wel, hij had dat nodig om te overleven, om toonaangevend te zijn. Hij was ook creatief en meedogenloos. Een onbuigzaam karakter, om mee of tegen te voetballen. Eigenwijsheid is helemaal niet erg. Als je ego maar niet in de weg zit. Zo'n speler die zijn eigen koers vaart, laat je wat met rust. Die gun je zijn vrijheid en hang naar vrijheid.


De naoorlogse generatie had ook iets van overleven. Ik weet niet of dat toeval is. Een drang om zich te bewijzen, om ten koste van alles te winnen. Van Hanegem schopte ook lachend iemand doormidden, bij wijze van spreken. Niet dat ik dat mooi vind, maar het heeft iets onverzettelijks.


Linksbuiten

Rensenbrink dus, geen Robben. 'Die had meer overzicht dan Robben als hij aan de bal was. Rensenbrink was een slangenmens, die liep zo langs twee, drie man. Een dribbelaar in je elftal is lekker. Iemand die een mannetje kan uitspelen, de bal aan de voeten houdt, aan een touwtje. Dat is de pure schoonheid van het voetbal. Zij zijn de artiesten.'


Spits

Van Basten. 'Jaaaa.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden