Ideaal aan diggelen

Hetzelfde lespakket voor alle 12- tot 15-jarigen, dat was de inzet van de basisvorming, die in 1992 met pijn en moeite door het parlement werd aangenomen....

NOG MAAR een paar jaar geleden verzuchtte Tineke Netelenbos: 'Er is pas echt sprake van vernieuwing, als in het voorbereidend beroepsonderwijs Latijn wordt gegeven.' D66-Kamerlid Ursie Lambrechts hoorde het de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs zelf zeggen, maar ze kon haar oren niet geloven. Ze is lang niet de enige in Den Haag die weinig meer moet hebben van dit soort gelijkheidsidealen. Want wie Tweede-Kamerleden anno 2000 hoort praten over de basisvorming, kan zich nauwelijks voorstellen dat deze onderwijsvernieuwing nog geen tien jaar geleden door de Kamer werd goedgekeurd. 'Een overspannen gelijkheidsideaal is uitgelopen op een groot fiasco' (D66). 'Het werkt gewoon niet' (VVD). 'We hebben er onvoldoende rekening mee gehouden dat leerlingen verschillend zijn' (CDA). Alleen de PvdA, altijd warm pleitbezorger van de basisvorming, ziet het stelsel nog helemaal zitten.

Vandaag praat de Tweede Kamer over de toekomst van de basisvorming. Professor Kees Schuyt, de geestelijk vader van de vernieuwing, put enige hoop uit de omgeslagen stemming. Hij moest een decennium geleden lijdzaam toezien hoe de politiek met zijn plannen aan de haal ging. Gedreven door hoogdravende gelijkheidsidealen maakten de politici er heel wat anders van dan hij had bedoeld. Maar nu lijkt het er volgens Schuyt toch op dat in Den Haag eindelijk het 'op common sense berustende idee' wordt aanvaard dat de intellectuele verschillen tussen leerlingen op 12-jarige leeftijd al zo groot zijn, dat elke leerling een eigen traject moet kunnen volgen.

De basisvorming leidde al eerder tot moeizame debatten. Als staatssecretaris Jacques Wallage (PvdA) in mei 1992 eindelijk het startsein kan geven voor deze vernieuwing, de grootste sinds de mammoetwet, heeft hij er meer dan veertig uur debat opzitten in de Eerste en de Tweede Kamer. 'Ik ben blij dat er geen Derde Kamer is', verzucht de staatssecretaris tegenover zijn ambtenaren.

De scholen in het voortgezet onderwijs krijgen vanaf dat moment nauwelijks een jaar de tijd om een gemeenschappelijk pakket van vijftien vakken in te voeren voor alle leerlingen in de onderbouw. Van gymnasium tot voorbereidend beroepsonderwijs (vbo). Nieuwe vakken als techniek en verzorging worden geïntroduceerd. De staatssecretaris zet tegelijkertijd een enorme fusiegolf in gang. Overal in Nederland ontstaan super-scholengemeenschappen waarin leerlingen makkelijk kunnen switchen tussen alle schooltypen. Big is beautiful, is Wallage's leidraad.

De belangrijkste doelstellingen van deze grootscheepse operatie zijn niet bescheiden: het onderwijs moet over de hele linie beter, en kinderen moeten niet op hun 12de maar pas enkele jaren later definitief kiezen of zij verder willen in vbo, mavo, havo of vwo. Deze uitgestelde studiekeuze moet vooral de kinderen uit achterstandsbuurten ten goede komen. Mavo- en vbo-leerlingen dus die van huis uit niet gestimuleerd worden om te studeren. Zij kunnen zich wellicht optrekken aan leeftijdgenoten in havo en vwo. Het vbo zelf is bovendien toe aan een opwaardering. Het wordt minder beroepsgericht en meer 'algemeen vormend'. Het bedrijfsleven vraagt om algemene kennis, is de redenering.

Variatie en niveauverschillen blijven niettemin mogelijk op de scholen. De Tweede Kamer gooit er een lawine van amendementen tegenaan om te voorkomen dat Wallage het onderwijs verandert in een 'eenheidsworst'. De aparte schooltypen, van vwo tot vbo, blijven gewoon bestaan. Ze krijgen wel allemaal het verplichte lespakket, maar ze mogen bijvoorbeeld zelf kiezen of ze dat in twee of drie jaar afwerken.

Van het middenschool-ideaal waarmee de PvdA sinds de jaren zeventig het volk wilde verheffen - één schooltype voor alle kinderen tot 16 jaar - is in 1992 al met al niet veel meer over. Maar het lukt Wallage wel - met diezelfde middenschool nog altijd in zijn achterhoofd - om het verplichte pakket van de basisvorming in te voeren op één niveau voor alle leerlingen, van hoog tot laag. In het oorspronkelijke plan van Schuyt, uit 1986, werd nog gepleit voor een basisvorming op twee niveaus, om rekening te houden met onvermijdelijke verschillen tussen scholieren.

Intussen gaat het niet goed met de basisvorming. Van de doelstellingen komt weinig terecht, tonen evaluaties aan. Scholen selecteren hun leerlingen nog steeds in de brugklas omdat zij zich geen raad weten met al te veel verschillende niveaus in één klas. Voor de zwakkere leerlingen in het vbo blijkt de studielast van vijftien vakken veel te zwaar. Leerlingen in het vwo worden juist te weinig uitgedaagd. Scholen zijn ook helemaal niet van plan om de verschillen tussen de schooltypen weg te poetsen. De variatie neemt eerder toe.

De huidige kamerleden van CDA, VVD en D66 zijn hun geloof in de doelstellingen al grotendeels kwijt. Maar bovenal kijken zij met enige verwondering naar de manier waarop hun voorgangers de basisvorming hebben ingevoerd. Want hoe kon het toch gebeuren dat de politiek de scholen opzadelde met een stelsel dat al zo snel onwerkbaar bleek? Neem Aart Mosterd van het CDA. Hij heeft zelf jarenlang voor de klas gestaan, zit pas sinds twee jaar in de Kamer, en kan zijn verbazing niet onderdrukken. 'De idealen hebben kennelijk lang over de realiteit geheerst', stelt hij vast. 'Dat moet toch de conclusie zijn. Een bepaalde algemene basisvorming voor iedereen is noodzakelijk. Maar kinderen worden echt niet gelukkiger als je ze allemaal bij elkaar zet. Ik heb de indruk dat men toen teveel heeft gekeken naar de theorie en te weinig naar de praktijk. Tegenwoordig zijn onze ambities bescheidener. Het gaat niet om het meest gelijke, maar om het meest geschikte onderwijs.'

D66-Kamerlid U. Lambrechts doet er nog een schepje bovenop. 'We hebben lang gedacht dat het gelijkheidsideaal onze kinderen zou opstoten in de vaart der volkeren. Nu moeten we er voor uitkomen dat leren op eigen niveau belangrijker is.'

De VVD, die indertijd als enige van de grote partijen tegen de basisvorming stemde, wil meteen profiteren van deze omslag in de stemming en diende vorige week een motie in om definitief van de eenvormigheid af te komen. Er moeten 'drie soorten basisvorming' komen, die verschillen in duur, in de aard van het onderwijs en in het niveau. 'Wij blazen de basisvorming niet op', verkondigt de partij. Maar het komt er intussen wel op neer dat havo en vwo zich weer officieel afscheiden van de lagere schooltypen.

De partijen sluiten hiermee naadloos aan bij de conclusies van de Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van het ministerie. Volgens de raad hebben scholen wel wat anders aan hun hoofd dan de gelijkheidsdromen van de politiek. Zij luisteren vooral naar de ouders en die hebben nu eenmaal andere idealen dan de bedenkers van de basisvorming. 'Het merendeel hecht niet zozeer belang aan gelijke kansen voor alle leerlingen, als wel aan optimale kansen voor het eigen kind', aldus de raad. Met andere woorden: ouders van vwo'ers willen helemaal niet dat hun kinderen bij mavo'ers in de klas zitten.

'Recht doen aan verschillen', is razendsnel het nieuwe motto geworden in Den Haag. Toch was dat tien jaar geleden niet zo heel erg anders, bezweren Kamerleden van toen als Jan Franssen (VVD), Aad Nuis (D66) en Wim van de Camp (CDA, nog altijd in de Kamer). Die laatste wil wel kwijt dat ook veel CDA'ers 'een heel warm gevoel' kregen bij het adagium 'meer gelijke kansen'. En dat Wallage daarin doorschoot, was volgens de woordvoerders van toen moeilijk meer te verhelpen toen de trein eenmaal liep. Jan Franssen: 'Wallage is een ijdele man. Die wilde die wet koste wat kost binnen zijn ambtstermijn in de Staatscourant krijgen. En hij was niet bereid om daar al te flexibel in te zijn.' Aad Nuis vult aan: 'Wallage zag de basisvorming echt als zijn grote daad. Het was voor hem dé kans om een PvdA-ideaal te verwezenlijken op een manier waarmee we het allemaal eens konden zijn. Ook toen het een erg ingewikkeld compromis werd, wilde hij doorzetten. Die houding maakte zich na verloop van tijd van veel Kamerleden meester, omdat het zo vreselijk lang ging duren. De conclusie was: het ziet er misschien niet al te fraai uit, maar het wordt zo langzamerhand tijd dat we een besluit nemen. En als later blijkt dat het niet werkt, dan grijpen we misschien nog wel eens in.'

Het CDA had het in dat derde kabinet-Lubbers helemaal lastig, voert Wim van de Camp aan. 'Het is bij ons nooit echt van harte gegaan met die basisvorming. Maar we regeerden nu eenmaal met de PvdA, dus we moesten onderhandelen. Voor ons gold daarbij steeds: als het maar niet gaat lijken op de middenschool, dan willen we wel praten.' Zo wist het CDA dus te voorkomen dat de verschillende schooltypen verdwenen. En dat al dat onderhandelen het stelsel niet bepaald overzichtelijker maakte voor de scholen, namen de christendemocraten, net als Wallage, op de koop toe. Van de Camp: 'Kees Schuyt heeft eens gezegd dat we zijn plannen voor de basisvorming hebben verkracht. Daar heeft hij gelijk in. Maar ja, de politieke realiteit zit helaas vaak anders in elkaar dan de wetenschap.'

Dat het Wallage inderdaad menens was, bleek in 1992 in de Eerste Kamer. Toen de wet daar door toedoen van het CDA alsnog dreigde te sneuvelen, dreigden hij en de andere PvdA-bewindslieden achter de schermen met het zwaarste geschut: ontbinding van de Eerste Kamer. Premier Lubbers moest er zelf aan te pas komen om de CDA-senatoren in het gareel te houden en een zware politieke crisis te voorkomen.

Nog altijd laat de basisvorming Wallage niet los. Hij is allang burgemeester van Groningen, maar liet onlangs toch nog even weten dat het veel te vroeg is voor twijfel. 'De echte meerwaarde van de basisvorming zal pas over een langere termijn meetbaar zijn', meent hij. En de schuld voor de moeizame start ligt niet zozeer bij hem, maar bij de Kamer van toen, verkondigde hij eerder al. Die was zo bang voor staatspedagogiek dat de vernieuwing uiteindelijk veel te vrijblijvend is ingevoerd.

De Kamer moet dus niet opnieuw in discussie gaan, maar gewoon even doorzetten, is het advies van de burgemeester. Aan PvdA-Kamerlid Marleen Barth zal het vandaag niet liggen. De basisvorming behoeft verbetering, maar zeker geen opheffing, vindt zij. Kees Schuyt heeft wat haar betreft te vroeg gejuicht. 'Het is lang zo geweest dat bij je geboorte al vaststond wat je was en wat je mogelijkheden waren. Die selectie wordt steeds verder uitgesteld. Dat is heel positief. Want een kind van 12 ís niet iets, dat is iets aan het wórden. Dankzij de basisvorming begint dat besef nu eindelijk ook door te dringen in het onderwijs.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden