Ich bin ein Europäer

Rubens' kunst lijkt uit een andere wereld te komen en laat zich daarom niet zo makkelijk koesteren. Het nieuwe Louvre in Lens zet de grote barokschilder neer als de eerste echte Europese netwerker.

T/m 23/9 in Louvre-Lens, Rue Paul Bert 99, Lens (Fr.). Toegang 9 euro, catalogus 39 euro. louvrelens.fr


Hoe fascinerend en noodzakelijk het ook is om door een kunstwerk uit je schulp getrokken te worden - het kan pas worden bewerkstelligd als kunst herkenbaar is. Vertrouwd zelfs, al is het in de verte.


Bij een kunstwerk moet je een beetje thuiskomen. Een klein beetje is genoeg, als een geur die je kent maar niet kunt plaatsen. Misschien dat daarom de schilderijen van Rubens zo'n lange incubatietijd nodig hebben voor veel mensen. Bij mij vergde het twintig jaar. De wereld die je betreedt in zijn kunst is simpelweg te onbekend, te groots, te zwierig, te overvloedig. In tegenstelling tot de alledaagse Hollandse burgerkunst uit de Gouden Eeuw, is het moeilijk je met Rubens te identificeren. Het is een wereld van lang geleden, waarin katholieke wereldheerschappij vanzelfsprekend was, waarin alles verteld wordt in allegorieën en symbolen. Een wereld die kennis vereist van mythologie, Bijbel en filosofie. Alles behalve alledaags.


Het Louvre in Lens - de in 2012 geopende dependance van het grote museum in Noord-Frankrijk - koos ervoor in zijn eerste tijdelijke tentoonstelling 170 kunstwerken van Rubens en verwanten categorisch te ordenen binnen één overkoepelend politiek thema: Rubens, de Europeaan. In tegenstelling tot een monografisch overzicht, dat geen ander houvast biedt dan de kunstenaar zelf, wordt hier een cultuurhistorisch verhaal in porties opgediend. Rubens met context, toedracht en artistieke nagalm. Rubens bovendien als dé kunstenaar van het Europa van de 17de eeuw. Rubens in een maatschappelijk en actueel jasje.


Dat had heel makkelijk mis kunnen gaan. Een oude meester in een politiek concept dwingen, zeker een actueel concept; voor je het weet heb je een verhaal met illustraties, dat eigenlijk over het verhaal gaat in plaats van over de illustraties. Dat niets wil aangaan met de verbeelding van de bezoeker, geen ruimte geeft voor nieuwe gedachten. Weg inhoud, weg dialoog en dynamiek.


Voor het Louvre in Lens, gelegen in een regio met makkelijke verbindingen naar Vlaanderen, Wallonië, Duitsland, Nederland en zelfs Groot-Brittannië, is het thema Europa niet vreemd. Het is zelfs slim: Europa is evenzeer idee als realiteit, even concreet als onaf, even oud als nieuw. Een onderwerp van groot belang voor de wereld en van weinig gevoelswaarde op het microniveau van een gezin in Polen, Spanje, Letland, Noorwegen of Nederland. Een bureaucratisch moloch en een monster, maar ook een beschermer tegen verdeeldheid. Meer dan genoeg om mee aan de slag te gaan voor een tentoonstelling.


Maar hoe Europees was Rubens nu eigenlijk?


Het Louvre balanceert op de rand. Zo'n concept wordt immers gauw anachronistisch of overeducatief. Maar het museum overtuigt: van alle kunstenaars in de geschiedenis is er maar één die met recht proto-Europeaan te noemen is, en dat is Peter Paul Rubens. Ook tegenwoordig is er geen kunstenaar te bedenken die voor zo veel hoven en heersers in zo veel landen werkte dat zijn beeldtaal een gedeelde, internationale beeldtaal werd, zijn stijl een internationale stijl. Hooguit een fotograaf als Mario Testino, die de koninklijke, maatschappelijke en culturele elite van de westerse wereld aardig in kaart bracht met zijn herkenbare stijl - vrijwel iedereen kent zijn foto van een ontspannen lachende Lady Di. Maar bij hem gaat het alleen om portretten.


Rubens kon alles. Decoratie, allegorie, mythologie, portret, veldslag, tekening, olieschets, schilderij, tapijt of zelfs architectuur. Al naargelang de gelegenheid en opdrachtgever wenste. Met die overdrachtelijke verhalen creëerde hij een nieuw imago, waarin geschiedenis, filosofie en literatuur aan de heersers van Europa verbonden werd.


Rubens werkte voor het Spaanse hof, het Engelse, en Franse. Hij schilderde voor de Italiaanse koningin van Frankrijk Maria De' Medici en haar zoon koning Lodewijk III van Frankrijk, Philip III van Spanje en Karel I van Engeland, die alle vier op machtige portretten in de openingszaal van de tentoonstelling op ons neerkijken. Hij werkte in Venetië, Genua, Mantua en Rome voor de religieuze en maatschappelijke bovenklasse en had alleenheerschappij in Vlaanderen als kunstenaar voor de katholieke elite. Hij correspondeerde met denkers en heersers van Den Haag tot Praag: op de tentoonstelling hangt een indrukwekkende, muurvullende graphic van alle mensen met wie hij intensief brieven wisselde, afgebeeld op een kaart van Europa. Sociale en intellectuele interactie als een soort Facebook-datamap. Rubens was een man van kennis in de breedte, die rollen als schilder en diplomaat volkomen vanzelfsprekend liet samengaan: terwijl hij bemiddelde over vrede tussen Engeland en Spanje, viste hij aan beide hoven de grootste opdrachten binnen.


In Lens vormt het internationale netwerk van Rubens de rode draad - niet alleen terug te zien in de koninklijke portretten, maar ook in portretten van bijvoorbeeld sultan Mulay Ahmad van Tunesië (1613-14) , de Vlaamse Jezuïet en missionaris in China Nicolas Trigault (1617) en het prachtige ingetogen portret van de Britse Thomas Howard, graaf van Arundel (1629-30).


De diepe internationale worteling van Rubens' kunst doemt daarnaast in alle zalen op doordat werken van kunstenaars die Rubens bewonderde zo slim naast elkaar zijn gehangen, dat een niet-opdringerige vergelijking zich aandient. Een vrouw die in de spiegel kijkt van Titiaan uit 1515 naast Rubens' Venus en Cupido met een spiegel (circa 1615). De lelieblanke huid, het oppervlak van vlees en de stille, nét wat zelfbewuste blik in de spiegel - maar vooral het colorisme van de Italiaan, de intense kleuren en het intelligente gebruik ervan (een rode sjaal, of een blauw doek om de lichte huid te benadrukken) klinken door bij Rubens. Hij neemt letterlijk composities over van Italiaanse voorgangers, zoals Michelangelo's naakte Leda met de zwaan.


Een netwerk van beeldtaal, vorm en idealen in natuur en schoonheid ontvouwt zich op de tentoonstelling. De studie van lichamen van Goltzius en Michelangelo naast Rubens wordt haast een dialoog in beeld over voorkeuren en verschillen in opvatting, bewondering en concurrentie.


Dat Rubens' taal ook werkelijk een Europese taal werd, omdat kunstenaars in verschillende landen in hun werk weer werden beïnvloed door hem, is in Lens minder zichtbaar gemaakt. Rubens, die zelf ook niet duldde dat kunstenaars zich onder zijn schaduw vandaan wurmden, is ook hier centrum en eindpunt.


In de zeven grote ruimten zijn de thema's losjes gebaseerd op zijn internationale verbondenheid, zoals 'Religieus gevoel en barok geloof', 'Rubens en de Republiek der Letteren', 'Rivaliteit en concurrentie' en 'Beschaving'. Vrij genoeg om een zekere verbeelding toe te laten, concreet genoeg om de samenhang te kunnen overbrengen. Gezien de zaalteksten in drie talen (Frans, Engels en Nederlands) is het wel opmerkelijk dat de bijbehorende catalogus slechts in het Frans is uitgebracht; terwijl juist (in het Frans vertaalde) bijdragen van drie Vlaamse kunsthistorici en één Britse erin zijn opgenomen.


De inhoudelijke, symbolische beeldtaal die Rubens inzette om het verhaal van de hoven te verbeelden is zichtbaar, maar met minder nadruk dan de stijluitwisseling. Terwijl Rubens juist daarmee ook een nieuw programma in de kunst invoerde, die 'Europees' kan worden genoemd. Hij schilderde de ontmoetingen tussen antieke goden en de contemporaine heersers in allegorieën. Zoals een olieverfschets Engeland en Schotland met Minerva en Cupido (1632-'33) laat zien, een schets voor het plafond van het Engelse Banqueting House. Waarin de vereniging van Schotland en Engeland (onder leiding van koning James, vader van Karel I) gestalte krijgt in de overvloedige Rubenstaal vol zwevend naakt, blonde krullen en beweging. Die manier van uitbeelden die Rubens al eerder liet zien en die hij had afgekeken van Italiaanse voorgangers als Annibale Carraci en vooral Rafaels Stanza della Segnatura in het Vaticaan, met de filosofen Aristoteles en Plato converserend vooraan naast contemporaine denkers. Acht jaar werk in Italië, tussen 1600 en 1608, had Rubens geleerd dat je de klassieke mythologie en de filosofen kon inzetten voor een nieuw verhaal, over het nu, met mensen van nu. Door dit in te zetten voor verschillende hoven en heersers, maakte Rubens een eerste overkoepelende Europese beeldtaal - zij het een beeldtaal van katholiek Europa. De Hollanders, en nog een paar landen, dachten er het hunne van.


De uitbeeldingen van veldslagen in de tentoonstelling illustreren die Italiaanse inspiratie, zoals de Slag bij Anghiari (1612-'15), een bewerking van een verloren gegaan meesterwerk van Da Vinci. Een genre waarmee Europese vorsten zich bij uitstek konden meten met de goden en zich konden presenteren als moderne Alexander de Grote.


Langzaam doemt die beeldkracht van Rubens op uit de verf, en als je hem eenmaal ziet, is het onvoorstelbaar dat het zo lang geduurd heeft. Hoe alles samenkomt in die soepele verf die lijkt te bewegen. In figuren die de meest ingewikkelde, voor ieder ander onuitbeeldbare houdingen hebben, maar die hier zo moeiteloos zijn uitgebeeld. Alsof ze samen een langzame dans uitvoeren. Hoe beweging letterlijk in de verf ligt - een woest paard, een opgejaagde hond, een kluwen naakte peuters, zwevend in de lucht alsof er geen zwaartekracht bestaat en alsof perspectief het eenvoudigste ter wereld is om uit te beelden. Alsof het geheel als één mensenmengsel deinend beweegt op een zachte melodie uit de hemel. Niemand kon de verf zo laten bewegen als Peter Paul Rubens. Niemand kon alle figuren, dieren en elementen zo vanzelfsprekend bij elkaar laten horen, zo laten opgaan in één organisch geheel.


Wie zich aan Rubens waagt, vliegt een hemel in waar alles kan, alles danst, en de ogen lange tijd nodig hebben om aan licht en kleur te wennen. Het kost even, Rubens was toen en is nog altijd veeleisend, en vraagt de kijker zijn reserves te laten varen.


Twee machtige zelfportretten aan het einde van de tentoonstelling tonen hoe bewust Rubens zich was van zijn superieure status: als eenprins staat hij afgebeeld, staat hij ons toe naar hem op te kijken. Naast hem een bijna schichtige Gian Lorenzo Bernini, in meesterschap zijn gelijke, maar in zelfbewustzijn zo veel meer op zijn hoede. Rubens was de laatste kunstenaar die zijn talent zo breed kon verspreiden, het beeldende en het concrete zo liet samengaan. Wil de nieuwe Rubens opstaan? Europa kan hem gebruiken.


Peter Paul Rubens ( 1577- 1640 )

Peter Paul Rubens werd op 28 juni 1577 geboren in Siegen (Duitsland) als zoon van een Antwerpse advocaat en schepen (wethouder). Hij leert schilderen in het Antwerpse schildersgilde. In 1600 vertrekt hij naar Italië, waar hij zich laat inspireren door de klassieke kunst en in Rome, Florence en Venetië veel leert van onder anderen Caravaggio. In 1603-1604 werkt hij aan het Spaanse hof, waar hij niet alleen schildert maar ook diplomaat is voor de hertog van Mantua. In 1608 reist hij terug naar de Nederlanden, vestigt zich definitief in Antwerpen. Hij profiteert van de snel groeiende welvaart en krijgt veel opdrachten. In 1610 bouwt hij het pand dat nog altijd bekend staat als het Rubenshuis. Al bij leven verwerft hij grote internationale faam. Rubens overlijdt op 30 mei 1640.


Al dat vlees...

Hoe Rubens die kennis en nieuwe eigen stijl om het menselijk lichaam weer te geven in zijn monumentalere stukken verwerkte, is op de expositie in Lens heel goed van nabij te zien in de grote Jagende Diana met nymfen (1636-1639). Of in een angstaanjagende, gespierde Prometheus, wiens ingewanden worden uitgepikt door een reusachtige adelaar (1611-12) (afbeelding hieronder).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden