Ibsen deconstructed

Aanvankelijk tamelijk irritant en ongrijpbaar, dan intrigerend en ten slotte hemeltergend fascinerend is Eyolf in deze regie.

Kleine Eyolf van Henrik Ibsen door Nationale Toneel en NTGent.

In NTGebouw Den Haag, 3/5; daar t/m 19/5. In Compagnietheater Amsterdam van 30/5 t/m 10/5. nationaletoneel.nl

Een jongen op een hobbelpaard die minutenlang heen en weer wiegt, in duister licht gevangen. Zo begint Susanne Kennedy's versie van Henrik Ibsens toneelstuk Kleine Eyolf. Het joch is hier geen lieflijk wezentje, maar een tamelijk robuuste gozer in korte broek. Dan weet je het al: Ibsen wordt hier uitgekleed en op zijn kop gezet. Zoals Kennedy vier jaar geleden ook deed met Hedda Gabler, wat toen rare fratsen zonder hechte structuur opleverde. Ibsen deconstructed.


Kennedy is na regies van onder anderen Harold Pinter, Elfriede Jelinek en Rainer Werner Fassbinder een stuk stijlvaster geworden, maar gelukkig nog even genadeloos eigenzinnig. Haar artistieke handtekening is pregnanter geworden en haar zeggingskracht is groot.


De toeschouwer die naar deze 'Ibsen voor gevorderden' gaat, doet er goed aan zich te verdiepen in de inhoud van het stuk. Een echtpaar raakt na de dood van hun kind in een existentiële crisis. Eyolf is verdronken in een fjord, nadat hij eerder al kreupel was geworden door een onachtzaamheid van zijn wanhopig naar zingeving zoekende ouders.


Marlies Heuer en Dries Vanhegen spelen in deze coproductie van het Nationale Toneel en NTGent het ouderpaar. Kennedy heeft een zeer beperkt deel van Ibsens tekst gebruikt en laat de spelers die zinnen voortdurend herhalen. Daarnaast heeft zij de voorstelling in drie hoofdstukken ingedeeld (Aarde, Water, Lucht) en worden er voortdurend teksten geprojecteerd, onder meer afkomstig uit Also sprach Zarathustra. Ibsens personages worstelen met allerlei schuldgevoelens, maar zijn niet in staat boete te doen. Protect me from what I want is een tekst die halverwege wordt geprojecteerd, en dat is de sleutelzin: iedereen probeert op een wanhopige manier zijn verlangens te onderdrukken.


Handelingen zijn nagenoeg afwezig of bestaan uit doelloos heen en weer lopen. Als de jongen verdrinkt, stapt hij van het hobbelpaard en gaat hij in een plas water liggen gorgelen. De personages zien eruit als geestverschijningen, hun onderkomen is een spookhuis, de ideale uitvalsbasis voor dit horrortheater.


Lijklucht. Graflied. Die twee woorden komen regelmatig in deze Kleine Eyolf voor. Tussen lijk en graf kan niets anders liggen dan een dodenrijk. Kennedy plaatst het stuk als het ware in een hiernamaals: er wordt vanuit het leven niet naar de dood verlangd, maar vanuit de dood naar het leven. Aanvankelijk tamelijk irritant en ongrijpbaar, dan intrigerend en ten slotte hemeltergend fascinerend - dat is Kleine Eyolf in deze bizarre regie. Stilering en techniek zijn tot in de perfectie uitgevoerd, tot in elke ademhaling en stembuiging aan toe. Je kunt je alleen afvragen waarom ze dit stuk koos; ze lijkt slechts geïnteresseerd in de duistere sfeer ervan.


Kennedy laat de voorstelling opmerkelijk religieus eindigen, als het ventje Eyolf zichzelf voor de mensheid offert. Met een paar fantastische theatrale effecten (inclusief wierookgeur) komt alsnog verlossing. 'Waarheen moeten we dan kijken?', vragen de ouders zich af. Het antwoord luidt: 'Naar boven, naar de top, naar de sterren, naar de grote stilte.'


Daarmee is de nachtmerrie loutering geworden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden