Hypocrisie van wereldleiders tijdens de VN-top in New York

Ze doen amper iets tegen de humanitaire crises die ze zelf hebben helpen veroorzaken

De wereldleiders hebben het erg met zichzelf getroffen, zag New York Times-columnist Nicholas Kristof op de VN-top van deze week. Maar dat is volkomen ten onrechte.

Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in (links) en Amerikaanse president Donald Trump (rechts) in New York tijdens de VN-top Beeld epa

Leiders uit de hele wereld zijn naar New York afgereisd voor VN-vergaderingen, fijne feestjes, klinkende toespraken over hulp aan de armen - en een fikse dosis hypocrisie. En op dit terrein heeft president Trump - eindelijk! - eens mondiaal leiderschap getoond.

Als er een VN-prijs was voor de grootste gotspe, dan zou Donald Trump die - ondanks de moordende concurrentie - weleens glansrijk kunnen winnen met zijn uitspraak dat we desnoods 'geen andere keus hebben dan Noord-Korea totaal te vernietigen'.

Ook was Trump vol lof voor de Amerikaanse humanitaire hulp aan Jemen. Jezelf een schouderklopje geven is vaak onnozel, maar in dit geval bovendien stuitend: Jemen heeft hulp nodig omdat de VS Saoedi-Arabië helpen Jemenitische burgers te bombarderen en uit te hongeren, en daarmee volgens de VN de grootste humanitaire crisis ter wereld creëren. En het was triest om Trump te horen hameren op 'soevereiniteit', het favoriete woord van regimes als dat van Rusland en China.

Dan Myanmar. Aung San Suu Kyi bleef weg uit New York omdat een Nobelprijswinnares moeilijk een brute campagne van moord, verkrachting en plundering kan verdedigen. Veel aanwezige islamitische leiders, zoals Recep Tayyip Erdogan, vroegen aandacht voor het lot van de Rohingya, die een etnische zuivering ondergaan in Myanmar. Waren ze maar net zo begaan met hun eigen politieke gevangenen!

Ondertussen negeren wereldleiders de plekken die niet in hun verhaal passen. Niemand maakte veel woorden vuil aan Zuid-Soedan of Burundi - die allebei op de rand van een genocide verkeren. Of aan Congo, dat op een burgeroorlog af koerst. Of aan de 'vier hongersnoden' - in Nigeria, Somalië, Jemen en Zuid-Soedan. Overigens sierde het Trump dat hij wél zijn bezorgdheid uitte over Zuid-Soedan en Congo en dat hij zijn VN-ambassadeur Nikki Haley naar de regio beloofde te sturen om te kijken wat er kan worden gedaan; het valt te hopen dat zijn regering op dit vlak het broodnodige leiderschap toont.

Eerlijk is eerlijk, ook in ruimere zin is er reden tot hoop. Zo is er een ongelooflijke vooruitgang geboekt in het bestrijden van armoede in de wereld - sinds 1990 zijn er meer dan 100 miljoen kinderlevens gered. Elke dag krijgen 300 duizend mensen elektriciteit, en 285 duizend mensen schoon water. Op het gebied van armoede liggen enorme kansen, omdat we nu veel beter weten wat echt helpt: conflicten beslechten, meisjesonderwijs en vrouwenemancipatie bevorderen, ondervoeding aanpakken, gezinsplanning ondersteunen, enzovoort.

Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid leeft minder dan 10 procent van de wereldbevolking in extreme armoede. En we zouden dat de komende vijftien jaar waarschijnlijk praktisch tot nul kunnen terugbrengen als dit mondiaal een topprioriteit was. Trump heeft zich terecht positief uitgelaten over Pepfar, het door president George W. Bush gelanceerde aidsprogramma - ook al wil hij daar flink op bezuinigen.

Ook de vorderingen in de strijd tegen mensenhandel zijn bemoedigend. In New York was veel aandacht voor dit onderwerp, dat er voorheen vaak nogal bekaaid van afkwam, terwijl volgens een nieuw rapport toch zo'n veertig miljoen mensen als moderne slaven kunnen worden aangemerkt.

We hebben de instrumenten om grote vooruitgang te boeken tegen de collectieve vijanden van de mensheid - armoede, ziekte, slavernij - maar het is de vraag of we de wil daartoe hebben. We beleven op dit moment misschien wel de ergste vluchtelingencrisis in zeventig jaar, in combinatie met de grootste voedselcrisis in zeventig jaar, in combinatie met dreigende genocide in diverse landen - maar we kampen tegelijk met een bloedeloos mondiaal leiderschap.

'Er heerst een moreel en politiek leiderschapsvacuüm als het gaat om de crisisgebieden in de wereld', zegt David Miliband, hoofd van het International Rescue Committee. Veel landen zijn intern verdeeld en richten de blik naar binnen. De VS zijn nog altijd de onmisbare supermacht, maar laten verstek gaan. Minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson heeft een mate van irrelevantie bereikt die niemand voor mogelijk had gehouden, en Trump wil het mes zetten in de budgetten voor diplomatie en hulp.

Een op de vier kinderen op aarde heeft een groeiachterstand door ondervoeding. Dat vertraagt de ontwikkeling van de hersenen - en dat zet een rem op de vooruitgang van kinderen, van naties, van de mensheid. Daarom is het zo ergerniswekkend dat wereldleiders zichzelf in de schijnwerpers schouderklopjes staan te geven terwijl ze amper iets doen tegen de humanitaire crises die ze zelf hebben helpen veroorzaken.

Nicholas Kristof, The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.