Hypocriete Poetin heeft wel een punt

Vladimir Poetin is dan geen lieverdje, zijn brief aan The New York Times sneed wel degelijk hout.

WILLEMIJN VERKOREN

Een interessante brief was het, die de Russische president Poetin donderdag liet publiceren in The New York Times. Velen, onder wie premier Rutte en minister Timmermans, deden de brief direct af als hypocriet. En terecht. Maar dat neemt niet weg dat veel van de punten die Poetin maakt instemming verdienen. De president heeft gelijk als hij schrijft dat militair ingrijpen in Syrië is niet de oplossing is. Een analyse van de Russische positie ten aanzien van het Midden-Oosten laat bovendien wel degelijk een basis voor onderhandelingen zien.

Poetins boodschap is in meerdere opzichten hypocriet. Om te beginnen is het onvergeeflijk dat Rusland het Syrische regime is blijven bewapenen toen dat grootschalig aan het moorden sloeg - en bleef. Rusland mag dan consequent tegen gewapend ingrijpen in een soeverein land zijn, maar is het bewapenen van conflictpartij niet ook een vorm van ingrijpen? Daarbij komt dat Poetin zelf ook niet vies is van bruut geweld, ook al beperkt hij dat tot zijn eigen soevereine achtertuin - denk aan Tsjetsjenië. Zijn pleidooi om op het internationale toneel het recht te laten regeren, staat in wrang contrast met het feit dat binnen Rusland het recht (en de mensenrechten) steeds meer ondergeschikt zijn aan de macht. Van de Verenigde Naties als hoeder van het internationaal recht geeft de president ook een vertekend beeld, zoals in zijn rooskleurige beschrijving van de tijd dat de Sovjet-Unie en daarna Rusland de Veiligheidsraad lam legden door ieder initiatief te vetoën.

En toch heeft Poetin op veel punten gelijk. Hij heeft gelijk dat militair ingrijpen zelden de oplossing is in dit soort situaties, en zeker in dit geval niet. Het risico dat dit tot verdere escalatie en regionale verspreiding van de oorlog leidt, is niet denkbeeldig. Daarbij komt dat de Syrische oppositie op dit moment geen alternatief biedt. Ze is onderling zeer verdeeld, en wordt bovendien steeds meer gedomineerd door extremisten. De Amerikanen willen een waarschuwende tik uitdelen aan het Syrische regime naar aanleiding van de gifgasaanval in Ghouta, maar hebben verder geen strategie voor het bereiken van vrede in Syrië. Dat is dramatisch als je bedenkt dat het doden onverminderd voortgaat. Een pad naar vrede kan alleen tot stand komen door onderhandelingen tussen alle betrokken partijen binnen en buiten Syrië, ook al is dit ongelooflijk moeilijk. Rusland is hierbij, of we het leuk vinden of niet, een cruciale speler.

Ook relevant is Poetins standpunt over de rol van de VN. Hoewel sinds de opkomst van het 'Responsibility to Protect'-principe soevereiniteit niet langer een heilig huisje is in het internationaal recht, blijven de meeste volkenrechtdeskundigen erbij dat het de VN Veiligheidsraad is die beslist wanneer ingrijpen geoorloofd is. Dit is niet ideaal gezien de samenstelling van deze raad en het problematische vetorecht. Maar het omzeilen van de VN levert toch ook bedenkelijke precedenten op. Waarom zouden de VS dat als enig land ter wereld mogen?

Het beeld van Moskou als notoire dwarsligger waarmee niet te praten valt, verdient ook enige nuancering. Een analyse van de Russische positie ten aanzien van Syrië en het Midden-Oosten kan daarbij verhelderend zijn. Het strategisch belang van de alliantie met Syrië (onder meer vanwege de Russische marinebasis in Tartus) is niet de enige, en volgens veel Rusland-analisten zelfs niet de belangrijkste verklaring van de Russische steun aan Assad.

Er zijn drie dieper liggende kwesties die de Russische positie helpen verklaren. De eerste kwestie is een diep wantrouwen ten aanzien van Amerikaanse pogingen om democratie te verspreiden in het Midden-Oosten en elders. Niet alleen wordt dit beschouwd als ongehoorde inmenging in de interne aangelegenheden van soevereine staten, maar ook is het in de ogen van Moskou een recept voor chaos: zie Irak.

Dan is er de Russische angst voor gewelddadige moslimextremisten, met wie Rusland in de Kaukasus veel ervaring heeft. Dat de Syrische rebellen steeds meer gedomineerd worden door, deels internationale, jihadisten baart Rusland grote zorgen. Het wantrouwen jegens Amerikaans interventionisme en de angst voor islamistisch geweld worden in Rusland overigens vaak gecombineerd tot samenzweringstheorieën over de VS die, net als in de jaren tachtig in Afghanistan, moslimextremisten zouden ondersteunen ter ondermijning van Russische rol in de wereld.

Een derde verklaring voor de Russische positie is de angst voor chaos en het belang dat wordt gehecht aan stabiliteit. Zowel in het Midden-Oosten als in de internationale rechtsorde wordt stabiliteit als groot goed gezien. In Syrië beschouwt Moskou Assad vooralsnog als de enige die voor een vorm van stabiliteit kan zorgen. Maar de steun aan zijn regime is niet onvoorwaardelijk, zoals bleek toen Poetin aangaf een militair antwoord op het gebruik van gifgas niet uit te sluiten als zou worden aangetoond dat het regime hier achter zat. Een onderhandeld compromis tussen verschillende Syrische partijen zou, ook voor Moskou, een betere garantie op stabiliteit kunnen vormen.

In vergelijking met het zwalkende Amerikaanse beleid ten aanzien van Syrië is de Russische positie al met al een stuk consequenter en duidelijker. En belangrijker: ze biedt ruimte voor onderhandeling. Deze ruimte dient met beide handen te worden aangegrepen.

President Poetin is bepaald geen lieverdje. Maar hoe hypocriet ook, zijn pleidooi geeft aanknopingspunten voor een goed gesprek. Het is te hopen dat dit gesprek uiteindelijk tot vrede in Syrië leidt.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden