Hypocriete economen

Op de universiteit moeten ze meestal niet veel hebben van de snelle consultants in strakke pakken. Toch doen de adviezen van die snelle jongens in weinig onder voor die van de academisch economen, ontdekte Onno Bouwmeester....

Met veel dedain kijken ze neer op de snelle consultants die her en der overheden van advies voorzien. Economen die aan een universiteit verbonden zijn vinden zichzelf véél onafhankelijker, véél kritischer en hun methodes bovendien véél wetenschappelijker. Maar die borstklopperij wordt in de praktijk zelden waargemaakt, ontdekte Onno Bouwmeester (41), die 14 januari promoveerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op het proefschrift Advice as argument. ‘Praten blijkt soms veel efficiënter om kennis te verwerven dan lezen.’

Academisch economen zijn hypocriet?

‘Daar komt het wel op neer. Universitair economen presenteren zich bijvoorbeeld als neutraal. Daarmee zetten ze zich af tegen de vooringenomenheid die veel commerciële consultants zouden hebben. Maar in de rapporten die ik heb bestudeerd, kom ik dat verschil helemaal niet tegen. Eerder het tegendeel. Zo valt op dat academici een sterk geloof hebben in marktwerking. De positieve effecten worden veel groter ingeschat dan de negatieve. Terwijl dat een best controversieel standpunt is. Maar dat schrijven ze niet op.’

En dan zijn ze ook nog eens niet onafhankelijk, stel je.

‘Ja, die claim van de academisch economen komt er ook slecht vanaf. De consultant besteden bijvoorbeeld duidelijk meer aandacht aan de negatieve effecten van de adviezen die ze geven. Academisch economen schrijven soms heel eenzijdige rapporten. Dat is nog niet eens zo erg, als dat ook de opdracht is geweest. Maar op het moment dat je er ook een advies aan verbindt, gedraag je je als serieus wetenschapper eigenlijk onverantwoordelijk.’

Je zet sowieso vraagtekens bij het wetenschappelijk gehalte van de academische rapporten.

‘Ja, je zou verwachten dat economen eerder tot consensus zouden komen, omdat ze volgens dezelfde – vergelijkbare en wetenschappelijk repliceerbare – methode werken. Maar verrassend genoeg waren de consultants het vaker met elkaar eens. Bij de academische economen was het verschil vaak veel groter: waar de een bijvoorbeeld grote werkgelegenheidseffecten verwachtte van de groei van Schiphol, was dat bij een ander veel minder. Academisch economen kiezen de extremen, terwijl de consultants juist vaker in het midden terecht kwamen.’

Hoe ben je tot die conclusies gekomen?

‘Ik heb twintig rapporten bestudeerd, van zowel academisch economen als van consultants. Die gingen over twee onderwerpen; óf over de groei van Schiphol, óf over de liberalisering van de energiemarkt. Doordat ze over hetzelfde onderwerp gingen, kon ik de argumentatie van de verschillende rapporten goed met elkaar vergelijken.’

Hoe kwam je aan dit onderwerp?

‘Na mijn studies filosofie en economie aan de Universiteit van Amsterdam heb ik zelf zes jaar gewerkt als consultant. Dat was uitdagend werk. Alles wat ik op de universiteit geleerd had van wetenschappelijk onderzoek, werd van tafel geveegd. Consultants gebruiken andere onderzoeksmethoden dan academen. Ze gaan bijvoorbeeld eerst praten met anderen, ze vertrouwen meer op hun eigen kennis en ervaring, willen sneller naar een conclusie toe. Maar dat hoeft niet per se slechter te zijn. Praten blijkt soms bijvoorbeeld veel efficiënter om kennis te verwerven dan lezen.’

Was je promotie een geliefd onderwerp op feestjes?

‘Als ik mijn oude collega’s sprak, vroegen ze me wel eens verbaasd: ben je nou nog steeds bezig? Voor hen is een project van een half jaar al heel lang. En ik ben tien jaar met mijn promotie bezig geweest: vier jaar als consultant, zes jaar hier op de VU, als universitair docent. In die tijd kon ik maar één dag in de week onderzoek doen, de rest van de week moest ik onderwijs geven. Dat is wel schipperen met de agenda geweest. Maar ik heb het steeds fantastisch gevonden, ik heb er al die tijd met veel plezier aan gewerkt.

‘Ik vond het een goed excuus om weer eens filosofische literatuur te bestuderen, om weer eens de diepte in te gaan. Het begon als een hobby, en ik kon vervolgens uitleggen dat het een betaalde hobby was geworden. Dat was erg plezierig.’

Willen je collega’s op de universiteit nu nog wel met je praten?

‘Gelukkig wel, hoor. Al vind ik wel dat ze zich achter de oren moeten krabben. Wat mij betreft is mijn proefschrift een oproep tot eerlijkheid. Als je iets niet kunt waarmaken, moet je het ook niet claimen, vind ik.’

Door jou gaat een lucratieve markt voor universitaire onderzoekers in rook op.

‘Als je als opdrachtgever goed weet wat je nodig hebt, als je een duidelijk afgebakende, feitelijke onderzoeksvraag hebt, dan kan ik me nog steeds goed voorstellen dat je bij de universiteit terecht komt. En academisch economen kunnen natuurlijk ook leren van hoe consultants het doen.’

Wat zijn jouw plannen nu?

‘Ik wil met een Engelse uitgever een boek maken van mijn proefschrift. En ik ga op korte termijn nog een paar artikelen schrijven over deelconclusies eruit. Ik vind het sowieso interessant om verder te schrijven over de vraag hoe moderne wetenschappers bescheidener kunnen worden in hun pretenties.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden