Hypnose: beter dan niets doen

Hypnotherapie biedt mensen met een psychiatrische stoornis enig soelaas. Maar of hypnose ook echt werkt, is onduidelijk. Elke andere vorm van aandacht lijkt ook goed....

'Uw oogleden worden zwaar. U krijgt de behoefte om de ogen te sluiten. Langzaam komt u tot rust.' Deze zinnetjes zijn niet alleen te horen tijdens toneelhypnose. Ook psychiaters en psychologen proberen regelmatig mensen in trance te brengen met als doel om ze van klachten af te helpen.

Dr. Franny Moens legt liever geen verband tussen haar werk en de trucjes van hypnotiseurs als Rasti Rostelli. Ze heeft het gebruik van hypnose onderzocht bij een psychiatrische aandoening en is afgelopen woensdag gepromoveerd aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. De uitkomsten zijn niet eenduidig: het helpt, maar elke andere therapie is mogelijk ook goed.

Moens is werkzaam bij De Grote Rivieren in Dordrecht, een organisatie voor geestelijke gezondheidszorg. Ze is tevens opleider en supervisor van de Nederlandse vereniging voor hypnose. 'Ik ben erin geïnteresseerd', zegt ze. 'Dat was de drijfveer om het fenomeen wetenschappelijk te onderzoeken.'

Ze bestudeerde mensen met een zogenoemde conversiestoornis. De patiënten vertonen verlammingsverschijnselen zonder dat er een duidelijke neurologische oorzaak voor te vinden is. Vaak kunnen ze niet goed lopen, ze zwalken of zijn tot een rolstoel veroordeeld. De klinisch medici weten geen raad met deze aandoening. Derhalve komen de patiënten bij psychiaters en psychologen terecht in de hoop dat die de klachten kunnen verhelpen. Moens probeerde het met onder meer hypnotherapie.

'Voor mijn onderzoek heb ik de patiënten niet zelf gehypnotiseerd, dat hebben medewerkers gedaan, maar ik gebruik de techniek wel. In een sessie van ongeveer een uur vraag je de patiënt zich te concentreren op een punt aan de muur en je brengt hem dan met suggesties in een trance.'

De behandeling bestaat er vervolgens uit dat de therapeut teruggaat naar de tijd waarin de patiënt nog wel kon lopen. Er wordt geprobeerd het gevoel in de benen terug te halen. Of als één been verlamd is, wordt getracht het gevoel van het gezonde been over te brengen op het andere. 'Je probeert de ervaring van de prikkel in het been terug te halen', vat Moens de behandeling samen. En het werkt, zegt ze. 'We zien dat mensen verlamde ledematen gaan bewegen na een therapie van meerdere sessies.'

Om te kijken of hypnose een doorslaggevende rol speelt, werkte de psycholoog met twee groepen patiënten. Eén groep was er ernstig aan toe en verbleef in een inrichting. De andere groep werd poliklinisch behandeld.

De ernstige gevallen kregen een uitgebreide behandeling met onder meer fysiotherapie, groepssessies en gesprekken. In het kader van Moens' onderzoek onderging de helft van hen óók hypnose, de andere helft werd niet in trance gebracht.

De poliklinische groep ontving minder zorg. Een deel kreeg alleen hypnotherapie; de rest stond op de wachtlijst, met hen gebeurde niets.

De resultaten vielen niet mee. 'De totale behandeling helpt', zegt Moens, 'daar zijn we al heel blij mee.' Voor de ernstige patiënten maakte het echter niets uit of ze in trance werden gebracht of een andere therapie ontvingen. 'Hypnose had geen toegevoegde werking', formuleert de psycholoog omzichtig.

In de poliklinische groep bestond er een verschil tussen de mensen die met hypnotherapie werden behandeld en de mensen op de wachtlijst. Ook dit zegt niet alles, stelt Moens vast: 'We weten niet of ze ook waren verbeterd als ze fysiotherapie of een groepstherapie hadden gekregen.'

Dit resultaat zal geen doorbraak van de hypnose inluiden. Door niet-hypnotiseurs wordt met enige argwaan naar het in trance brengen van patiënten gekeken.

'Ik weet niet wat hypnose is', zegt hoogleraar psychologie dr. Harald Merckelbach van de Universiteit Maastricht. 'Het is een speciale toestand van de geest, maar op een EEG (een diagram met de hersenactiviteit) kan ik dat niet terugvinden.'

Merckelbach vindt echter niet dat hypnotherapeuten moeten worden afgeschilderd als vage alternatievelingen. 'Een niet onaanzienlijk deel van de beroepsgroep maakt gebruik van deze technieken', zegt hij. 'Je moet het zien als het gebruik van bijvoorbeeld psychoanalyse.'

Merckelbach vergelijkt de mogelijke werking van hypnose met een rollenspel. 'Als patiënt ga je mee in de hypnose. Je beleeft een diepe trance en je kunt dan je ledematen gebruiken. Dat is voor buitenstaanders een goed verhaal. Als je zomaar ineens je benen zou gaan gebruiken, zullen die denken: wat is er nu aan de hand? Met hypnose wordt de genezing begrijpelijk.'

Het is een placebo, beweert de Maastrichtse psycholoog. 'Het probleem is dat er is weinig onderzoek is gedaan naar het fenomeen. Ik weet dat het mensen helpt om van het roken af te komen. Dan is er weinig op tegen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden