Huwelijk(en) en het arbeidsethos van dieren

En we konden het niet laten u hier ook nog te wijzen op andere interessante, leerzame, vrolijk (of treurig) makende net verschenen titels.

Max Herder wil graag Vlaming onder Vlamingen worden, maar hij is een Hollander, en 'als iets van hem die door zo hemzelf gehate Hollander had gemaakt, dan was het wel zijn verhuizing naar Vlaanderen.' Van zijn hebbelijkheden is Herder niet zomaar verlost, bemerkt hij aan de vooravond van zijn huwelijk met de Vlaamse Isabelle, in de roman Het Belgisch huwelijk (De Bezige Bij Antwerpen; euro 19,99) van Marc Reugebrink (Goor, 1960), die al sedert jaren in Gent woonachtig is. De schrijver dankt Stefan Hertmans die hem behoedde voor grove fouten tegen het Vlaamse taaleigen.


Het Britse echtpaar Nicci Gerrard en Sean French, opererend onder naam Nicci French, komt met het vierde deel in wat een reeks van acht thrillerromans rond de Londense psychoanalytica Frieda Klein gaat worden: Donderdagskinderen (Anthos; euro 19,95). Frieda voert gesprekken met de plotseling lusteloze puber Rebecca (Becky), die is verkracht door een onbekende man en daarover niet durft te praten. Frieda wordt gedwongen ook af te dalen in haar eigen verleden. Het zou kunnen dat zij ooit slachtoffer was van dezelfde dader.


Dit is een verhaal om in bed te lezen, 'op een regenachtige avond in een oud huis.' Het laatste verhaal van John Cheever (1912-1982), 'Oh What a Paradise It Seems', verscheen in 1983 in de Nederlandse vertaling van C.A.G. van den Broek. Meer dan twintig jaar later heeft Rebecca Wilson die vertaling herzien, en komt de herdruk uit onder de titel Bijna een paradijs (Van Gennep; euro 16,90). De oude romantische zakenman Lemuel Sears beleeft een affaire met de makelaar Renée én met haar getrouwde liftbediende: 'Wat hij voor Eduardo voelde, leek eerder op heimwee dan op de avontuurlijkheid van de traditionele liefde, maar het gevoel was er niet minder sterk om.'


In het essay waarnaar zijn nieuwe bundel Vis in bad is genoemd (Athenaeum-Polak & Van Gennep; euro 19,99) onderzoekt bioloog/schrijver Tijs Goldschmidt het arbeidsethos van dieren. Mensen die zeggen dat ze 'werken als een beest' weten volgens Goldschmidt namelijk niet waarover ze het hebben. Beesten werken wel, maar net hard genoeg om hun eten te vangen; de rest van de tijd slapen of spelen ze. Ook vissen: als beginnend student in de gedragsbiologie zag Goldschmidt hoe stekelbaarzen af en toe op een gekromde flank keerden en zo een tijdje heerlijk door het water zweefden, alsof ze in bad lagen. Tijd verprutsen, niks doen: het is nodig, zegt Goldschmidt, om uiteindelijk tot iets te komen. 'Ik pleit voor het paalzitten. Als ik me heb voorgenomen een beschouwing of verhaal te schrijven, breekt er een sprokkelfase aan. Ik stel het schrijven uit, loerend op ongeziene verbanden, op essayistische vragen, op woorden die met het onderwerp te maken hebben en die soms ineens een nieuwe betekenis krijgen.'


Gefotoshopt is er zeker, in de bundel Plato in tijden van photoshop van hoogleraar cultuurfilosofie en wijsgerige antropologie Ger Groot (Lemniscaat; 14,95); maar vooral in de begeleidende illustraties. Spinoza zweeft door de lucht, Aristoteles vult elf televisieschermen, het Vrijheidsbeeld heeft van illustrator Marc Suvaal Sartres ogen inclusief brilletje gekregen. In zijn voorwoord stelt Groot dat hij met de grote filosofen in gesprek zal gaan over de moderne ontwikkelingen en technologieën, ook al zijn ze dood. Dat lukt niet helemaal - aangezien ze dus dood zijn - maar het idee levert hier en daar mooie overpeizingen op.


Geen dag zonder Bach, heet het dagelijkse programma van pastoraal psycholoog Govert Jan Bach (ze delen een stamvader) op de Concertzender. Op het luisterboek Govert Jan Bach over de Matthäus Passion (Rubinstein; euro 24,95) vertelt hij over Johann Sebastian Bachs meesterwerk, ontstaan in de jaren 1725-1727. Tijdens diens leven is de Matthäus vier keer uitgevoerd. 'De enige geschreven opmerking uit die periode komt van een dame van adel. Die beklaagt zich erover dat de Passie-uitvoeringen theatraal zijn en vergelijkt ze met een 'operakomedie'.


De jurist Hans Beekhuis (1936) werkte tussen 1964 en 1991 bij Philips, laatstelijk als algemeen secretaris van de vennootschap en chief legal officer. In de jaren 1985-1986 hield hij in het geheim een dagboek bij, toen er een harde machtsstrijd plaatsvond tussen de NV Philips en de Amerikaanse dochters, verzelfstandigd in de US Philips Trust, die de zeggenschap van de concernleiding betwistte. In Philips vs Philips (Gibbon; euro35,-) publiceert Beekhuis de letterlijke tekst van zijn dagboek, dat jaren in een bankkluis heeft gelegen. De hoge heren bij Philips blijken elkaar ook met limericks en sonnetten te verrassen, tussen de zware vergaderingen door. Notitie op 8 juni 1986: 'Ik ben benieuwd te zien hoe men mij zal trachten te decapiteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden