Hutjes worden villa’s, dankzij de ‘witte kreeft’

Voorheen liepen ze in vodden, nu kopen de dorpelingen van Tasbapauni breedbeeld-tv's en duur bier. Met dank aan gesnapte cokesmokkelaars....

Tasbapauni Eeuwenlang hebben de golven ellende meegenomen naar de Mosquito Coast: Christopher Colombus, de Spaanse verovering, piraten, schepen vol met slaven. Voor de vissersdorpjes aan deze verlaten Midden-Amerikaanse kusten, was er zelden reden om een buitenlands bezoek met open armen te ontvangen.

De ‘witte kreeft’ heeft alles veranderd. Nu staan de dorpelingen vroeg op en turen ze naar de horizon voor een nieuw soort binnendringer.

Ze staan op de uitkijk voor Colombiaanse cocaïne. Een combinatie van wetshandhaving, geografie en oceaanstromen, hebben tonnen van de drugs doen aanspoelen in een van de meest afgelegen gebieden van de Caraïben.

Dorpen waar eens met moeite inkomsten konden worden bijeengeschraapt met het vangen van garnalen en kreeft, hebben een transformatie ondergaan. In plaats van hutjes met rieten daken, staan er nu bakstenen huizen, villa’s en satellietschotels.

Colombiaanse speedboten scheren vlak langs de kustlijn. Meestal zijn ze sneller dan de Amerikaanse en Nicaraguaanse patrouilleboten. Maar soms worden ze onderschept. ‘Dan gooien ze de coke overboord om van het bewijsmateriaal af te zijn’, zegt een Europese drugsbestrijder die in de regio werkt. ‘Andere keren doen ze het omdat de benzine op is geraakt, of omdat ze een ongeluk hebben gehad.’

Vervolgens dragen de zeestromen de zakken naar de kust. Een tiental jaar geleden wisten de indiaanse Miskito’s niet eens wat cocaïne was. Ongeveer vijftien dorpelingen stierven nadat ze de cocaïne hadden aangezien voor bakmeel.

Die onschuld is voorbij. Colombiaanse smokkelaars en Nicaraguaanse tussenpersonen schuimen door de dorpen en bieden de vinders 4000 dollar per kilo, aldus Louis Perez, de politiechef in Bluefields, de belangrijkste haven van de Nicaraguaanse Caraïbische kust. Dat is zeven keer minder dan de Amerikaanse straatwaarde, maar een fortuin voor een visser.

Het lot van Tasbapauni, een dorpje op drie uur varen van Bluefields, is de cocaïnevariant van Whisky Galore!, het verhaal uit de jaren veertig over Schotse eilandbewoners die een gezonken schip vol sterke drank van zijn lading ontdoen, en een kat-en-muisspel spelen met de autoriteiten om de buit te houden.

Sommige dorpelingen die voorheen in vodden gekleed gingen, wonen nu in dure hotels in Bluefields en Mangua. Anderen kopen breedbeeld-tv’s en duur bier. De gemeenschap doet eerder Jamaicaans dan Nicaraguaans aan door het creoolse Engels dat wordt gesproken door de afstammelingen van de Afrikaanse slaven.

‘Het leven is nu veel beter dan voorheen’, zegt de 84-jarige Percival Hebbert, een dominee van de Evangelische Broedergemeente en dorpsoudste van Tasbapauni, dat ook wel Klein Miami wordt genoemd. De witte kreeft is een zegen, zegt hij, zolang het geld wijs wordt gespendeerd.

De kerk heeft net een blinkende nieuwe witte vloer laten leggen, met dank aan een donatie van een visser, Ted Hayman, die 220 kilo cocaïne zou hebben binnengehaald. ‘Hij is een fijne man’, zegt Hebbert.

Hij is dankbaar maar vindt het jammer dat de kerk niet meer had gekregen. ‘God zegt dat 10 procent van wat je verdient van hem is. Maar niemand hier houdt zich daar aan.’

In andere dorpen wordt vinders wel verplicht gesteld om eentiende van de inkomsten aan de kerk te geven en minstens eentiende aan de buren.

Intussen wordt het echter steeds duidelijker dat er een andere, negatieve, kant zit aan de cocaïnevondsten. Niet alle drugs wordt verscheept naar het noorden. Soms wordt de cocaïne tot crack verwerkt en wordt het lokaal verkocht.

Dunne, in vodden geklede jongeren maken de sloppenwijken van Bluefield onveilig. De plaatselijke gevangenis zit propvol met veronderstelde verslaafden en drugsverkopers in afwachting van hun rechtzaak.

Maar voor de meesten is cocaïne de weg uit de armoede. Marvin Hoxton (37), een kreeftduiker, vond eens 72 kilo drugs. Gewapende dieven dwongen hem om 70 kilo aan hen af te staan, maar wat er overbleef verkocht hij voor 5.000 dollar. Het feest duurde twee maanden. ‘Drinken, dansen, vrouwen; de dollars vliegen weg.’

Nu is hij weer platzak en woont hij bij zijn moeder. Maar Hoxton heeft een plan: hij wil zijn houten bootje volladen met levensmiddelen en zes maanden op een afgelegen strand gaan kamperen. Hij zal een hangmat ophangen tussen palmbomen, zijn transistorradio aanzetten en zijn blik gericht houden op de oceaan.

‘Je weet niet wanneer je het vindt’, zegt hij, starend naar zijn fles bier alsof er minizakjes coke in drijven. ‘Je moet wachten. Je moet wachten totdat het komt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden