Hutje mutje

Het Palais de Tokyo in Parijs is weer open na een langdurige renovatie. Voor de eerste tentoonstelling heeft de grootste expositieruimte voor hedendaagse kunst in Europa het werk van 113 kunstenaars bijeengebracht. Is het wat?

Iedereen kent het wel, dat ongemakkelijke gevoel wanneer iemand net iets te dichtbij komt staan bij het leggen van contact. De geminimaliseerde ruimte tussen de twee personen tekent zich af als een scherpe scheidslijn. Het is een toenadering die resulteert in haar tegendeel een verwijdering. Een fel opkomend gevoel van weerzin kan het resultaat zijn.


Die dubbele beweging, heen en weer, wordt door de Nigeriaanse curator Okwui Enwezor (1963) handig toegepast in de door hem en een team van jonge curatoren samengestelde Triënnale van Parijs, waarmee dit weekend het Palais de Tokyo in Parijs na een periode van renovatie werd heropend: Intense Proximity.


Enwezor, die tegenwoordig werkzaam is als directeur van Haus der Kunst in München, en die als organisator van menig biënnale wordt gezien als een belangrijke promotor van het multiculturalisme in de kunst, wil in deze tentoonstelling aandacht geven aan de negatieve reacties erop, zoals opkomend nationalisme.


In het net gerenoveerde en enorm uitgebreide Palais de Tokyo zijn maar liefst 113 kunstenaars bijeengebracht, in een tentoonstelling die zich nog het best laat omschrijven als een gigantische bazaar. Hutjemutje staat de kunst er op elkaar, verdeeld over drie enorme verdiepingen. De artistieke melting pot, met onderling zeer gevarieerde kunst, heeft nog het meeste weg van een volkswijk in een metropool. Grote hekwerken die verschillende tentoonstellingsruimtes van elkaar scheiden, versterken dat aanwezige grotestadgevoel.


De ogenschijnlijke chaos maakt dat je je als toeschouwer maar moeilijk toegang tot het geheel verschaft. Er is in de boekwinkel weliswaar een gidsje te koop, maar op zaal ontbreekt elke toelichting. Kennelijk vindt Enwezor dat de toeschouwer zelf zijn weg moet vinden in het geheel, wat niet bepaald eenvoudig is. In de chaos van de stad, waar diverse culturen angstig dicht op elkaar leven, ligt argwaan altijd op de loer. Zo ook in deze tentoonstelling.


Terroristen

Bij de ingang staat een sculptuur die dit treffend lijkt te voeden. De Algerijns-Franse kunstenaar Neil Beloufa laat in een video die in de sculptuur is geprojecteerd roddelende mensen aan het woord, die op de rug gezien anoniem hun verhaal doen over een witte villa in de buurt waar gedurende enige tijd mensen verbleven. Terwijl ze uiting geven aan al hun oordelen en bedenkingen, wordt duidelijk dat de bewoners die zich tijdelijk in de villa verscholen, terroristen waren.


Je kunt dit werk zien als een historisch document over een situatie die zich in Algiers heeft afgespeeld. Maar het werk nodigt hier, zo pontificaal bij de entree, ook uit tot een andere identificatie: die van jou als toeschouwer die over de tentoonstelling zal rondgaan met een veroordelende, suggestieve dan wel vooringenomen blik. Wie zijn die kunstenaars? Wat doen ze daar? Wat bedoelen de curatoren ermee? Ook ik vraag het me af bij een eerste, licht wanhopig stemmende rondgang.


Ondanks Enwezors kanttekeningen bij de oorspronkelijk nationalistische roeping van deze triënnale (zie kader 'La Force de l'Art'), doen er relatief veel Franse of vanuit Frankrijk opererende kunstenaars mee. Helemaal Frans kleurt deze tentoonstelling juist door de etnografische traditie waar ze zich nadrukkelijk toe verhoudt. Er wordt uitgebreid gerefereerd aan het werk van figuren als André Gide, Marcel Griaule, Claude Lévi-Strauss, Pierre Verger en Jean Rouche, van wie veel op excursie gemaakte foto's te zien zijn.


Intense Proximity brengt daarmee een eerbetoon aan het revolutionaire werk van deze etnografen uit de twintigste eeuw, die veel betekend hebben voor de ontsluiting van niet-westerse culturen en daarmee het begin van de multiculturele samenleving van vandaag.


Maar ze toont zich ook kritisch. De etnografen werkte destijds in de ogen van Enwezor te veel op afstand van de culturen waartoe ze zich probeerden te verhouden. Het gevolg was een voortzetting van de al bestaande stigmatisering ervan, zoals blijkt uit de betiteling van deze niet-westerse culturen als 'wild' of 'primitief'. In de tentoonstelling wordt hier op passende wijze mee afgerekend. De kunstenaar Camille Henrot brengt met verschillende bloemstukken die vernoemd zijn naar de etnografen, een hulde aan de werelddenkers van weleer. Maar twee dagen na de opening staan de bloemstukken er al treurig bij. Veel bloemen verliezen blad en zijn ten dode opgeschreven.


Overal in de tentoonstelling manifesteren de kunstenaars zich als mini-etnografen die op zoek gaan naar begrip voor een 'andere' wereld die soms verbazingwekkend dichtbij te vinden is.


Alle omarming van de culturele verscheidenheid van nabij resulteert opvallend genoeg maar zelden in een gelukkig stemmend beeld. Veel talrijker zijn de gesignaleerde problemen en misverstanden, de grote en kleine ruzies, het kleine en grote verzet.


Unheimlich

Die ene keer dat de cross-culturele dialoog wel uitmondt in een instant success story, zoals in de bruidsreportage die Meshac Gaba over zijn eigen huwelijk met een Nederlandse maakte, bevinden zich daaromheen werken die kwaadaardig inspelen op de volkse beeldvorming rondom gemengde huwelijken. Ik althans kan het vlak bij Gaba gehangen donkere schilderij van een unheimliche ceremonie, dat is geschilderd door de Roemeense schilder Victor Man, niet anders zien dan als een verontrustend commentaar op Gaba's huwelijksfeest. Zoals ook de evenzo nabij hangende erotische collages van Carol Rama, met hun expliciete toespelingen op zwarte seksualiteit in de vorm van bijvoorbeeld een forse zwarte fietsband, ook de nodige voordelen bevestigen.


Enwezor heeft de tentoonstelling aangegrepen om zijn antwoord te formuleren op een van de belangrijkste tentoonstellingen van de laatste dertig jaar: de ook in Nederland zeer bekende Magiciens de la terre uit 1989 in Centre Pompidou.


Deze door Jean-Hubert Martin gemaakte tentoonstelling was de eerste waarin westerse en niet-westerse hedendaagse kunst op gelijke voet met elkaar gecombineerd werd in een groot samenhangend verhaal.


Martin maakte er destijds een optimistisch vertelling van, over een nieuwe grenzeloze wereldorde in de kunst, die zich op de golven van de esthetiek alle kanten op beweegt. Het was zijn versie van de global village, met de kunstenaar als de grote bemiddelaar. De tentoonstelling leverde hem een storm van kritiek op, vanwege het verfraaiende perspectief waarmee naar niet-westerse kunst gekeken werd. Desondanks is de tentoonstelling het rolmodel geweest voor menige biënnale uit de jaren negentig.


In Intense Proximity blikt Enwezor expliciet terug op deze tentoonstelling, door delen van de discussie eromheen op te nemen in de catalogus. Je zou de tentoonstelling in Parijs zelfs het vervolg kunnen noemen, met de nodige dramatische wendingen, door een wereld te tonen die gespleten omgaat met alle wederzijdse culturele toenadering. De beeldvorming is zelfs zo negatief dat je 'Deel 2' de omineuze ondertitel zou kunnen geven: 'Wat verkeerd ging.'


Vooral in de kelder van Palais de Tokyo, een wonderlijke duistere ruimte met hoge hoekige gewelven die treffend in grijs en zwart gehuld zijn, wordt er korte metten gemaakt met de multiculturele idealen van het laatste decennium van de vorige eeuw. De Spaanse kunstenaar Muntadas brengt een omvangrijk project rondom de cultuur van de angst die de globalisering heeft voortgebracht. Er is de verwording van de paradijselijke idylle zoals in beeld gebracht door Guy Tillim, in cynisch te noemen foto's van vervuilde eilanden in de Grote Oceaan. Ook wordt er in meerdere werken uitgebreid stilgestaan bij het verschijnsel van het wereldwijde terrorisme.


De terrorist verschijnt in Parijs niet als de vijand die de populisten er graag in zien, maar als onderdeel van onze eigen samenleving. Sterker: wij zijn die terroristen. Meest indrukwekkend wordt dat verwoord in een installatie van Haroon Mirza, waarin onder andere een fraaie speech is opgenomen van een Indiase student uit Punjab. Met panische verwondering vraagt hij zich in toenemend spreektempo af waarom vogels geen bommen gooien.


Enwezors is als curator nooit het lachebekje van het tentoonstellingscircuit geweest. Ellende en verderf zijn altijd vast onderdeel van zijn tentoonstellingen. Maar nooit eerder was hij zo kritisch over de multiculturele samenleving zelf. Je zou die kritische positiewisseling kunnen vergelijken met die van de sociaal-democraten, die na jaren van promotie van het multiculturalisme, een tijdje terug ineens begonnen de problemen ervan te benoemen.


Fascinerend

Okwui Enwezor meets Paul Scheffer, of hoe idealisme plaatsmaakt voor realisme. Toch blijft bij Enwezor de dialoog het enig mogelijke antwoord op de problemen van vandaag. Waarmee hij zich onderscheidt van veel andere tentoonstellingen van dit moment die een meer activistisch profiel kiezen, zoals de deze week te openen Biënnale van Berlijn.


Dat ontbreken van de werkelijk polariserende stem, het extreme standpunt dat zozeer past bij de politieke cultuur van vandaag, maakt dat de tentoonstelling in Parijs wat ouderwets aandoet. Intense Proximity is geen grootse tentoonstelling, geen gewaagde tentoonstelling, zelfs geen werkelijk avontuurlijke tentoonstelling. Nergens krijg je het gevoel dat hier geschiedenis wordt geschreven, zoals Magiciens de la terre dat ooit wel deed. Daarvoor is alles toch te bedaard, zijn de methodes van vertoning te beproefd.


Toch is er schitterende kunst te zien in soms fascinerende combinaties. Erg veel kunst ook die elders niet zo vaak te zien is, uit regio's op de wereld die zeker in het Nederlandse tentoonstellingscircuit hopeloos onderbelicht zijn. Dat alleen maakt de tentoonstelling al een bezoek waard.


Intense Proximity, t/m 26 augustus in Palais de Tokyo, 13 avenue du Président Wilson, Parijs. palaisdetokyo.com Domeniek Ruyters is hoofdredacteur van Metropolis M.


La Force de l'Art was in 2006 een nieuw, door het Franse ministerie van Cultuur en Communicatie betaald evenement om 'de Franse creativiteit' internationaal op de kaart te zetten. Met het Grand Palais als thuishaven werd een poging ondernomen om de Franse beeldende kunstwereld weer nieuw aanzien te geven. Nu, bij de derde editie, is de koers alweer wat bijgesteld. In plaats van het Grand Palais is het totaal gerenoveerde en enorm uitgebreide Palais de Tokyo de nieuwe thuishaven voor een evenement dat zich meer dan voorheen probeert te verstaan tot het internationale kunstveld. Waren de vorige edities samengesteld door Fransen, met Okwui Enwezor is een internationale stercurator aangetrokken die garant moet staan voor internationale publiciteit.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden