Column

'Hup Rob, hup Rob. Zet de turbo aan. De wereld staat in brand!'

Als vanouds plof je op de bank voor het Achtuurjournaal, geen woord wil je missen, schrijft columnist Lidy Nicolasen. 'En dan begint Rob Trip te lopen. Wat zei hij eigenlijk?'

Rob Trip.Beeld ANP Kippa

De wereld staat in brand. Oorlog, opstand, armoe. Stijf van de adrenaline plof je op de bank als vanouds vanwege het Achtuurjournaal, bord op schoot, koffie in de kan, geen woord wil je missen. En dan begint Rob Trip te lopen. Pasje naar rechts, pasje naar links, pasje naar achteren, pasje naar voren, altijd op armlengte van een hippe rode borreltafel midden in de studio, steunpilaar en plechtanker in één. Zijn handen wapperen met een pak kaartjes als om zijn woorden kracht bij te zetten.

'Hup Rob, hup Rob. Zet de turbo aan. De wereld staat in brand!', roep ik, bang als ik ben dat hij zich verslikt in zijn ijverige voordracht en nadrukkelijke dictie, dat hij zijn smetteloze pak zal bevuilen door voor mij, onnozele kijker, op de knieën te gaan om me nog eens en dan duidelijker uit te leggen wat er loos is overal om ons heen. Maar wat zei hij eigenlijk? Of wat vroeg hij - met de rug naar me toe - aan de reporter op het reuzenscherm rondom hem?

Snor
Het is of ik m'n moeder hoor, lang geleden. Het kon zomaar gebeuren dat ze middenin het simpel aangeklede Achtuurjournaal van toen tijd plompverloren kon zeggen: 'Zie je die snor, die zit scheef.' Of: 'Die bril is veel te groot.' Of de haardos, de neus, het pochetje, de oogopslag. 'Mens, lúister toch gewoon', mompelde ik dan binnensmonds, de ogen puberaal opslaand. 'Toch een rare pukkel', giechelde ze dan en hups concentreerde de hele huiskamer zich op de pukkel en niet op de minnares van Petraeus (die toen nog Kennedy heette en waarover we eigenlijk sowieso nooit iets hoorden, maar dat wisten we toen nog niet), op de snor, de bril of het jasje. En altijd wist ook iemand te vertellen dat het lichaamsdeel van de keurig gekapte nieuwslezer of nieuwslezeres dat buiten beeld zat, gehuld ging in trainingsbroek en afgetrapte gympen.

IJverige kijkers belden naar de studio. 'Ik heb wel een smeerseltje voor die pukkel van Piet. Moet dat, dat decolleté, ik kan haar voeten zien. Mag het een onsje minder socialistisch, die rode trui, we zijn toch een publieke omroep?' Televisiemensen klaagden steen en been over die domme kijker, die bleef steken in uiterlijkheden en nul aandacht opbracht voor de intelligente wijze waarop zij schier bovenmenselijke inspanning het laatste nieuws naar het gewone volk brachten.

Glazig
Maar ergens in de tijd zijn de rollen zijn omgedraaid. De naar nieuws smachtende kijker wordt bedolven onder verstrooiing nog voordat er ook maar een woord is gesproken. Probeer het zelf, zeg in willekeurig welk gezelschap ook een keer voor iedereen hoorbaar: ik ben wel klaar met dat geloop in het NOS-Journaal. De helft zal glazig opkijken, ongeduldig op iPhone of iPad tikken, want bah, waarom zou je je nog bekommeren om zoiets archaïsch als een aan tijd gebonden nieuwsbulletin op televisie.

De andere helft gaat los, maar dan ook helemaal los. In no time weet je dat alle weervrouwen altijd zwanger zijn, nieuwslezeressen wiebelend op stiletto's en in te krappe jasjes door de wereld gaan en kleuters moeiteloos het tempo kunnen volgen.
De pukkel heeft gewonnen. Er is geen weg meer terug.

Lidy Nicolasen is redacteur van de Volkskrant. Iedere zaterdag schrijft zij een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden