Hup Jonathan!

De globalisering heeft zijn uitwerking op het voetbal niet gemist, constateert Bert Wagendorp. Nationale elftallen zijn tegenwoordig bonte gezelschappen van migrantenzonen en wereldburgers met toevallig hetzelfde paspoort. Wat doet dat met onze WK-beleving?

Jonathan de Guzman is op 13 september 1987 geboren in Scarborough, een voorstad van Toronto, in Canada. Zijn vader Bobby komt van de Filipijnen, zijn moeder Pauline van Jamaica. In 2000 verhuisde De Guzman naar Nederland om in de jeugd van Feyenoord te gaan spelen. In 2008 kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Hij speelde meerdere keren voor Oranje.


De Guzman is een voorbeeld van de Nieuwe Voetballer in een geglobaliseerde wereld. Daarin is nationalisme niet meer wat het was en zijn ook nationale voetbalelftallen ingrijpend van karakter veranderd. Zoals clubelftallen allang de wereld afzoeken naar talent, zo moeten landenteams ook in een steeds grotere vijver vissen om mee te blijven doen. Kijk naar de WK-selecties: veelal bonte gezelschappen van natives, immigrantenzonen en wereldburgers met het juiste paspoort.


De Guzman behoort tot de laatste categorie. Volgens de regels van de wereldvoetbalfederatie FIFA had hij ook kunnen kiezen voor een interlandloopbaan op Jamaica of de Filipijnen. Of voor Canada - zijn oudere broer Julian is 68-voudig Canadees international. Het werd Nederland - een paspoort van een EU-land opent de deuren naar de Europese markt. De Guzman speelt voor Swansea in de Premier League.


Bruno Martins Indi had ook kunnen kiezen voor Portugal of Guinee-Bissau. Terence Kongolo ook voor Congo. Rafael van der Vaart verkoos Nederland boven Spanje. Als Tonny Vilhena niet op Oranje wil wachten, kan hij ook uitkomen voor Angola.


Op het WK lopen straks tientallen spelers rond die uit meerdere landen konden kiezen. Neem de Belg Adnan Januzaj (19), speler van Manchester United. Januzaj had volgens de FIFA-regels de keuze uit de nationale teams van België, Albanië, Kroatië, Servië, Turkije en Bosnië & Herzegovina. Dit vanwege de achtergrond van zijn ouders en grootouders. In 2016 had hij zich desgewenst kunnen laten naturaliseren tot Engelsman en voor dat land kunnen uitkomen.


Je kunt van de topsport niet zeggen dat ze er kleinzielig denken. Spelers, fans, bestuurders: ze zijn vooral pragmatisch: huidskleur en paspoort zijn van secundair belang, als de speler maar scoort of met beslissende passes strooit. Maakt De Guzman de treffer tegen Chili die ons een ronde verder brengt, dan is hij onze jongen.


In 1998 had Jean-Marie Le Pen ernstige kritiek op het multiculturele karakter van het Franse nationale elftal: dat was helemaal niet français, maar bestond uit spelers die vanuit alle windrichtingen naar Frankrijk waren gekomen. Zijn kritiek sloeg niet aan; sport is resultaatgericht. Dus toen Zinedine Zidane tweemaal scoorde in de finale was hij hét symbool van het nieuwe Frankrijk en een held.


De Mannschaft bestond bij het WK van 2010 voor bijna de helft uit Neue Deutschen, een percentage dat in 2014 niet veel lager ligt. Een voor de nieuwe voetbal-wereldorde typerend geval: als Duitsland op 21 juni uitkomt tegen Ghana, speelt met een beetje mazzel Jérôme Boateng (Bayern München en Duits international) weer tegen zijn halfbroer Kevin-Prince Boateng (Schalke '04 en Ghanees international). Ze zijn allebei geboren in Berlijn, hebben dezelfde Ghanese vader en verschillende Duitse moeders.


De 'transnationale' voetballer rukt op - de term is van de Engelse socioloog Anthony King. Ze waren er altijd al, maar niet in groten getale. In de jaren twintig en dertig voetbalden in de Italiaanse en Spaanse competitie de oriundi, afstammelingen van naar Zuid-Amerika geëmigreerde Spanjaarden en Italianen die in hun landen van herkomst gemakkelijk een paspoort kregen. Zo hielp de Argentijn Raimondo Orsi Italië in 1934 aan de wereldtitel. José Altafini speelde in 1958 voor wereldkampioen Brazilië en vier jaar later voor de Azzurri op het WK in Chili. Ferenc Puskas, een van de 'Magische Magyaren' uit de jaren vijftig, werd na zijn vlucht uit Hongarije Spaans international. Elders verschenen steeds meer spelers uit de koloniën in de nationale elftallen. De Surinamer Humphrey Mijnals debuteerde in 1960 in Oranje, de Mozambikaan Eusébio bezorgde Portugal de derde stek op het WK van 1966.


Dat was lang voor de globalisering (van de economie, maar ook van de kunst, de wetenschap, de sport) de wereld definitief zou veranderen. De Oranje-selectie voor het WK van 1974 bestond uit 22 blanke Hollandse mannen, geboren in Finsterwolde, Breskens, Heemstede, Zaandam, Leiden of Amsterdam. Ze heetten Haan, Van Hanegem, Neeskens, Rep, Rijsbergen of Cruijff. Hun ouders waren geboren Nederlanders, hun grootouders ook. Dat is veertig jaar later onvoorstelbaar geworden.


Hoewel het tot 2004 vrij gemakkelijk was om buitenlandse spelers in te lijven voor je nationale team - naturalisatie volstond - was dat lang geen wijdverbreide praktijk. Het paste niet in het denken: spelers van Oranje dienden te zijn geboren in Nederland en als Nederland vanwege die beperking steeds het WK miste, dan was dat maar zo. Niemand wilde een paar knappe Duitse of Engelse spelers naturaliseren. Het denken, ook in het voetbal, was strikt nationaal. In de jaren zestig sloten Spanje en Italië de grenzen voor buitenlandse spelers.


De definities van 'land' en 'nationalisme' zijn veranderd. Sinds 1974 zijn er veel landen bijgekomen, zeker in Europa, die allemaal op zoek zijn naar een eigen identiteit, een eigen verhaal. Dat doen ze onder meer via hun nationale voetbalteam.


Sport, en met name voetbal, draagt bij aan het gevoel van gemeenschap. Met het wegvallen van of verzwakken van andere gemeenschappelijke zaken als religie, één taal en nationale bedrijven, is voetbal daarvoor zelfs steeds belangrijker geworden.


Maar het helpt niet wanneer je nationale elftal keer op keer wordt afgedroogd, want dat versterkt alleen maar het gevoel van nationale misère. Ook in het landenvoetbal is de mondiale concurrentie moordend geworden. 'De economische druk van de globalisering dwingt nationale instituties nieuwe strategieën te ontwikkelen die hen voorbij de gevestigde nationale kaders voeren', schrijft socioloog King. En het nationale voetbalteam is in bijna elke staat een nationaal instituut bij uitstek, mits het op niveau kan meedoen.


Dat dachten ze in het begin van de 21ste eeuw in Togo ook. Bij gebrek aan eigen voetbaltalent importeerde het daarom voetballers. In 2003 speelden er zes Brazilianen in het nationale elftal. Ook Qatar dacht met Brazilianen de wereldtop te kunnen bestormen.


De FIFA was er niet blij mee. De eerste beperkende regel kwam in 2004: een te naturaliseren speler moest een 'duidelijke connectie' met zijn nieuwe vaderland kunnen aantonen: een vader of moeder uit het betreffende land, of minimaal één grootouder. Of hij moest minstens twee jaar in het nieuwe land hebben gewoond.


Die laatste periode bleek te kort om het tij te keren. In november 2007 luidde FIFA-baas Blatter opnieuw de noodklok: 'Als we deze farce niet stoppen en niets doen aan de invasie van Brazilianen in Europa, Azië en Afrika, dan bestaan van de 32 teams bij het WK van 2014 of 2018 er 16 volledig uit Braziliaanse spelers.' De 'residentie-eis' werd in 2008 verlengd tot vijf jaar. De FIFA trachtte zo het evenwicht te bewaren tussen globalisering en nationalisme. De wereldvoetbalbond is een multinational, en beide bewegingen zorgen voor flinke inkomsten.


Maar de globalisering gaat door, mede omdat sommige regels juist zijn versoepeld. Nationale teams zullen in hun diversiteit steeds meer op clubelftallen gaan lijken, de Wilhelmus-zingers worden schaars.


Zolang ze een oranje shirt dragen en de leeuw niet in zijn hempie laten staan, is dat niet zo erg. Hup Jonathan!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden