'Hun hebben' leidt tot 'anargisme'

HET artikel 'Zij hebben is niet beter dan hun hebben' (de Volkskrant, 9 januari) geeft een aantal meningen weer van Koen Jaspaert, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie....

Het gaat hem kennelijk meer om die 'dynamische ontwikkeling' dan om de positie van het Nederlands op de Europese markt. Als taalkundige vindt hij dat 'zij hebben' niet beter is dan 'hun hebben': beide varianten moeten erkend worden in het Nederlands dat zich internationaal manifesteert. Immers, het is 'de voornaamste functie van een taal dat de gebruiker er behendig en ongeremd mee uit de voeten kan.' Volgens Jaspaert 'koester je een taal. . . als je voelt dat een taal bij je past. Als de taal je tweede huid is. Als je er de wereld in kunt vatten.'

Het probleem is nu dat dit laatste een naïeve en romantische misvatting is, die in de taalkunde terecht verworpen wordt. Sprekers hebben de neiging die taalvormen te koesteren die hun sociale status bevestigen in de groep waarin ze willen functioneren.

Een taal is niet alleen het bezit van individuen maar ook en vooral van groepen, en er is geen groep als de neuzen niet, in een bepaald opzicht, allemaal één kant op wijzen. De leden van zo'n groep moeten een verzameling taalnormen gemeen hebben. Met andere woorden, geen taalgemeenschap zonder taalnormen. Wanneer sprekers, zoals veel voorkomt, hun status willen verbeteren, betekent dit dat ze vaak een soort taalgebruik koesteren waar ze niet 'behendig en ongeremd mee uit de voeten' kunnen: gekoesterde taalnorm en feitelijke taalbeheersing staan vaak op gespannen voet.

De vraag of 'zij hebben' 'beter' is dan 'hun hebben' ligt in dit spanningsveld. Het woord 'beter' heeft hier geen taalkundige, maar alleen een sociaal-politieke betekenis. In het huidige Nederlands is 'zij hebben' een standaardgerichte variant met een meer algemene normwaarde dan de eveneens oude variant (geen nieuwe, zoals Jaspaert stelt) 'hun hebben', die alleen in bepaalde niet-standaard sociolecten voorkomt. Of dit 'goed' is, is geen taalkundige, maar een sociaal-politieke vraag.

Wanneer Jaspaert als taalkundige 'hun hebben' door wil drukken, gaat hij zijn boekje te buiten en stelt hij de taalkunde in dienst van de politiek. In de jaren zeventig was dit misbruik, waarvan we nog steeds de wrange gevolgen ondervinden, gangbaar in het taalonderwijs, waar de leerlingen werd voorgehouden dat er geen taalnormen waren: alles was 'goed'. Kennelijk heeft Jaspaert zich nog niet van dit 'populisties anargisme' kunnen bevrijden.

Of het al dan niet 'goed' is dat de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie op deze wijze politiek bedrijft, is een vraag die vooral Jaspaerts chefs aangaat. Hij zal er niet rouwig om zijn dat ondergetekende in dit opzicht geen zeggenschap heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden