Humphrey Mijnals, mijn god, kijk onze jongen nou eens

Surinaamse voetballer die in 1960 als eerste zwarte speler zijn opwachting maakte in het Nederlands elftal.

Romeo Zondervan is een joviale kerel die door zijn echtgenote een echte Hollandse boer wordt genoemd. Daar moet hij zelf heel hard om lachen. Zondervan is een Nederlandse vijftiger van Surinaamse komaf. De welvaart is niet ongemerkt aan hem voorbij gegaan.

De plakboeken komen op tafel in Lonneker, een buurtschap van Enschede. Ze hebben Zondervan in een vorig leven vastgelegd, dat van succesvol voetballer. Kijk, daar staat-ie, in een oranje shirt op een elftalfoto uit februari 1981. Boven zijn mond kriebelt het vlassige snorretje dat dertig jaar geleden jongemannenmode was. Op het hoofd, nu zo kaal als een biljartbal, bloeit een grote bos zwart kroeshaar.

Een officiële KNVB-brief begeleidt de foto. 'Het is een genoegen je te kunnen mededelen', aldus begint bondscoach Rob Baan de uitnodiging om mee te doen aan een interland tegen Cyprus. Het zou de eerste en de laatste keer zijn dat Zondervan voor Nederland het voetbalveld betrad.

Op de tribune in Groningen zat Kees Rijvers, de aanstaande opvolger van Baan. Hij zou een nieuwe generatie voetballers een kans geven. Jongens als Ruud Gullit en Frank Rijkaard kleurden in de daaropvolgende jaren het bleke Oranje. Samen met Gerald Vanenburg speelden ze een essentiële rol bij het EK van 1988.

Het Nederlands elftal zou vanaf de jaren tachtig op Surinaamse leest geschoeid worden. Bij het WK tien jaar later in Frankrijk, was zelfs dertig procent van de spelers van Surinaamse origine.

Zondervan zou je dus een wegbereider kunnen noemen, maar als je dat tegen hem zegt, begint hij opnieuw hard te lachen. Hollandse boeren zijn te nuchter om wegbereider te zijn. Bovendien is er maar één wegbereider en dat is Humphrey Mijnals. Hij deed dat op 3 april 1960, precies vijftig jaar geleden dus.

Halverwege de jaren vijftig, betaald voetbal had net zijn intrede gedaan, werden Surinaamse voetballers naar Nederland gehaald. Suriname was toen nog een kolonie met zendingswerkers als dominee Graafland die daarin een bemiddelende rol speelde.

Dankzij hem tekende Humphrey Mijnals, samen met zijn broer Frank, een contract bij de Utrechtse club Elinkwijk. Het leverde hem 14 duizend gulden op aan tekengeld.

Mijnals kwam met de boot uit Paramaribo, 16 dagen gereisd en 16 dagen zeeziek geweest. Op 16 november 1956 meerde de boot aan in Amsterdam. In afwachting van zijn gezin vond Mijnals tijdelijk onderdak in een kamertje bij een hospita. Het was regenachtig en grauw.

Een maand later maakte Mijnals zijn debuut tegen Sparta. Hij had zich met handschoenen, muts en oorkleppen gewapend tegen de kou. Ploeggenoot Reinier Kreijermaat: 'Dat arme schaap, helemaal uit dat warme land en dan met zo'n Kees Verkerkmuts op.'

Zelf herinnert Mijnals zich van die wedstrijd vooral een schop in zijn knieholte, waarna hij op een brancard het veld verliet. 'Iemand op de tribune riep: plak een postzegel van 15 cent op zijn kont en stuur hem terug. Dat was mijn kennismaking met het Nederlandse voetbal.'

Van die eerste lichting Surinaamse voetballers in Nederland maakte Humphrey Mijnals de meeste indruk. Hij was een rijzige en sierlijke stopperspil, zoals de centrale verdediger destijds in de opstellingen heette. Tijdgenoot Hans Kraay: 'Totaal ander voetbal dan wij gewend waren. De bal hield van Mijnals en Mijnals hield van de bal. Wij speelden als verdedigers heel verkrampt, we waren als de dood om een fout te maken.'

De gebroeders Mijnals, Michel Kruin, Erwin Sparendam en Charly Marbach baarden veel opzien in het witte Nederland. Dat was leuk zolang het vrouwelijke nieuwsgierigheid betrof en het was onaangenaam als de aandacht racistisch van aard was.

Op straat werden ze aangesproken als Zwarte Piet, daarvan kon je nog wel een grapje maken. Maar op de tribunes en op het veld kon de toon een stuk onaangenamer zijn. In Het Surinaamse Legioen, de geschiedschrijving van Humberto Tan, is Abe Lenstra de kwaaie pier. De Surinaamse voetballers herinneren zich hem als 'een nare man' in het veld. Na afloop van de wedstrijden werd overigens snel vrede gesloten met Lenstra.

Mijnals maakte zijn debuut in het Nederlands elftal als vervanger van Cor van der Hart. Er stond een thuiswedstrijd tegen Bulgarije op het programma en bondscoach Elek Schwartz achtte de tijd gekomen voor vers bloed, hoewel Mijnals op dat moment al 29 jaar was.

Zijn uitverkiezing leverde echter nauwelijks discussie op, Mijnals had een solide reputatie opgebouwd. Voor het bescheiden Elinkwijk was zijn debuut niettemin een grote eer. Er reden 32 bussen van Utrecht naar het Olympisch Stadion in Amsterdam. Volgens Mijnals zelf zaten er ook veel Surinamers op de tribune. Hij hoorde ze Mi gado look a boy fu mi roepen. Dat betekent: mijn god, kijk onze jongen.

Nederland won het duel met 4-2 en op de archiefbeelden is te zien wat Kraay bedoelde met de on-Nederlandse flair van Mijnals. Dat werd het best geïllustreerd door een machtige omhaal. Mijnals zweefde anderhalve meter boven het gras horizontaal in de lucht. Er werd een foto van gemaakt, die het beeldmerk van Mijnals zou worden.

Toen het tv-programma Andere Tijden de beelden uit het archief opdiepte, bleek de inspanning voor niets te zijn geweest. De scheidsrechter had het spel al stilgelegd. Doelman De Munck was onderuit gehaald door de Bulgaarse midvoor. Mijnals zegt in de uitzending dat hij het fluitsignaal niet had gehoord. 'Als ik dat had geweten, had ik het niet gedaan.'

Na afloop namen enthousiaste supporters Mijnals op de schouders en de meeste kranten oordeelden positief over zijn optreden. Volgens de Volkskrant had de nieuwe stopperspil 'met zijn soms weergaloze improvisaties de harten van het Nederlandse voetbalvolk veroverd'.

Alleen het weekblad Sport en Sportwereld oordeelde ongunstig. Met de uitdrukkelijke kanttekening dat het niet discriminerend was bedoeld, stelde het hem verantwoordelijk voor het slordige spel van de verdediging.

Kennelijk was Schwartz die mening ook toegedaan, want Humphrey Mijnals speelde daarna nog maar twee interlands. De bondscoach greep terug op de ervaring van Van der Hart. Zelfs in de vriendschappelijke uitwedstrijd tegen Suriname, later dat jaar, moest Mijnals genoegen nemen met een plek op de reservebank. Na rust mocht hij invallen.

Suriname maakte in de tweede helft nog bijna een achterstand van
4-1 goed. Het werd 4-3. 'Maar van mij had het ook 4-4 mogen worden.'

In 1999 werd Mijnals, die nog altijd in Utrecht woont, gekozen tot Surinaams Sportman van de Eeuw.

Zondervan heeft Mijnals één keer ontmoet. Hij zal een jaar of negentien zijn geweest en net een basisplaats hebben afgedwongen in het eerste elftal van FC Den Haag. 'Mijn vader had dat gearrangeerd. Een indrukwekkende man was het, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik in zijn voetsporen trad.'

Zondervan was zes jaar toen zijn vader besloot dat het vak van automonteur in Nederland meer toekomst had. 'Hij was er de hele week druk mee. Doordeweeks in een garage en in het weekeinde voor de buren. Dat deed je toen nog gewoon op straat, sleutelen aan de auto.'

Het gezin Zondervan belandde in een Haagse buurt die vijftig jaar later krachtwijk zou heten. 'Met z'n zevenen op een bovenverdieping. Geen warm water. Als ik op de trap liep, keek ik altijd even jaloers naar binnen bij de huisbaas.'

Buitenlanders waren nog een zeldzaamheid in het Nederlandse straatbeeld. 'Mijn vader maakte altijd een praatje als hij een andere zwarte man tegenkwam. Dat kon eigenlijk alleen maar een Surinamer zijn.'

Van discriminatie heeft Zondervan nooit last gehad, in elk geval niet als kind. Toen zijn voetballoopbaan hem naar Engeland voerde, werden er wel bananen in zijn richting gegooid.
Nederland was halverwege de jaren zestig enigszins gewend aan zwarte rijksgenoten in de nabijheid. Pas na de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975, die een grote migratie op gang bracht, was er sprake van overlast.

Zondervan maakte furore als een felle en veel opkomende back Op zijn achttiende debuteerde hij in het Zuiderpark en hij moest nog twintig worden toen FC Twente hem aantrok. 'Ik kon overal naartoe. Ook naar Ajax.' Waarom Twente? 'Geen idee, lekker veilig waarschijnlijk en de zekerheid van een basisplaats.'

Zondervan, voor de transfer al geregeld gevraagd voor Jong Oranje en Nederland B, kwam ook in aanmerking voor het grote Oranje. Hij werd geselecteerd voor het EK 1980, al leidde dat slechts tot een tribuneplaats.

Door de afwezigheid van de geblesseerde Ben Wijnstekers viel een jaar later wel een plek open op de rechtervleugel voor de WK-kwalificatiewedstrijd in Groningen tegen Cyprus.

Mijnals moest dus 21 jaar op een opvolger wachten. In die tussenliggende jaren drong slechts een handjevol Surinaamse spelers door tot de professionele competities en geen van hen sprong in het oog.

Humberto Tan zoekt de oorzaak in de vlucht die het voetbal in Nederland maakte gedurende die twee decennia. Voor Surinaamse jongens als Lagadeau, Oosthuizen en Rijzenburg was de kloof te groot geworden.

Toch maakte het eenmalige optreden van Zondervan lang niet zoveel los als dat van Mijnals in 1960. De aandacht ging op het breukvlak van de jaren zeventig en tachtig vooral uit naar Simon Tahamata, een generatiegenoot van Molukse afkomst. Een paar jaar eerder hadden Molukkers met kapingen en gijzelingen het land ontwricht en dat maakte de interlands van Tahamata speciaal.

Het Nederlands elftal speelde op die koude 22ste februari een zwakke wedstrijd. De aanstaande kampioen AZ was hofleverancier, invaller Dick Nanninga uitblinker en Cyprus hield de schade beperkt tot 3-0. De bijdrage van Zondervan werd door de verslaggever van de Volkskrant als tamelijk waardeloos omschreven en dat gold vooral voor zijn voorzetten.

Het jaar daarop verhuisde hij naar West Bromwich Albion. Tot en met 1992 verdiende hij zijn geld in de Engelse competitie. Hij was daardoor geen kandidaat-international meer. 'Maar ik heb nergens spijt van.'

De periode in Engeland heeft duidelijk haar sporen nagelaten in het interieur. Hij verdient zijn geld voor een belangrijk deel met scouting voor Britse voetbalclubs.

Voor de deur in Lonneker staan een paar oldtimers. 'Driemaal raden wat ik hierna ga doen? Sleutelen aan auto's, net als mijn vader destijds in de Grebbestraat deed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden