Column

Humor en het CDA: het is niet de meest voor de hand liggende combinatie

Sybrand Buma, fractievoorzitter van het CDA. Beeld anp

Gistermiddag presenteerde het wetenschappelijk bureau van het CDA het rapport Lang leve het verschil, weg met de fragmentatie - in rapporten geven ze altijd meteen de plot weg. Auteur Rien Fraanje constateert dat groepen in de samenleving steeds verder uit elkaar groeien. Hij is daarmee niet de eerste: de groep van de sociologen-rapportenmakers is nog behoorlijk homogeen.

Hoog- en laagopgeleiden komen elkaar steeds minder tegen. Fraanje doet suggesties voor het slaan van bruggen: pleinen en dergelijke waar beide groepen elkaar treffen en mogelijk zelfs een liefdesrelatie kunnen beginnen. Hij wil de verbindende kracht van de religie benutten. Een matig idee - ik ben veel te bang voor de splijtende kracht ervan.

Verder moet van het CDA de waardering van het ambacht omhoog. De hoogopgeleide dient weer te beseffen dat hij dan misschien alles weet over de functie van het licht op de schilderijen van Caravaggio, maar dat hij nog geen peertje in een fitting kan schroeven en daarvoor de hulp nodig heeft van een gewaardeerde en gerespecteerde ambachtsman. De publieke omroep mag van Fraanje geen elitair instituut worden - een situatie waarvan we gelukkig nog ver zijn verwijderd, zoals iedereen weet die wel eens de tv aanzet.

Dit zijn redenaties en oplossingen waarmee het CDA het verschil niet gaat maken. Maar dan komt in het rapport gelukkig Giselinde Kuipers aanzetten, hoogleraar culturele sociologie in Amsterdam en vooral humordeskundige. Humor en het CDA: het is niet meteen de meest voor de hand liggende combinatie. Maar van Fraanje en Kuipers mogen we de essentiële rol van de humor als samenbindende factor voor de samenleving niet onderschatten. Kuipers: 'Als je niet met elkaar kunt lachen, is er echt een heel serieus probleem.'

Volgens het rapport was Wim Kan de laatste cabaretier 'om wie heel Nederland moest lachen'. Kan overleed in 1983, dus misschien kunnen we het begin van de desintegratie van ons land in dat jaar dateren. Al was het wel zo dat de laatste jaren van zijn leven eigenlijk niemand meer om Wim Kan kon lachen, dus vermoedelijk begon de ellende al eerder. Ik moest destijds bijvoorbeeld heel hard lachen om Neerlands Hoop, toen al een samenlevingsplijtende vorm van cabaret.

Maar goed, er was inderdaad een tijd dat op Oudejaarsavond elk gezin rond de radio zat voor Wim Kan en zijn conference, en dan was het lachen geblazen met z'n allen. Hoog- en laagopgeleid, katholiek en protestant, jong en oud: iedereen zat gezellig te schuddebuiken om Kan en de volgende dag hoorde je op straat de grappen nog duizend keer.

Nu heb je volgens de CDA-analyse Geer en Goor (te plat voor de hoogopgeleiden) en Hans Teeuwen (te plat voor de laagopgeleiden). Daar tussenin zitten een stuk of tienduizend grappenmakers, allemaal met hun eigen lachers. Nederland is getroffen door een humoristische fragmentatiebom en die heeft het land van de ene grote lach veranderd in een lappendeken van divers geschater en gegiechel.

Hebben we nu dus een 'serieus probleem'? Volgens mij niet. Ik kan lachen om Geer maar ook om Teeuwen en tientallen anderen; soms is het niet eens grappig bedoeld. Het land van Wim Kan was een dodelijk saai, suf en braaf land: laat duizend lachen bloeien.

Als de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden bestaat, als dat inderdaad heel erg is en die sociologen elkaar dus niet een beetje zitten na te kakelen, dan kan het CDA inzetten op het Nederlands Elftal - de laatste van de grote verbindende factoren, mits Oranje wint.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden