Humor en heiligheid

De Amerikaanse cartoonist Molly Norris moest na dreigementen van radicale moslims onderduiken. Maar 'ketterse tekeningen' laten zich niet uitroeien. Blasfemie hoort nu eenmaal bij satirische humor. Door Joost Pollman

Justin Green publiceerde in 1971 de eerste autobiografische strip, Binky Brown Meets the Holy Virgin Mary. Hij beschrijft hierin zijn obsessie met een beeld van Maria dat is blootgesteld aan zijn eigen, zondige gedachten. Dat wil zeggen: hij denkt dat zijn penis over een grote afstand straling uitzendt en daardoor gewijde voorwerpen kan ontheiligen. De jonge Green is katholiek genoeg om dat niet te willen laten gebeuren en dus moet hij de heilige maagd beschermen, tegen zichzelf. Maar zijn obsessie loopt uit de hand en ten slotte ziet hij ook straling komen uit zijn vingers en andere lichaamsdelen, en zelfs uit cilindrische voorwerpen zoals zijn pen! Dat is geen freudiaanse flauwiteit, want Greens neurose werd later gediagnosticeerd als een obsessieve-compulsieve stoornis en ook als scrupulositeit.


Justin Green had te véél scrupules. Hij kon geen scheiding meer maken tussen zichzelf en het geheiligde object; daartussen zat een noodlottige straling die hem met de madonna verbond en haar reinheid kon aantasten. Magisch denken, noemen therapeuten dat. Lastig voor Green, maar hij heeft in vrijheid zijn boek mogen tekenen en staat nu in de encyclopedie als de schepper van een klassiek geworden werk.


Ruim een maand geleden publiceerde de zelfverklaarde 'stripoloog' Harry Morgan op zijn website The Adamantine alweer de negende aflevering van zijn reeks Pictoricide en iconoclasme. Plaatjesmoord en Beeldenstorm. Hij behandelde hierin het lot van Molly Norris, de illustrator van de Seattle Weekly die moest onderduiken, omdat ze had opgeroepen tot een 'Everybody Draw Mohammed Day'. Zij tekende een affiche waarop we een theekopje zien, een klosje garen, een tas met een hondenkop erop, een pak pasta, een kers en een dominosteen. Daarboven staat: 'Will the REAL likeness of the prophet Mohammed please stand up?!'


Als antwoord roepen de zes dingen om het hardst dat zij de meeste gelijkenis met de Profeet vertonen, waarmee Norris de woede wekte van moslims als Anwar Al-Awlaki, die zegt dat ze het niet verdient te leven. Inmiddels heeft de cartoonist zich uit Seattle teruggetrokken en is haar 'geestenbestaan' (zoals de historica Amanda Kluveld het in de Volkskrant noemde) begonnen. Norris heeft niet de Profeet afgebeeld, wat al verboden is, maar huishoudelijke zaken die beweren sprekend op Hem te lijken.


Nu bevindt zij zich in het treurige gezelschap van Robert Redeker en Kurt Westergaard, Gregorius Nekschot en Lars Vilks, allemaal 'dhimmi' die zich in woord en/of beeld op ontoelaatbare wijze hebben uitgedrukt en sindsdien gevaar lopen. Harry Morgan analyseert de repeterende ontwikkelingen als volgt. Eerst verschijnt in de westerse pers een 'infraction imagière', letterlijk vertaald een beeldende overtreding, oftewel een tekening die een taboe schendt. Hierover ontstaat bij islamitische intellectuelen beroering, waarbij verbaal wordt gemaakt wat visueel was. Het beeld wordt woord en daardoor, zegt Morgan, verandert het van inhoud: wat overblijft is alleen nog maar kale belediging.


Deze nieuwe inhoud wordt vervolgens 'gemediatiseerd' en wel op zeer vaardige wijze. Morgan noemt de cartoonvijandige moslims 'media savvy' wat betekent dat ze in mediakringen nuttige contacten hebben en goed weten hoe ze propaganda moeten bedrijven. Daarbij gebeurt iets dat volgens Morgan van wezenlijk belang is: 'De ernst van de veronderstelde belediging wordt met terugwerkende kracht bewezen door de ernst van de reacties.'


Boomerang

Oorzaak en gevolg worden dus omgedraaid en de geregisseerde verontwaardiging wordt gebruikt om de belediging zo zwaar mogelijk aan te zetten. Elke 'beeldende overtreding' werkt als een accelererende boemerang en belandt hardhandig in de nek van de tekenaar. Na de veroordeling van Nolly Morris, die een klosje garen en een kopje thee tekende, vreest Morgan dat zo ongeveer alles het gevaar loopt de Profeet te representeren. Zo komt ook de niet-gezochte belediging steeds dichterbij. Intussen is de wereldwijde publiciteit over het lot van Molly Norris opvallend tam, vindt Morgan. 'Die desinteresse is voor een deel te verklaren, doordat de beeldconflicten onophoudelijk terugkeren, de nieuwigheid is eraf en de ziekte, hoe bijtend ook, chronisch is geworden. Maar deze desinteresse getuigt ook van de aanhoudende politieke correctheid in onze media die de onsympathieke kanten van de islam telkens vergoelijkt, wat erop neerkomt dat de slachtoffers worden afgewezen, en dat men toestaat dat het gebeurde zich herhaalt.'


Blasfemiefobie

Er is een spotbeeld bekend uit de 3de eeuw, gekrast in een muur, waarop het hoofd van de gekruisigde Christus is vervangen door een paardenkop. Het heilige maakt nerveus en de enige manier om die soort nervositeit te bestrijden is: ontheiligen.


Blasfemie lijkt een onuitroeibaar element van satirische humor te zijn en wordt 'populairder' naarmate godsdienst vaker onderwerp van debat is. Striptekenaar Jeroen de Leijer herschiep de kruisweg uit de katholieke kerk en hulde Jezus in trainingspak, wat tot een rel leidde in Tilburg, waar afbeeldingen van het lijdensverhaal aanvankelijk langs de openbare weg zouden worden getoond. Nu zijn ze onder de titel Horror Vacui - een docudrama in 14 staties permanent te zien in Theater de NWE Vorst.


De Vlaamse cartoonist Jeroom bewerkte een schilderij van een gekruisigde Jezus zodanig dat er een scandaleus beeld ontstaat met een ogenschijnlijk vroom uiterlijk. Staand naast het kruis tilt Petrus een schaap naar boven waarvan de poten aan elkaar zijn gebonden. 'Hoger, Petrus! Een beetje hoger', zegt Jezus. 'Maar Messias, uw moeder kijkt toe!' De suggestie is dat met het schaap bestialiteiten zal worden bedreven en aangezien het schaap tevens het lam Gods is, mag je het blasfemisch gehalte van deze cartoon nog wat hoger noemen dan die van Gerard Reve waar hij zegt met God het bed te willen delen als Hij terugkeert als ezel: 'Ik doe zwachtels om zijn hoefjes, dat ik niet te veel schrammen krijg als hij spartelt bij het klaarkomen.'


Humor en heiligheid gaan niet samen, maar zoeken elkaar graag op. De christelijke iconografie voorziet in een veelvoudig herhaald beeld waarin die twee zelfs worden gecombineerd: de bespotting van Christus door de soldaten, terwijl Hij aan het kruis hangt. Zowel het in beeld brengen van dit tafereel als het herhalen van de bespotting zijn toegestaan; de ontering behoort zelfs tot de kern van het lijdensverhaal en het aanschouwelijk maken daarvan is eerder stichtelijk dan niet beledigend.


In 1927 maakte George Grosz de tekening Christus am Kreuz waarop het soldaten van het Wilhelminische leger zijn die de Verlosser belachelijk maken en een bajonet in Zijn zij steken: Grosz werd aangeklaagd, niet door de kerk, maar door het leger.


Na Everybody Draw Mohammed Day! op 20 mei 2010 gooide de Zuid-Afrikaanse cartoonist Zapiro nog wat olie op het vuur door een profeet te tekenen die op de sofa bij de psychiater ligt en klaagt: 'Other prophets have followers with a sense of humour!...' Dat leverde natuurlijk ook weer protesten op, waarop de tekenaar wellicht al te optimistisch verklaarde: 'I believe that all religions should be subjected to satire and that some religious groups should not be able to think they are above society.' Alle godsdiensten moeten geparodieerd kunnen worden en geen enkele godsdienst staat daar boven. Maar de macht van de satiricus is niet zo groot tegenover een godsdienst die per definitie wantrouwig staat tegenover meningsvrijheid, en die fatwa's als pressiemiddel kan gebruiken. Toch is de Nieuwe Inquisitie nog niet in staat iedere ketterse tekening uit te roeien. Op de website www.zombietime.com/mohammed_image_archive is een uitgebreide collectie te zien van antieke en moderne afbeeldingen van de Profeet en alleen al het satirische gedeelte bevat honderden voorbeelden. De vraag is wel: hoe lang nog?


Globalisering van de censuur

Elke cultuur stelt zijn eigen taboes. Op basis daarvan bepaalt de censor wat wel en niet door de beugel kan. Wie een taboe overtreedt krijgt straf, maar alleen uit eigen hoek, want in een andere cultuur is hij niet in overtreding. Sinds de Deense cartoonaffaire zien we echter een globalisering van de censuur, waardoor een overtreder uit het ene halfrond zomaar kan worden veroordeeld door een censor uit een ander halfrond. Dat is gek, als je uit een land komt waar komedianten vrijwel dagelijks foute grappen maken die weliswaar ergernis wekken, maar niemand op het idee brengen om de politie in te schakelen. Het plafond van onze woede is: de krant opzeggen.


Een gevolg van de grenzeloze censuur is dat een bepaalde groep mensen (de lezers van Jyllands-Posten bijvoorbeeld) de mogelijkheid wordt ontnomen om zich te ontspannen, en dat tamelijk letterlijk: lachen om iets dat spanningen oproept. Humor werkt therapeutisch. Onze spotprenten zijn misschien denigrerend voor orthodoxen, maar ze zijn voor hen niet bedoeld! Onze cartoons zijn voor onszelf bedoeld en dienen vooral als relativering; ze plaatsen politieke situaties in een ander perspectief.. Dat lucht op. Cultuuroverschrijdende censuur is daarom een inbreuk op de wijze waarop 'wij' gewend zijn 'onze' problemen op te lossen.


De Volkskrant vertelt elke ochtend wat er in de wereld gebeurt en geeft daarop vanuit meerdere invalshoeken commentaar. De radicaalste invalshoek is die van Jos Collignon, de cartoonist, omdat hij zijn commentaar op een van die gebeurtenissen moet ombuigen tot een getekende grap. Hoe doe je dat? Door een nieuwsfeit voor een lachspiegel te zetten en de vertekeningen in inkt vast te leggen. De 'waarheid' van het feit wordt uitgerekt tot karikaturale proporties en daarmee worden de mogelijke betekenissen van het feit tot in de verste uithoeken onderzocht. Op het slappe koord van de humor kun je niet je gelijk halen met tautologische argumenten: dit is waar omdat het waar is. Collignon kan nooit rechtlijnig zijn.


Daarom behoeden cartoonisten ons voor het onverdraagzame Zekere Weten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden