Humbug en kletspraat

'Het strategisch niveau bestaat uit de realisering van een globaal informatiesysteem dat is opgebouwd door gedistribueerde en heterogene subsystemen te integreren.' Wie schrijft zulke zinnen op, wie verzint zo'n geestdodende retoriek ?...

Paul Depondt

In Michel Houellebecqs kleine roman Extension du domaine de la lutte, 'de wereld als markt en strijd', pakt het hoofdpersonage zijn potlood en onderstreept het gewauwel: '. . . een poging tot preliminaire definitie van verschillende archetypische scenario's, ontwikkeld in een traject naar een objectief doel. . .' Het rapport van het ministerie van Landbouw, dat hij die dag te lezen krijgt, is 'een leidraad bij een informatievoorzieningsplan' dat door een of andere minkukel is bedacht.

We leven in een tijd van verlichte domoren, managers, politici en ambtenaren die een niet te begrijpen no man's proza hanteren om hun onkunde te verbergen. Het is verbijsterend wat er in de politiek of in het bedrijfsleven aan praatjes te berde wordt gebracht. In On Bullshit haalt moraalfilosoof Harry G. Frankfurt, professor emeritus van de Princeton universiteit, die veelkleurige diergaarde van praatjesmakers en bluffers over de hekel.

Waarom hoor je in onze 'tijd van vervaging' zo veel gezeik en geklets op de werkvloer ('ik verzorg met een coach de follow-up van het merger project; ik check de downsizing', betekent dat je mensen gaat ontslaan), vraagt Frankfurt zich in zijn essay af. Wat kunnen we ondernemen tegen die toenemende plaag van emmeren en geouwehoer? De meeste mensen zeggen wel 'gelul te kunnen onderscheiden van verstandige of op zijn minst verhelderende conversaties', maar weten we eigenlijk wel wat flauwekul is en wat niet? Bezondigt niet iedereen zich van tijd tot tijd aan het bedrog van humbug en kletspraat?

Liegt de bullshitter? En wat is erger, de leugenaar die wéét dat hij liegt en die je kunt bestrijden, of het soort 'moderne armen van geest' die over alles een mening hebben en willen meepraten, ook over onderwerpen waar ze niks van afweten? Never tell a lie when you can bullshit your way through, luidt het consigne in het bedrijfsleven, 'vertel nooit leugens als je je met vierkante onzin uit een benarde situatie kunt redden'.

Frankfurt citeert Augustinus over het liegen, maar ook Ludwig Wittgenstein, een groot bestrijder van quasi-intellectuele nonsens; hij ontmaskert de vertelsels van de Republiek van humbug en bullshit.

Wat beoogt een politicus die het op de Fourth of July, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, met veel poeha over de Founding Fathers heeft? Hij kletst. Hoe wolliger zijn woorden, hoe groter bijval bij zijn publiek. Een bluffer is nooit geïnteresseerd in feiten of in de waarheid; daarom moet je de praatjes van reclamemakers, politici en bedrijfsleiders, van al wie zo'n misleidende of stompzinnige nieuwspraak hanteert, wantrouwen.

Want het is allemaal wartaal over packaging, feedback of benchmarking, grootspraak die je op business schools leert, schrijft Corine Maier in haar bestseller Liever lui -De kunst van effectief nietsdoen op het werk. Ook zij brengt Houellebecq ter sprake over het onleesbare politieke of economische proza. Het is een holle betwetertaal, zonder fantasie, die aan kletskoek een aura verleent van wetenschappelijke objectiviteit.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden