'Humanitaire hulpverlening verkeert in crisis'

De tijd dat strijdende partijen hulpverleners ongemoeid lieten, is voorbij. Sterker: er worden juist gerichte aanslagen op hen gepleegd. Hoe kon het zover komen? De drie belangrijkste veranderingen in de positie van hulpverleners.

De arts Ernest Okoli van Unicef praat met een patiënt in de Noord-Nigeriaanse deelstaat Borno, waar de terreurgroep Boko Haram actief is. Een regeringssoldaat houdt de wacht. Beeld null
De arts Ernest Okoli van Unicef praat met een patiënt in de Noord-Nigeriaanse deelstaat Borno, waar de terreurgroep Boko Haram actief is. Een regeringssoldaat houdt de wacht.

In Oost-Aleppo is geen medische zorg meer voor handen, de laatste twee functionerende ziekenhuizen zijn kapot gebombardeerd. Internationale hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen (MSF) die de Syrische zorgverleners op afstand ondersteunen, staan met de handen in het haar. Humanitaire hulpverlening wordt een 'mission impossible' nu zelfs ziekenhuizen, scholen, opvangkampen en hulpkonvooien niet langer veilig zijn voor strijdende partijen.

Alleen met gevaar voor eigen leven kunnen hulpverleners nog aan de slag in landen als Syrië, Jemen, Zuid-Soedan of Somalië, zo laat de recente reeks van dodelijke incidenten in die conflictgebieden zien. Dat plaatst hulporganisaties voor een duivels dilemma: nóg beter beveiligen of helemaal terugtrekken en burgers aan hun lot overlaten?

In Syrië zijn vrijwel alleen nog lokale hulporganisaties actief; in Somalië werkt het leeuwendeel van de internationale hulpverleners vanuit de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Zij worden voor tientallen miljoenen euro's per jaar op en neer gevlogen naar het buurland. Ter plekke verblijven ze in zwaar beveiligde compounds waar ze zich alleen in gepantserde wagens van toegangshek tot toegangshek kunnen laten vervoeren.

'De humanitaire hulpverlening verkeert in crisis', zegt Marc Duffield, emeritus hoogleraar aan The Global Insecurities Centre van de Universiteit Bristol, die zich al jaren bezighoudt met de door hem bedachte term 'bunkerisatie' en de 'paradox van aanwezigheid'. 'Hulpbudgetten stijgen weliswaar, maar de kosten voor beveiliging, logistiek, techniek en risicomanagement stijgen nog veel harder. Hulp wordt hierdoor steeds minder effectief.'

Toenemend geweld

Hoe ver moet je gaan om noodhulp te bieden? Welke kosten wil je maken om 1 dollar aan hulpgeld te kunnen besteden? Die vragen moeten hulporganisaties en donoren zich blijven stellen, vindt Larissa Fast, auteur van Aid in Danger en nu werkzaam als onderzoeker voor de Amerikaanse hulporganisatie USAID. 'Als de impact van je werk groot is, moet je bereid zijn hoge risico's te aanvaarden. Maar tegen welke prijs? Er is een limiet aan beveiliging. Wat is humanitaire hulp waard zonder menselijke interactie?'

In 2015 werden 287 hulpverleners slachtoffer van geweld, terreuraanslagen, bombardementen of ontvoering tijdens hun werk. In reactie op het toenemend geweld trekken hulporganisaties zich terug. Sommigen geven het helemaal op, anderen verschansen zich in hun 'bunkers' waarbij het veldwerk zoveel mogelijk wordt uitbesteed aan lokale hulpverleners en het beleid wordt uitgestippeld vanuit hoofdkantoren in New York of Genève. Maar de veiligheid wordt er niet beter op. Integendeel: de gepantserde organisaties lopen vanwege hun nadrukkelijke aanwezigheid ter plaatse juist meer risico zelf doelwit te worden.

Zo worden VN-hulpverleners in Somalië door de islamistische terreurorganisatie Al Shabaab beschouwd als moderne kruisvaarders die onder het mom van hulpverlening christendom proberen te verspreiden. Hetzelfde risico lopen hulpverleners in Noord-Nigeria waar Boko Haram gericht aanvallen pleegt op VN-organisaties. In juli werd daar nog een aanslag gepleegd op een hulpkonvooi van Unicef. Zonder de kogelwerende wagens, die Unicef alleen al in Noord-Nigeria bijna 200 duizend euro per jaar kosten, zouden acht hulpverleners het leven hebben gelaten.

Tekst gaat verder onder de video

Koos Koen werkt al 3 jaar voor World Vision in Zuid Soedan. Deze organisatie ondersteund o.a. verschillende medische posten in de hoofdstad Juba waar moeder met hun ondervoede kinderen terecht kunnen. Beeld null
Koos Koen werkt al 3 jaar voor World Vision in Zuid Soedan. Deze organisatie ondersteund o.a. verschillende medische posten in de hoofdstad Juba waar moeder met hun ondervoede kinderen terecht kunnen.

Het alternatief is niets doen. En dat is meestal geen optie, vindt Mark Jacquand die werkt voor de VN in Somalië. 'Wij hebben hier de duurste humanitaire operatie ter wereld. Mogadishu is niets minder dan een fort, voor tientallen miljoenen per jaar beveiligd door onder anderen ook VN-blauwhelmen. Veel werk doen we vanuit Nairobi in buurland Kenia omdat het minder duur is mensen daar onder te brengen en heen en weer te laten vliegen dan hier permanent te beveiligen.'

'We worden meer en meer zelf doelwit', zegt Jacquand. 'Al Shabaab ziet ons als vijanden omdat wij verbonden zijn aan de VN die de Afrikaanse vredesmissie AMISOM steunt. Het maakt ons ook niet populair dat we met lokale bestuurders onderhandelen om konvooien door te laten en dat we onze voedseldistributie dankzij GPS-trackers nu beter beveiligen tegen diefstal en corruptie. Daarmee ondermijn je de macht van de terreurgroep en maak je jezelf kwetsbaar.'

De paradox van humanitaire hulpverlening in conflictgebieden anno 2016 lijkt: hoe professioneler de hulporganisatie opereert om risico's uit te bannen, hoe dieper die ongewild in het conflict wordt gezogen en hoe meer risico's de hulpverleners ter plaatse lopen.

null Beeld null

De hulpverlening is in de afgelopen 25 jaar in rap tempo geprofessionaliseerd. Wereldwijd zijn naar schatting 450 duizend hulpverleners actief. Hulporganisaties hebben hun takenpakket uitgebreid, lokale goede doelen- en mensenrechtenorganisaties zijn als paddestoelen uit de grond geschoten. In dezelfde periode is het werkterrein ingrijpend veranderd. In de jaren tachtig werd 80 procent van de humanitaire noden veroorzaakt door natuurrampen en 20 procent door conflict, nu zijn de verhoudingen volledig omgedraaid.

Hulpverleners in de jaren tachtig werden gedreven door idealisme en ze waren roekelozer, zegt hoogleraar Duffield die zelf in die periode voor Oxfam in Soedan werkte. Halverwege de jaren negentig kantelde het sentiment toen ook hulpverleners de dupe werden van oorlogsgeweld in landen als Rwanda en Bosnië. In Afghanistan kwam onder de Taliban de ontvoeringsindustrie op gang. In Irak werd in 2003 het VN-hoofdkwartier in Bagdad aangevallen met 17 doden als gevolg. 'Daarna veranderde de perceptie van veiligheid definitief en professionaliseerde de hulpindustrie', aldus Duffield.

Van veilige afstand kan nu dankzij moderne technologie allerhande hulp worden verleend; 'remote management' in hulpverleningsjargon. Zo kunnen allerhande data worden verzameld en diensten worden geleverd via e-health en mobiele klinieken en zijn dure voedseldistributies vervangen door digitale geldpasjes waarmee vluchtelingen zelf lokaal voedsel kunnen inkopen.

Maar de kosten zijn hoog en de afstand tot het veld dreigt veel te groot te worden, waarschuwt Duffield. 'Bovendien wordt remote magagement de standaard, ook in gebieden die helemaal niet zo onveilig zijn. Daarmee worden de kosten nodeloos over de hele linie opgedreven.'

Dankzij de professionalisering is het mogelijk om dieper het conflict in te gaan, zegt Adele Harmer, onderzoeker bij AidworkerSecurity die de jaarlijkse lijst met slachtoffers in de Humanitairian outcomes ( zei grafiek) publiceert. 'Vroeger bleven we aan de rand staan', zegt Harmer. Hulp werd verleend in vluchtelingenkampen en niet midden in conflictgebieden. 'Dat we nu hulpgoederen kunnen uitdelen in Aleppo is te danken aan verbeterde veiligheidsanalyses en logistieke processen en technologische ontwikkeling. Via sociale media weten we nu wat er zich afspeelt in zo'n belegerd gebied. Vroeger hadden we geen idee.'

Maar de risico's voor hulpverleners nemen hierdoor wel toe, zegt ook Larissa Fast, de auteur van het boek Aid in Danger. 'Als hulpverleners zich eenmaal goed getraind en beveiligd hebben gevestigd in een gebied, zijn ze ook niet meer zo snel geneigd zich terug te trekken. Security management gaat namelijk verder dan de beveiliging van je eigen personeel. Je beveiligt feitelijk een hele gemeenschap om als hulporganisatie assistentie en protectie te bieden. Niet alleen de artsen en hulpverleners moeten zich veilig voelen, maar vooral ook de patiënten en burgers die hulp komen halen.'

'Een organisatie als Unicef kan het zich bovendien niet veroorloven níet aanwezig te zijn als er ergens hongersnood is', zegt Harmer. De grote organisaties kunnen zich de hogere kosten voor logistiek, beveiliging en 'remote management' veroorloven maar het nadeel is wel dat zij zich hiermee in de 'spotlights' manoeuvreren en daarmee grotere risico's lopen. Kleinere organisaties zullen eerder tot de conclusie komen dat de kosten niet langer opwegen tegen de baten en zich terugtrekken.

In de afgelopen decennia is humanitaire hulp en economische wederopbouw steeds vaker gekoppeld aan politieke interventies. Dat maakt hulpverleners die in het kielzog van militairen conflictgebieden intrekken, kwetsbaar. 'De positie van neutraliteit van humanitaire organisaties is afgebrokkeld', zegt politicoloog Chris van der Borgh van het Center for Conflict Studies aan de Universiteit Utrecht. 'Dit werd het best zichtbaar in Afghanistan toen de Taliban de aanwezige hulporganisaties, waaronder Cordaid, beschuldigden van betrokkenheid. Toen burgers meegingen in dat narratief werd het werken ze vrijwel onmogelijk gemaakt.'

Om noodhulp ter plaatse te krijgen moet bovendien worden onderhandeld met strijdende partijen. Die zijn niet altijd even betrouwbaar is hun beloftes over het geven van een veilige doorgang, zoals deze nazomer is gebleken bij de aanval op een hulpkonvooi in Aleppo, waarbij 18 hulpverleners van het Syrisch Arabische Rode Kruis werden gedood. 'De perceptie van neutraliteit verandert voortdurend', zegt Adele Harmer de Amerikaanse onderzoekster . 'Toestemming voor een hulpkonvooi vanuit Damascus heeft geen betekenis als je buiten het grondgebied van het Syrische leger komt.'

In sommige gebieden hebben strijdende partijen of rebellenlegers al helemaal geen boodschap aan internationale humanitaire verdragen of afspraken. Het maakt het werk steeds complexer, vindt Harmer. 'Je moet proberen partners te vinden die de lokale situatie goed kunnen inschatten en in kaart brengen, maar ze mogen niet te veel partij zijn want anders wordt je erin mee gezogen.'

Inmiddels wordt 90 procent van het veldwerk gedaan door lokale hulpverleners die als groot voordeel hebben dat zij 'onder de radar' kunnen werken en vaak beter bekend zijn met de cultuur, taal en lokale context waarin ze moeten werken. Nadeel is echter dat ze minder goed getraind zijn tegen veiligheidsrisico's dan hun 'expat'-collega's en bovendien vanwege hun etnische of religieuze achtergrond ook partij in het conflict kunnen worden en daarmee mogelijk doelwit. Harmer: 'Dat zie je vaak gebeuren in Zuid-Soedan bijvoorbeeld. Maar ongevallen met lokale hulpverleners krijgen veel minder aandacht dan wanneer blanke hulpverleners slachtoffer worden.'

Vrouwen dragen water in een dorp in Zuid-Soedan. De inwoners zijn afhankelijk van de paar humanitaire organisaties die nog actief zijn in de regio. Veel organisaties hebben zich moeten terugtrekken door gebrek aan fondsen. Beeld null
Vrouwen dragen water in een dorp in Zuid-Soedan. De inwoners zijn afhankelijk van de paar humanitaire organisaties die nog actief zijn in de regio. Veel organisaties hebben zich moeten terugtrekken door gebrek aan fondsen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden