Humanisten blijven optimistisch

DE WESTERSE wereld is sterk beïnvloed door het humanisme. Onze democratie steunt op de humanistische idealen van vrijheid en gelijkheid....

Hester Eymers

De afgelopen eeuw heeft dat vertrouwen nogal wat deuken opgelopen. Dat de mens tot ongehoorde gruweldaden in staat bleek, stemde tot nadenken over de tot dan toe zo bejubelde vooruitgang en deed het geloof in de goedheid van de mens wankelen. Desondanks hield het humanisme stand, zij het in een andere vorm.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het Humanistisch Verbond opgericht, dat zich tot taak stelde de beginselen van het humanisme te verspreiden.

Nu een nieuwe eeuw nadert, dringt de vraag zich op of het humanisme ons nog altijd iets te bieden heeft.

In de bundel De menselijke maat - Humaniteit en beschaving na 2000 buigen tien denkers zich over deze vraag. Negen van hen zijn verbonden aan een humanistische instelling zoals het Humanistisch Verbond, de Universiteit voor Humanistiek of de humanistische instelling Socrates. Zij zien allemaal een toekomst voor het humanisme, zij het in aangepaste vorm.

De overheersende gedachte is dat het humanisme meer aandacht moet krijgen voor de medemens. Het derde van de drie Verlichtingsidealen, de fraternité of broederschap, is tot nog toe te weinig aan bod gekomen. Of zoals de Bulgaars-Franse filosoof Tzvetan Todorov het formuleert: de gerichtheid op de ander zou het uitgangspunt kunnen zijn van een toekomstig geëngageerd, ambitieus humanisme.

Ook in De menselijke maat komt deze visie duidelijk naar voren. Elke auteur schetst op zijn gebied een toekomst voor het humanisme, die meer ruimte laat voor de ander.

Zo pleit de econoom Arjo Klamer voor een derde dimensie naast het traditionele koppel van vrije markt en regulerende overheid. Het sociale en culturele aspect is naar zijn mening van cruciaal belang voor het functioneren van de economie. Hij plaatst de economie in het bredere verband van de samenleving, waarin waarden als verantwoordelijkheid, zorg en liefde een belangrijke rol spelen.

Vanuit een ander standpunt schrijft de filosoof Henk Manschot over hetzelfde thema. Hij schetst een geschiedenis van de zorg en eindigt met de vraag of de huidige professionalisering van de zorg enkel een neutrale verschuiving van zorgtaken behelst, of dat hiermee een ander type betrokkenheid zijn intrede doet. Is de betaalde zorg die geboden wordt in de thuiszorg of het kinderdagverblijf niet wezenlijk anders dan de zorg die mensen elkaar in het informele circuit bieden?

Manschot suggereert dat er inderdaad een verschil is. De professionele zorg kan niet anders dan zakelijker van aard zijn, waarmee belangrijke sociale waarden als verbondenheid en verantwoordelijkheid op de achtergrond raken. Aan het humanisme de taak het evenwicht te herstellen.

Wat stoort in de bundel, is het bijna naïeve optimisme waarvan veel humanisten blijk geven. De maakbaarheid van de mens en de samenleving zijn idealen die zij nog niet zijn kwijtgeraakt. Aan de fundamentele redelijkheid van de mens wordt niet getwijfeld; uiteindelijk zal het pleit beslecht worden op grond van argumenten en tegenargumenten.

Een mooi voorbeeld van dit optimisme is het betoog voor orgaandonatie van Govert den Hartogh. Mensen hebben de plicht elkaar bij ernstig gevaar te helpen, als zij dat kunnen doen zonder zelf buitengewoon grote risico's te lopen. Wie een zwemdiploma heeft, maar niettemin weigert een drenkeling te redden, blijft moreel en ook juridisch in gebreke. En ook wie weigert na zijn dood zijn organen ter beschikking te stellen aan een ander, terwijl dat diens leven zou kunnen redden, blijft volgens Den Hartogh in gebreke.

Toegegeven, orgaandonatie is wel iets anders dan een drenkeling redden, maar de verschillen zijn nu ook weer niet zó groot. Wie zuiver rationeel denkt, kan niet anders dan toestemming geven voor transplantatie van zijn organen na zijn dood.

Dat de zorg voor de ander hier puur verstandelijk wordt bepleit, doet geforceerd aan. Het getuigt van weinig respect voor degenen die bijvoorbeeld op religieuze gronden bezwaar maken tegen orgaandonatie. Juist in een humanisme dat zich richt op de medemens, zou het respect voor andersdenkenden een plaats moeten hebben.

De arrogantie die in Den Hartoghs pleidooi doorklinkt, lijkt een algemeen kenmerk van het humanisme. In de karakterisering van Harry Kunneman wordt het humanisme een nogal elitaire aangelegenheid. Kennis, kunst en cultuur worden beschouwd als de weg naar zelfontplooiing.

Kunneman somt alle kwalen op waaraan het humanisme lijdt: een achterhaald geloof in de wetenschap, een blind vertrouwen in de ratio en antropocentrisme. Desondanks ziet ook hij een toekomst voor het humanisme, maar het beeld dat hij van dat toekomstige humanisme schetst, doet nog maar weinig denken aan het humanisme van nu. Waarom zo vasthouden aan een institutie, die haar beste tijd al eeuwen geleden had?

Jos de Mul is de enige die vraagtekens zet bij het antropocentrisme dat het humanisme door en door kenmerkt. Misschien omdat hij degene is die het verst vooruitkijkt? Zijn citaat van de Zwitserse schrijver Max Frisch zou je alle bevlogen humanisten willen voorhouden: 'Weet u zeker dat het voortbestaan van het menselijk ras, wanneer u en iedereen die u kent er niet meer zijn, u echt interesseert?'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden